De realistische Amerikaanse omslagen vielen niet bij iedereen in de smaak

Omslag van Kort Amerikaans van Jan Wolkers.

Akelig tafereel: een bezonnebrilde man in een zwart vechtpak, met een grijns onder zijn streepsnor, die een kind een prop chloroform in het gezicht duwt. Een weggesmeten jongensfiets ligt naast het bospad. Bij zo’n afbeelding is het moeilijk níét te denken aan wat Anne Faber of Nicky Verstappen in verwante situaties is overkomen – geen leuke associaties bij een jeugdboek.

Maar in de jaren vijftig zag kennelijk niemand iets vreemds in zo’n omslag. Carel Bekes jeugdroman Pim Pandoer – De schrik van de Imbosch (uitgeverij Malmberg, 1953) is tot in de jaren zestig herdrukt, steeds met dat angstaanjagende beeld op de cover.

De andere illustraties die Frans Lammers maakte voor de populaire Pim Pandoer-avonturen (achttien delen, tot 1969) hebben ook zo’n sinistere toets: kijk maar naar die geveltoerist op Pim Pandoer – Het raadsel van de Jordaan uit 1957.

Omslag van Pim Pandoer, Het raadsel van de Jordaan.

De beklemming valt wellicht te verklaren. Carolus Beke (1913-2007), leraar moderne talen in Arnhem, vluchtte in 1944 tijdens Operatie Market Garden naar de Veluwe. Daar maakte hij de beruchte razzia van Putten mee, die hij als een van de weinige mannen in het dorp overleefde. Die traumatische ervaring is in De schrik van de Imbosch samengebald in het Jekyll and Hyde-achtige personage Fer Donkers, een getroebleerde wees wiens familie in de oorlog is vermoord en die als de gemaskerde Pim Pandoer rondspookt in de Veluwse bossen.

Hoewel Carel Beke net als de schrijver van Arendsoog op een nostalgisch gezinde aanhang kan rekenen (online is zelfs een Encyclopaedia Panduriana te vinden) valt zijn spannend bedoelde proza alleen nog als curiosum te genieten – tenzij je ‘sammernappels’ alsnog een barre krachtterm vindt.

Vreemd genoeg geldt voor Frans Lammers’ illustratie het omgekeerde: die lijkt met de jaren alleen maar diabolischer te worden. Iets van die kracht moet Reint de Jonge hebben gevoeld. De illustratie die hij in 1972 maakte voor de heruitgave van het eerste Pim Pandoer-verhaal, blijft dicht bij Lammers’ origineel, maar die duistere kern is er niet in te vinden.

Zo’n expliciet omslag als De schrik van de Imbosch is nu moeilijk voorstelbaar, maar een halve eeuw geleden hadden omslagontwerpers van jeugdboeken andere ambities. Gouden en Zilveren Penselen voor het best geïllustreerde jeugdboek bestonden nog niet (het eerste werd in 1973 uitgereikt). Anders dan hun huidige vakgenoten waren Lammers en zijn collega’s minder uit op een verantwoord artistiek resultaat, dan op opwindende beelden; de spanning en sensatie die je tegenwoordig eerder vindt in games dan op de omslagen van jeugdboeken.

Omslag van Pim Pandoer, De schrik van de Imbosch.

Bewust of onbewust knoopten illustratoren als Frans Lammers, Rudy van Giffen en Gerard van Straaten aan bij het realisme van Amerikaanse pocketontwerpers als Rudolph Belarski en James Avati – een traditie die hier pas serieuze aandacht kreeg toen Piet Schreuders in 1981 zijn overzichtswerk Paperbacks U.S.A. publiceerde.

Dat het uiterlijk van het Amerikaanse ‘pulpromannetje’ weinig aanzien genoot, ondervond Jan Wolkers in 1966 toen hij voor de 22ste druk van zijn roman Kort Amerikaans illustrator Pim van Boxsel (die ook drie omslagen voor Pim Pandoer ontwierp) een ‘James Avati-achtig’ omslag liet maken. ‘Prompt kreeg ik kwaaie brieven waarin men zich afvroeg wie die engerd op het omslag wel mocht wezen’, schreef Wolkers later in NRC Handelsblad.

Terug naar Carel Beke en zijn eerste illustrator. Frans Lammers (1911-1966) is tegenwoordig vrijwel vergeten. Vreemd, want in zijn tijd was Lammers een vooraanstaand graficus en ontwerper. Hij werkte voor de uitgeverijen Malmberg en De Spaarnestad, ontwierp postzegels voor de PTT en was dertig jaar de vaste medewerker van De Katholieke Illustratie, het veelgelezen ‘weekblad voor het hele gezin’, waarvoor hij duizenden illustraties maakte.

Lammers had de eigenaardigheid dat hij zijn werk zelden ondertekende. Heeft hij de vergetelheid daarmee zelf in de hand gewerkt? Zelfs in De verbeelders, het standaardwerk van Saskia de Bodt over de Nederlandse boekillustratie in de 20ste eeuw, komt hij niet voor. De verbeelder van Pim Pandoer had beter verdiend, sammernappels.

Volgende week: de meisjesroman.

Toms nachtelijk avontuur van A. Philippa Pearce.
Het mysterie van de larixlaan van J. D. De Greef.
Omslag van Home is the hangman van Richard Sale.
Omslag van Aanval op de euromast van Pieter Nierop.
Omslag van Fear no more van Leslie Edgley.

Bronvermelding

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *