Twee boeken over hoe de klimaatcrisis in 1989 bijna was opgelost en wat we er nu aan kunnen doen ★★★☆☆

Beeld Typex

Het is bijna niet meer voor te stellen, in een jaar waarin opnieuw alle warmterecords worden gebroken en de klimaatcrisis niet uit het nieuws lijkt weg te slaan, maar de wereld had er vandaag de dag véél beter voor kunnen staan. We hadden de crisis in de kiem kunnen smoren voordat ze uit de hand liep.

Want verbijsterend genoeg wisten we veertig jaar geleden al vrijwel alles wat we nu weten over de opwarming van de atmosfeer, en over de manier om die te stoppen. Het enige verschil is dat we de opwarming inmiddels aan den lijve ervaren. En er volgens wetenschappers geen tijd meer te verliezen is.

Dat is de pijnlijke boodschap van Het verlies van de aarde van Nathaniel Rich. Het boek, gebaseerd op een veelgelezen artikel in The New York Times Magazine, schetst het ‘verloren decennium’ van de klimaatcrisis – de periode tussen 1979 en 1989 waarin we ontdekten wat het broeikasprobleem was, zagen hoe het uit de klauwen zou lopen en het erover eens werden hoe we dat gingen voorkomen.

Alle seinen stonden eind jaren tachtig op miraculeuze wijze op groen: wetenschappers en politici waren overtuigd geraakt, regeringen welwillend en toenmalig president George Bush kon als leider van de enige overgebleven supermacht na de val van de Muur en grootste uitstoter (ruim eenderde van de mondiale emissie) harde internationale afspraken afdwingen. Alleen kwam het daar niet van.

Nathaniel Rich: Het verlies van de aarde Beeld De Arbeiderspers

Gemiste kans

Rich schetst de zeperd en détail, op basis van vele gesprekken met (uitsluitend Amerikaanse) insiders uit wetenschap en politiek. Vanuit het idee dat we onze huidige en toekomstige situatie niet kunnen begrijpen als we niet begrijpen waarom we dit probleem niet hebben opgelost toen we de kans hadden.

Hij beschrijft beeldend hoe de helden van toen – strateeg Rafe Pomerance van Friends of the Earth, geofysicus Gordon MacDonald, Nasa-onderzoeker James Hansen, Democratisch senator Al Gore – hun carrières op het spel zetten om het broeikaseffect op de politieke agenda te krijgen. En hoe ze daar binnen enkele jaren in slaagden en zelfs oliebedrijven als Exxon en Shell wisten te overtuigen dat de uitstoot omlaag moest.

De succesvolle internationale aanpak van het gat in de ozonlaag bood midden jaren tachtig een handig model: het Montrealprotocol, een verdrag onder auspiciën van de Verenigde Naties waarin de afbouw van schadelijke drijfgassen (cfk’s) werd geregeld. Er kwam een VN-klimaatpanel, het IPCC, en er werd gewerkt aan een wereldwijd klimaatverdrag met een concreet, bindend doel: 20 procent minder CO2 in 2005.

De eerste internationale klimaattop in 1989 (in Noordwijk onder leiding van demissionair milieuminister Ed Nijpels) werd echter een grote mislukking. Op instigatie van John Sununu, stafchef van Bush, die het broeikaseffect zag als een links complot tegen het bedrijfsleven, weigerden de VS ineens bindende CO2-afspraken te maken. Het klimaatverdrag ketste te elfder ure af. Het momentum was weg.

Het kwam in 1997 nog wel tot een afgezwakt Kyotoprotocol (met 5 procent minder CO2 in twintig jaar) maar dat werd geen succes omdat de VS het nimmer ratificeerden. Sindsdien is nooit meer geprobeerd internationaal tot bindende afspraken te komen (het akkoord van Parijs uit 2015 is vrijwillig). Oliebedrijven en klimaatsceptici gingen in de tegenaanval en het klimaatdebat liep vast in polarisatie. Met als gevolg, constateert Rich, dat er sinds Noordwijk meer CO2 de lucht in is gepompt dan in de hele menselijke geschiedenis ervoor.

Zo ontpopt Het verlies van de aarde zich tot een parabel die aantoont dat het ‘niet langer rationeel [lijkt] erop te vertrouwen dat de mensheid, geconfronteerd met een existentiële dreiging, rationeel zal handelen’.

Een zaak van leven en dood

Het is een harde vaststelling, waarop ook de Amerikaanse schrijver Jonathan Safran Foer voortbouwt in zijn laatste boek Het klimaat zijn wij. Foer, die doorbrak met de post-Holocaustroman Alles is verlicht, vergelijkt onze onbegrijpelijke houding met die van zijn Joodse familie in Polen na de Duitse inval van 1939. Iedereen wist wat het betekende dat de nazi’s in aantocht waren, maar alleen zijn grootmoeder deed iets: ze vluchtte.

Jonathan Safran Foer: Het klimaat zijn wij Beeld Ambo Anthos

Weten is nog niet geloven en handelen, wil Foer maar zeggen. Evenzo bij de klimaatcrisis, ook een zaak van leven en dood. ‘Het huis staat in brand. Hoe langer we wachten, hoe moeilijker het wordt er nog iets aan te doen.’

Foer brengt het probleem terug tot individueel niveau. Wij zijn, zegt hij, zelf verantwoordelijk voor ons eigen leven en voor wat wij al dan niet overhebben voor andere mensen in verre landen of de verre toekomst. We kunnen allemaal meedoen aan een collectieve wave van verandering. Sterker, we kunnen er allemaal een op gang brengen. Elke wave begint bij iemand, zie het klimaaticoon Greta Thunberg.

Het beste wat we zelf voor het klimaat kunnen doen, zegt Foer, is stoppen met het eten van dierlijke producten. De industriële veehouderij is een van de grootste aandrijvers van de opwarming. Als je ontbossing voor weidegrond en veevoerproductie meerekent, levert zij (afhankelijk van de berekeningswijze) 14,5 tot 51 procent van alle uitstoot, vooral in de vorm van de gevaarlijke broeikasgassen methaan en stikstofoxide.

We kunnen de aarde volgens Foer alleen redden door massaal over te stappen op een plantaardig eetpatroon. Voor de gemiddelde wereldburger betekent dat: 90 procent minder rundvlees en 60 procent minder zuivel. Wat Foer handzaam vertaalt als: geen dierlijke producten voor het avondeten.

Onontkoombare conclusie

Het is een klein, moeilijk offer. Want vlees eten is lekker en troostrijk. Foer (ook auteur van de veganistische bijbel Dieren eten) heeft zijn eigen stelregel dan ook nog niet helemaal onder de knie, bekent hij: hij eet soms stiekem een hamburger en is dus, ja, hypocriet. Maar dat is niet erg. Niemand is helemaal consequent en alle beetjes helpen. ‘Je hoeft hamburgers niet voor altijd af te wijzen. Bestel alleen deze keer iets anders.’

Foer duidt de klimaatcrisis niettemin overtuigend als een moreel vraagstuk, ook door steeds de Holocaust erbij te halen. ‘Ik ben zelf degene die mijn kinderen in gevaar brengt.’ We moeten ons leven veranderen. ‘De enige tweedeling die van belang is, is die tussen mensen die iets doen en mensen die niets doen.’ Kies voor het leven en voor de generaties na ons. Zoals zijn grootmoeder deed in 1942.

Zo voert Foer de lezer naar de onontkoombare conclusie. ‘We kunnen niet langer de maaltijden eten die we gewend zijn en daarnaast ook de planeet behouden die we gewend zijn. We moeten ofwel sommige eetgewoontes loslaten ofwel de planeet loslaten. Zo simpel is het en zo ingewikkeld. Waar was u toen u uw besluit nam?’

Nathaniel Rich: Het verlies van de aarde  Een recente geschiedenis  ★★★☆☆

Uit het Engels vertaald door Bookmakers. De Arbeiderspers; 224 pagina’s; € 22,50.

Jonathan Safran Foer: Het klimaat zijn wij – De wereld redden begint bij het ontbijt ★★★☆☆

Uit het Engels vertaald Patty Adelaar. Ambo Anthos; 280 pagina’s; € 21,99.

Bronvermelding

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *