Het kwaad in The Devil Next Door is zo immens dat het een film had verdiend die dieper zou graven

Om The Devil Next Door een truecrime-documentaire te noemen, klinkt ietwat oneerbiedig; meestal hebben we het dan over een moord, bankoverval of ontvoering, maar hier gaat het om de grootste truecrime tegen de mensheid ooit. Desalniettemin voldoet de serie aan alle kenmerken waar het genre op Netflix bekend om staat, door hits als Making A Murderer, Wild Wild Country, The Staircase en Evil Genius.

We zien de hoofdrolspelers terugblikken, zover ze nog leven, we zien oude journaals en archiefbeelden uit de rechtbank, we zien mooie animaties en een al even fraaie themetune, we duiken diep in het gesteggel over juridische details en net als we denken dat de zaak uitzichtloos is krijgen we een nieuwe snipper bewijs gevoed – waarna de aftiteling begint.

‘Ik ben John Demjanjuk’, zegt de verdachte aan het slot van aflevering drie. In de volgende aflevering zien we de rest van het verhoor van de man die wel of niet Ivan de Verschrikkelijke is, de kampbeul van Sobibor en Treblinka die vrouwen en kinderen op weg naar de gaskamers verminkte.

The Devil Next Door. Beeld Neftlix

Om over spoilers te spreken voelt nog oneerbiediger, maar de breed bekende feiten zijn in elk geval: Demjanjuk leefde een onbetekenend bestaan als Ford-medewerker in Cleveland toen hij in 1987 aan Israël werd uitgeleverd om daar vervolgd te worden.

Het hardste bewijs was een SS-identiteitskaart, een vervalsing volgens de verdediging. Bovendien waren er een aantal kampoverlevenden die getuigden Demjanjuk te herkennen. Ook zijn eigen tegenstrijdige getuigenis over wat hij tijdens de oorlog deed, was nogal belastend.

Demjanjuk werd veroordeeld, ging in beroep, werd weer vrijgesproken, keerde terug naar de VS en werd pas in 2011, 18 jaar na zijn vrijspraak, alsnog veroordeeld, in Duitsland. Die laatste zaak wordt oppervlakkig behandeld in de documentaire.

De beste truecrime-docuseries stijgen uit boven het niveau van de reconstructie en stellen scherpe vragen over het rechtssysteem, de media of de menselijke psyche. Ook The Devil Next Door stipt fascinerende kwesties aan. Hoe feilbaar het geheugen is. Wat de gevolgen zijn van live-uitzendingen van rechtszaken. Of een eerlijke rechtsgang überhaupt mogelijk is als het om zo’n beladen kwestie gaat. Waarom de VS sommige oud-nazi’s moedwillig binnenhaalden in de strijd tegen de communisten. En of je het een kampbeul kwalijk kan nemen dat hij zijn taak uitvoert (Demjanjuks kleinzoon vindt van niet).

Hoewel de serie zeer de moeite waard is, wordt geen van die vragen werkelijk uitgediept. Wellicht dachten de makers dat een sobere aanpak het meest integer was: alleen de feiten, geen getheoretiseer. Maar daardoor vallen ze juist in de valkuil waardoor het genre ooit neerbuigend werd beschouwd als lagere journalistiek. Oneerbiedig gezegd: ordinaire nieuwsgierigheid naar het kwaad. Een neiging die de titel al een beetje verraadt.

Dit kwaad is zo immens dat het een film had verdient die dieper zou graven, maar is óók zo groot dat je de reconstructie niet mag missen.  

Bronvermelding

Een unieke gelegenheid ongestoord rond te snuffelen in het decor van Assassin’s Creed

De makers van Assassin’s Creed steken veel werk in het nauwgezet nabootsen van de historische setting waarin de games afspelen. Maar hoe beleef je die schitterende reconstructies als je niet kunt of wilt spelen? Dan is er de ontdekkingstour. 

Als iemand een bezoeker zou moeten rondleiden door een museum gewijd aan het oude Griekenland, wie zou dan een betere gids zijn dan Herodotus? Dat treft: de ‘vader van de geschiedschrijving’ is een van de figuren die een bezoeker kan aanklampen in de Discovery Tour: Ancient Greece. Dat is een virtuele roadtrip langs honderden historische locaties, personages en objecten uit de game Assassin’s Creed Odyssey.

Veel van het monnikenwerk dat ontwerpers in hun games steken krijgt niet de aandacht die het verdient, constateerde de Franse gamesuitgever Ubisoft twee jaar geleden. De speler neemt of krijgt meestal niet de kans om eens uitgebreid rond te kijken; hij moet zich belagers van het lijf houden, klimmen en klauteren. 

Assassin’s Creed Odyssey. Beeld Ubisoft

Daarom brachten de Fransen vorig jaar een Discovery Tour uit voor Assassin’s Creed Origins, de voorloper van Odyssey uit 2017, waarin de held een samenzwering in het oude Egypte ontmaskert. Vrijwel alle game-elementen zijn uit het spel gesloopt om ongestoord rondsnuffelen mogelijk te maken. Gamers en niet-gamers kunnen de bibliotheek van Alexandrië vóór de brand bekijken, of een Egyptisch huishouden binnenlopen en een praatje aanknopen.

Ook van Assassin’s Creed Odyssey heeft Ubisoft een virtuele tour laten maken. Er zijn bezoeken mogelijk aan reconstructies van de Akropolis en de agora, het Erechtheion, de tempel van Apollo in Delphi en het theater aldaar, en het stadion van Olympia. Maar er zijn ook inkijkjes in het dagelijks leven, in de politieke en religieuze mores, de beeldende kunst, alsook in de Griekse oorlogsvoering, krijgskunst en mythen. De verklarende teksten gaan niet erg diep, maar het resultaat is een fraaie kruising tussen openluchtmuseum, expositiecatalogus en diorama.

Assassin’s Creed Odyssey. Beeld Ubisoft

Historische werkelijkheden

Odyssey is de elfde aflevering in een reeks avonturengames die sinds 2007 is verschenen. Elke Assassin’s Creed speelt zich af tegen een historische achtergrond, van het relatief recente Victoriaanse tijdperk (tweede helft 19de eeuw) tot het einde van het Ptolemeïsche rijk (Egypte, 46 jaar voor het begin van de christelijke jaartelling). Met Odyssey gaat de serie verder terug in de tijd dan ooit: de gamer loopt rond in het Griekenland van het begin van de Peloponnesische Oorlog, in 431 voor Christus.

Ubisoft gaat er prat op dat de Assassin’s Creed-games de speler onderdompelen in een wereld die de historische werkelijkheid zo dicht mogelijk benadert als het gaat om landschappen, architectuur, decors en andere aankleding. Toen de Notre-Dame in Parijs vijf maanden geleden bij een brand zwaar beschadigd raakte, liet Ubisoft gamers een week lang gratis een versie downloaden van Unity, de Assassin’s Creed-titel uit 2014 die zich afspeelt tijdens de Franse Revolutie. De kathedraal is daarin een van de plekken die gamers bezoeken.

In Unity is de Notre-Dame tot in de kleinste details nagebootst. Dat vergde twee jaar, zo verklapte level artist Caroline Miousse vijf jaar geleden aan webmagazine The Verge. Dat is lang, voor een enkele locatie, maar over de echte kathedraal deden de Fransen langer: 182 jaar, nadat ze de eerste stenen hadden gelegd in 1163. Dankzij de gratis game kan iedereen de Notre-Dame virtueel bewonderen, tot het monument weer is hersteld.

Assassin’s Creed Odyssey. Beeld Ubisoft

Orakels en legenden

Er is een groep belangstellenden die de jongste Discovery Tour enthousiast heeft begroet. Dat zijn geleerden die onder hashtag #ACademicOdyssey debatteren over het historische gehalte van de game. Zo constateert de Britse archeoloog Mark Waters dat de game ten onrechte koperbronnen situeert in Euboea (Evia), een eiland in de Egeïsche Zee. Vakgenoten signaleren dat de oude Grieken in Odyssey verdacht veel Nieuwgrieks spreken en dat veel daken plat zijn, terwijl de meeste gebouwen destijds puntdaken hadden.

Niet alles in Odyssey is historisch verantwoord: de personages kruisen het pad van mythologische figuren zoals Medusa en de Minotaurus. ‘We hebben een historische roadtrip afgelegd’, grapte de Britse geleerde en gamer Kate Cook op Twitter na een avondje Odyssey , ‘de lynx, de eenhoorn en ik (Kassandra).’ In dat opzicht is Herodotus écht de ideale gids. De Griekse ‘vader van de geschiedschrijving’ lardeerde zijn befaamde Historiën ook met dromen, wonderen, orakels en legenden. Zoals hij het zelf verwoordde: ‘Ik ben gebonden om te vertellen wat mij is verteld, maar niet in alle gevallen om het te geloven.’

Discovery Tour: Ancient Greece is een gratis download voor wie Assassin’s Creed Odyssey al heeft gekocht voor PlayStation 4 of Xbox One. Voor pc is er een vrijstaande versie verkrijgbaar (19,99 euro). 

Geen pc of spelcomputer? Op het YouTube-kanaal van Ubisoft UK zijn filmpjes van dertig tours te bekijken.

Assassin’s Creed Odyssey. Beeld Ubisoft

Torens beklimmen

Een vast spelelement in de Assassin’s Creed-games is een hoge toren die spelers moeten beklimmen om verborgen gebieden te kunnen ontdekken. Het mechanisme is gekopieerd in andere Ubisoft-titels, zoals Watch Dogs en Far Cry, maar ook overgenomen door concurrenten. Dit tot chagrijn van veel gamers. Bedenker Patrick Désilet van Ubisoft trok vorige maand het boetekleed aan: ‘Dat je nu eerst torens moet beklimmen voor je verder kunt in een game – sorry, dat is mijn fout.’ Désilet liet in het midden of de torens in volgende games worden geschrapt.

Assassin’s Creed Odyssey. Beeld Ubisoft

Bronvermelding

Pod Save America fileert de Amerikaanse politiek met brille ★★★★☆

Pod Save America

★★★★☆

Politiek

Een podcast van Crooked Media (Jon Favreau, Tommy Vietor en Jon Lovett)

Een van de eigenaardige eigenschappen van het podcastgenre is dat de makers van de podcast, midden in hun verhaal over politiek, sport, kunst of wetenschap, zelf hun reclameblokken voorlezen. Het gezaghebbende stemgeluid wordt dan naadloos verleend aan een uitzendbureau, een nieuwe app of een comfortabel matras. In Pod Save America, waarin drie oud-stafleden van het Witte Huis onder Obama de politiek de maat nemen vanuit een schaamteloos progressieve invalshoek, zijn de reclameblokken kleine hoogtepuntjes. De teksten die volgens het contract met de adverteerder moeten worden voorgedragen, krijgen voortdurend commentaar van de makers. Een headhuntersbureau dat voor de zoveelste keer aankomt met de beeldspraak over de naald in de hooiberg kan op de spot van de presentatoren rekenen. ‘Niet weer de hooiberg!’, hoor je op de achtergrond.

Geen wonder dat teksten in dit gezelschap kritisch tegen het licht worden gehouden; centrale presentator is Jon Favreau (niet te verwarren met de gelijknamige regisseur van The Lion King), die als twintiger de jongste speechschrijver ooit in het Witte Huis werd. En waar je ook staat op het politieke spectrum, het is duidelijk dat er in de Obama-jaren welluidende en inspirerende speeches uit het Witte Huis kwamen. Favreau vertrok al in 2013 uit het Witte Huis met plannen om het in Hollywood te proberen. En toen kwam Trump.

Samen met zijn oud-collega’s Tommy Vietor en Jon Lovett richtten ze het mediabedrijf Crooked Media op, dat  (check ook het YouTube-kanaal) onderdak biedt aan een combinatie van journalistiek en activisme. Favreau: ‘Ik weet niet of we een mediabedrijf of een politieke beweging zijn.’ Vlaggeschip van Crooked Media is de podcast Pod Save America (twee keer per week), waarin de laatste ontwikkelingen in de Amerikaanse politiek worden doorgenomen, af en toe met gasten.

Als in de beste podcasts krijg je de indruk dat je aanschuift bij een stel vrienden die totaal ongehinderd door enige diplomatie hun gemoed luchten over de ontwikkelingen van de dag. Het virtuoos beledigen van ruggegraatloze politici is hier tot een kunstvorm verheven. Het lijkt alsof Aaron – The West Wing – Sorkin een show over een podcast heeft geschreven. Arrogant? Zeker, maar het is een genot om te horen met hoeveel brille de hypocrisie en domheid van de dag met gestrekt been onderuit worden gehaald.

Pod Save America draait deze dagen – terwijl de hoorzittingen rond de impeachment van Trump bezig zijn – op volle toeren. De aflevering van maandag 18 november heeft als titel ‘He loves your ass’, naar de inmiddels legendarische quote uit een telefoongesprek met de president over het standpunt van de president van Oekraine. De aflevering opent met een helder interview met Adam Schiff, voorzitter van de impeachement-commissie, die zijn strategie toelicht. Crooked Media is nog geen Fox News, maar er luisteren wel anderhalf miljoen mensen naar elke aflevering van Pod Save America

Als Schiff heeft opgehangen, buigen de mannen zich over een adverteerder die donzige handdoeken in de aanbieding heeft. Daar vinden ze iets van.

Bronvermelding

Miniboekje van Charlotte Brontë komt terug naar huis voor 780.000 euro

Het miniatuuremanuscript uit 1830, geschreven door een 14-jarige Charlotte Brontë. Beeld Reuters

Brontë was 14 jaar toen ze miniatuurtijdschriftjes maakte voor de speelgoedsoldaatjes waar ze met haar broer en zussen mee speelde.

In 2011 werd ditzelfde boekje van 35 bij 61 millimeter bij Sotheby’s in Londen geveild, maar toen werd het Engelse museum overboden door het Parijse Musée des Lettres et Manuscrits. Dat museum sloot echter in 2014. De oprichter wordt inmiddels vervolgd; het lijkt erop dat hij de collectie gebruikte voor een ponzifraude.

Dit keer riep het Brontë Parsonage Museum, dat is gevestigd in het voormalige woonhuis van de Brontës, hulp in van Brontë-liefhebbers. Met een crowfundingactie werd ruim 100 duizend euro opgehaald. 

Charlotte Brontë maakte in de zomer van 1830 zes edities van The Young Men’s Magazine. Het museum had er al vier, één exemplaar is zoekgeraakt. In 1847 debuteerde Brontë met haar beroemde roman Jane Eyre. 

Bronvermelding

Wij pasten wetsvoorstel van D66 om burgers wetsvoorstellen aan te laten passen iets aan

NutriBullet-sap-centrifuge. Beeld Nutribullet

D66 kwam deze week naar buiten met een plan om burgers wijzigingen te laten aandragen voor nieuwe wetsvoorstellen. Een prima idee – op een aantal punten na dan. Daarom suggereren wij de volgende aanpassingen.

7 handtekeningen in plaats van 70 duizend
D66 wil dat een initiatief pas geldig wordt bij een steunbetuiging van 70 duizend handtekeningen. Wij willen dat aanpassen naar 7 handtekeningen. Zo wordt het voor iedereen weer mogelijk om een woordje mee te praten in Den Haag. Ook voor zaalvoetbalteams.

David Attenborough komt het amendement presenteren in de Tweede Kamer
D66 stelt voor dat de initiatiefnemer naar de Tweede Kamer komt om zijn amendement toe te lichten. Ons lijkt het veel beter als David Attenborough dit komt doen. Hij is een lieve oude man met een rustgevende stem. Het moet wel een beetje leuk blijven.

De initiatiefnemer krijgt een NutriBullet-sapcentrifuge thuisgestuurd
Al die handtekeningen, dat mag best beloond worden. Daarom stellen wij voor dat de initiatiefnemer een NutriBullet-sapcentrifuge krijgt thuisgestuurd.

Met de NutriBullet voelt elke slok als een beloning. Heb je kinderen die ’s ochtends vroeg nog liggen te slapen? De Nutribullet-sapcentrifuge maakt 40 procent minder lawaai dan andere sapcentrifuges. Van smoothies, tot softijs, tot basilicum-pesto, de NutriBullet wordt jouw favoriete keukengadget!

Deze aanpassing is gesponsord door de NutriBullet-sapcentrifuge. Nu te koop via nutribullet.com of de betere webwinkel bij jou in de buurt.

Een raadgevend referendum voor elke handtekeningenactie
Het ultieme symbool voor democratie. Daarom pleiten wij voor een raadgevend referendum. Zodat wij burgers op zijn minst zelf kunnen bepalen of we zitten te wachten op een handtekeningenactie voor een wetswijziging.

Bronvermelding

Met carnavalskrakers en verkleedacts zet Club Gewalt muziektheater op zijn kop

Hun voortbestaan hing aan een zijden draad, maar na een succesvol optreden op de prestigieuze biennale van Venetië gloort er een grote toekomst voor Club Gewalt. Zeven jonge branieschoppers maken anarchistisch muziektheater en geven het begrip opera nieuwe inhoud. Soms heel goed, soms een mislukking, altijd onvergetelijk.

‘Opera is dood. Opera is recreatie voor de babyboomer, kijk maar om je heen.’ Daar stonden ze dan, zeven twintigers, millennials, ook al haten ze dat woord, op het podium van festival De Operadagen in Rotterdam te verkondigen dat hun toeschouwers meest geliefde discipline beter uit zijn lijden verlost kon worden. Club Gewalt stond klaar om de patiënt live een spuitje te geven. Tussendoor zongen ze nog wel even de prachtigste aria’s van figuren als Purcell en Wagner.

Club Gewalt: een zevental professionele braniemakers, maar ook – en daar zit hem de kneep – zeer vakkundige muziektheatermakers. Gerty, Amir, Annelinde, Suzanne, Loulou, Robbert en Sanna heten ze, allemaal eind twintig, allemaal woonachtig in Rotterdam. Vanuit hun rommelige repetitiekelder in Time Window (voorheen club Roodkapje) maakten ze de afgelopen zes jaar naam met een reeks bizarre voorstellingen. Laten we het opera’s noemen, bij gebrek aan een beter woord.

Want al hun werk is doorgecomponeerd: de muziek vertelt het verhaal. De ene keer schrijven ze een libretto van carnavalskrakers, de andere keer komen ze met een strakke techno-opera over sporter Yuri van Gelder. Dit weekend gaat hun nieuwste in première: Life, Oh Life. Naar eigen zeggen een ‘lifestyle-opera’ over mindful leren leven ‘maar dan met spullen’.

Gemene deler van al dat werk: zoiets heb je nog nooit eerder gezien. Dat vond ook The New York Times. ‘Irresistible’ schreef de krant over de zingende zeven uit Rotterdam. Ze kregen deze zomer bijna de helft van een lange recensie over het theaterprogramma van de biennale van Venetië, waar de groep met twee voorstellingen stond. Een grote internationale carrière werd ze toegewenst. Het heeft de ambities alleen maar doen toenemen.

Het allerfoutste

Al met al een flinke stap voor de groep die in 2013 de eerste prijs van het Café Theater Festival in Utrecht won. Die kregen ze voor de voorstelling Carnavalskinderen. Ze kwamen vers uit school, de muziekafdeling van Codarts, oftewel het conservatorium in Rotterdam. De voormalige klasgenoten hadden elkaar gevonden in hun liefde voor muziektheater. Ze besloten iets te maken dat uitersten bij elkaar bracht. Dus terwijl anderen interessant deden met Mahler of musicalrollen gingen zij op zoek naar het allerfoutste wat het muzikale spectrum te bieden had. Zo belandden ze bij de carnavalsmuziek. Ze schreven een handvol liedjes als Roei ’m d’r maar in, stampten in polonaise over het podium en kregen het voor elkaar om tegelijk een wezenlijk verhaal te vertellen over de twijfels en angsten van een ontheemde feestgeneratie.

Het debuut kreeg een succestournee langs diverse festivals. Een oeuvre was geboren en kreeg de jaren daarop kans zich te ontwikkelen naar steeds complexere en anarchistischere happenings. Opvallend was dat Gewalt in tegenstelling tot veel generatiegenoten steevast wegbleef van concrete verwijzingen naar de actualiteit. In plaats daarvan zijn de voorstellingen opgebouwd rond een thema, een gevoel eigenlijk, dat voorkomt uit leven in deze tijden van onzekerheid, waarmee de maatschappij via een omweg toch weer het werk in komt.

Zo ging Man on Wire (geïnspireerd op het verhaal en de film over de extreme koorddanser Philippe Petit) over hun behoefte aan doorzettingsvermogen. Hun boosheid kanaliseerden ze in Club Club Gewalt 5.0 Punk (2017): een punk-performance met hardcore-liedjes als ‘De VVD is niet oké.’ En de ‘party installation’ Karaoke Kanye (2016) ging over vluchten in decadentie. In Het Parool liet de groep optekenen dat de film La Grande Bellezza een grote inspiratie was. In een scène ‘wordt een dwerg, een upperclass vrouw, op een Italiaans feest door zes mannen in de lucht gegooid. Die hele sfeer van die film trok [ons] enorm aan.’

Is alles wat ze maken goed? Moeilijk te zeggen. Soms verzuipen de acts in een overdaad aan ironie of geluid dat te hard staat. Sommige verkleedacts (Kanye-maskers!) zijn flauw. Onbeteugelde experimenteerdrift kent ook zijn mislukkingen. Maar wie kijkt naar het geheel, ziet vaak genoeg een glimp van genialiteit. Onvergetelijke avonden zijn het sowieso. Als dit opera is, dan is opera verre van dood.

Subsidies

Het scheelde overigens niet veel of Club Gewalt was zelf dood geweest. In 2018 zag de groep een aantal subsidies door de neus geboord worden. De voorstelling A Millennial Requiem for the Double Helix moest worden afgeblazen. Treurnis alom. Was dit het einde?

Nee dus. De drang om te spelen bleef allesoverheersend. Publiekssletjes, zo noemen ze zichzelf niet voor niets. En dus gingen ze door. Voor een appel en een ei maakten ze Een Requiem voor een Requiem, gespeeld in hun eigen kelder. Het werd een voorstelling over een niet gemaakte voorstelling, als volgt aangekondigd: ‘Als hobby-Club Gewalt kwamen we tien weken elke woensdagavond tussen 19:30 en 22:00 bij elkaar. Er werden koorstukken gerepeteerd, gepraat en gezocht naar het nut van kunst, en onze eigen kunst in het bijzonder.’

En toen kwam die geweldige zomer van 2019 in Venetië. Gewalt hervond zijn zelfvertrouwen, evenals de financiële middelen. Daarmee presenteert de groep nu hun revanche: Life, Oh Life. Hiermee verplaatsen de zeven hun introspectieve onderzoek van hun motivatie om kunst te maken naar hun motivatie om te leven. Want hoe doe je dat, leven in een tijdperk van ecologische rampspoed? Ze zochten naar antwoorden in de theorie achter minimal music, zoals ambient, waarin het gaat om meditatie, mindfulness en het uitstellen van prikkels. In hun oefenkelder staan zeven elektrische orgeltjes opgesteld. Ze werken er aan minimale composities met een maximum aan impact, zoals een ‘zuchtkoor’ en een burn-outlied. Dat klinkt opvallend serieus, en dat is het ook. Maar het wordt ook weer heel grappig, benadrukken ze. Dat niemand denkt dat ze nu opeens volwassen zijn geworden.

Life, Of Life van Club Gewalt: première 22/11, Theater Rotterdam. Tournee t/m 26/1.

Club Gewalt maakte afgelopen zomer deel uit van een Nederlandse focus in het theaterprogramma van de Biënnale in Venetië. Ze speelden er Club Club Gewalt 5.0 Punk en Yuri. Hoe ze daar terecht kwamen blijft voor de groep schimmig. Opeens werden ze gevraagd. Het publiek reageerde tot hun verbazing uitzinnig. ‘Ze moesten zelfs lachen om het grapje dat Yuri van Gelder uit Waalwijk komt.’ Ook theatermakers Jetse Batelaan en Julian Hetzel stonden op het festival. 

Bronvermelding

De sax als emotioneel breekijzer: waar zijn al die saxofoons gebleven?

Het begon met Baker Street van Gerry Rafferty en explodeerde na Careless Whisper van George Michael. Waar zijn al die saxofoons gebleven? 

Pardon? In het tiende nummer van Kanye Wests nieuwe album Jesus Is King klinkt na 2 minuut 29 opeens een geluid.  Zangerig, op het weeïge af, volledig dissonant ten opzichte van de rest van de track. Maar wel herkenbaar, en op een of andere vreemde manier ook vertrouwd, veilig misschien wel. Is dat… is dat een saxofoonsolo? Een blik op de credits van Use This Gospel leert dat Kanye voor deze track heeft samengewerkt met Kenny G. Een geniale zet? Een provocatie? Het doet er niet zoveel toe. Veel belangrijker is het effect. 

De bezwerende klanken werken als een portaal naar een tijd, in de jaren tachtig en negentig, waarin de saxofoon koning was. De warme, koperen zang als een deken van nostalgie.  Neonkleuren, permanentjes, spandex, Top Gun, Dirty Dancing, walkmans. Sting met het haar van Matthijs van Nieuwkerk. Kenny G, met het haar van Kenny G. Het waren de jaren tachtig en het woord ‘subtiel’ hield een lange winterslaap. Alles moest groots, krachtig, dubbel onderstreept met fluorescerende markers. Van mode tot architectuur, van speelgoed tot film. En natuurlijk ook de popmuziek. Meer drama, meer seks, meer, meer, meer. Wie stoere muziek wilde, ging voor een gierende gitaarsolo. De donderende drumbreak was synoniem voor een ontlading van opgekropte emoties. En wie een stukje nostalgische quasi-romantiek, of instantseksualiteit, aan zijn liedje wilde toevoegen, koos voor de saxofoonsolo.

Koortsachtige droom

Nu weinig meer dan een vervlogen herinnering, een flard van een koortsachtige droom, een oh ja-ervaring. Waar is die saxofoonsolo gebleven? Waar kwam hij überhaupt vandaan? Wat is de aantrekkingskracht ervan? En hoe is het nu met het haar van Kenny G?

Om met die laatste vraag te beginnen: iets dunner, iets hoger op het voorhoofd, maar verder uitstekend (overigens had G’s zoon Max, gitarist in een heavy-metalband, een tijd lang precies dezelfde Medusa-achtige bos zwarte krullen). Tegenwoordig is Kenny G. meer cultfiguur dan muzikant, een karikatuur van zichzelf, dankbaar onderwerp van spot. Maar heb vooral geen medelijden; G. (voluit Gorelick) verkocht meer dan 75 miljoen platen en was een van de eerste investeerders in Starbucks, dus zijn kostje is wel gekocht.

Kenny G in 1992. Beeld WireImage

Het is onmogelijk om over het succes van de saxofoon in de popmuziek te schrijven zonder Kenny G. te noemen. Voordat alle saxofoonpuristen nu schuimbekkend op hun toetsenbord klimmen: dit is niet het verhaal van Joe Allard, Rudy Wiedoeft, John Coltrane, Sonny Rollins of Maceo Parker. Zelfs niet van Clarence Clemons of Bobby Keys. Dit is niet het verhaal van de saxofooncomposities die Claude Debussy vroeg in de 20ste eeuw schreef. Dit is ook niet het verhaal van de techniek; van vibrato, embouchure, ademhaling of legato tonguing (al zal er op de tonen van de sax genoeg legato tonguing hebben plaatsgevonden).

Nee, dit is niet het verhaal van de saxofoon als elegant, subtiel wulps muziekinstrument. Dit is het verhaal van de saxofoon als emotioneel breekijzer, het geluid dat eind jaren tachtig, begin jaren negentig de popmuziek domineerde. En Kenny G. was misschien wel de behendigste surfer op die golf. Zijn album Breathless uit 1992 werd het bestverkochte instrumentale album ooit, hij speelde het Amerikaanse volkslied op de slotceremonie van het WK voetbal in 1994 (in de VS) en werkte samen met de crème de la crème van de powerballadgeneratie: Andrea Bocelli, Celine Dion, Michael Bolton, Toni Braxton en Richard Marx. Het idee van een vleesgeworden saxofoon is nogal onappetijtelijk, maar Kenny G. is het wel.

Jazz en rock

Hij was evenwel niet de grondlegger van het saxofoonsucces. Eerst was er jazz – natuurlijk – met de solisten, de bigband, de beboprevolutie en natuurlijk Charlie Parker, John Coltrane en al die andere grote saxofonisten, de koningen van het koper. Ze worden allemaal genoemd in The Cambridge Companion to the Saxophone, een dik naslagwerk met de volledige geschiedenis van de saxofoon. Na de jazz kwam rock; van saxofonist Lee Allen op de platen van Little Richard en Fats Domino tot de solo’s van King Curtis (onder meer op Respect van Aretha Franklin); van Pee Wee Ellis tot Maceo Parkers Horny Horns.

Een van de eerste rockbands die de saxofoon omarmden was Blood, Sweat and Tears, met bandlid Fred Lipsius op de altsaxofoon. In 1977 klonk Phil Woods subtiele solo op Billy Joels Just The Way You Are. In de jaren zeventig veroverde de saxofoon een gerespecteerde plek in de pop- en rockmuziek. David Bowie speelde zelf sax op zijn Changes; John Helliwell blies Supertramp naar succes, Clarence ‘The Big Man’ Clemons was integraal onderdeel van Bruce Springsteens band; hetzelfde gold voor Bobby Keys en The Rolling Stones. Ontdoe Jungle Land en Brown Sugar van de saxofoon en je ontdoet ze van hun essentie. The Rolling Stones, de Beatles, Marvin Gaye, Eric Clapton, Lou Reed, The Supremes, Diana Ross; de lijst is eindeloos. Iedere zichzelf respecterende muzikant in de jaren zestig en zeventig gaf de saxofoon een plekje in zijn ensemble.

Tot zover alles goed.

Baker Street

Maar toen werd het 1978. Op 3 februari werd Amal Clooney geboren, een griepgolf teisterde Nederland en vissers dreigden met blokkades omdat ze steunmaatregelen voor kottervissers wilden. Het jaar ervoor was de Engelse zanger Gerry Rafferty met grote regelmaat van zijn ouderlijk huis in Paisley naar Londen gereisd, waar hij vaak bij een vriend verbleef in een flatje op Baker Street. 

Het werd de inspiratie voor Baker Street. Als opening had Rafferty eerst een zangpartij en daarna een gitaarsolo in gedachten. Maar toen op de opnamedag de gitarist op zich liet wachten, kwam een andere muzikant met een idee. Raphael Ravenscroft stelde voor een oude saxofoon die hij in zijn auto had liggen erbij te halen en de passage daarop te spelen. Niemand had enig idee wat voor gevolgen die ingeving zou hebben.

De eerste paar seconden van Baker Street zijn een muzikaal kabbelen. Een muzakkig fluitje, voorzichtige cymbalen, tikjes op de bongo’s en een fluisterend klarinetje. De eerste 23 seconden van Baker Street klinken als de intro van een soapserie uit de jaren zeventig. Maar dan, op 24 seconden. Het is alsof je op een dinsdagavond televisie zit te kijken, languit op de bank. Dan wordt er zachtjes op de deur geklopt. Je gaat kijken, maar door het kijkgaatje valt niets te zien. Uit nieuwsgierigheid doe je toch voorzichtig de deur open. Voor je neus staat een man. Hij heeft lang, krullend haar. Een absurde pluk borsthaar steekt fier uit boven zijn satijnen ochtendjas. ‘Wat…wat kan ik voor u doe…’ Maar voordat je je zin hebt kunnen afmaken, maakt de man de ceintuur van zijn ochtendjas los en laat hij, zwijgend, het gewaad in een vloeiende beweging van het tengere lijf vallen. Hello there.

Zo sensueel

De saxofoonsolo van Baker Street is geen saxofoonsolo; het is een liefdesverklaring, een versierpoging. Zo pompeus, zo sensueel, dat het tegen seksuele intimidatie aan schurkt.

En het viel in de smaak. Baker Street werd een wereldwijde hit en veroorzaakte een seismische verandering in de popmuziek. The Cambridge Companion to the Saxophone spreekt zelfs van het ‘Baker Street-fenomeen’. ‘Niemand weet precies waarom, maar na het succes van dit nummer leek het alsof iedere zichzelf respecterende band een saxofoon moest hebben. Even later had een groot deel van de tv-reclames een zwoele tenor of een jammerende altsax, en halverwege de jaren tachtig werd de saxofoon het populairste instrument voor jongeren om zelf te gaan spelen. (…) Baker Street veranderde de saxofoon in een mainstream pop-instrument, in plaats van een extra instrument dat van de jazz werd geleend.’ 

Raphael Ravenscroft in de videoclip van ‘Baker Street’.

Inderdaad, kort na Baker Street volgden onder meer Supertramps The Logical Song, Hit me with your Rhythm Stick van Ian Dury, Just the Way you Are (Billy Joel) en Elton John met Little Jeanie.

Hoewel The Cambridge Companion geen wetenschappelijke verklaring durft te geven voor het succes van de saxofoonsolo, kunnen we op zijn minst een poging wagen.

Het warme geluid van de saxofoonsolo wordt in de popmuziek, net als de drumbreak en de modulatie, gebruikt om een liedje een bepaalde sentimentele waarde te geven, een extra melodramatisch zetje. Vergelijk het met de videoclips waarin zangers of zangeressen hun vuisten balden en hun ogen dichtknepen, terwijl ze het hoofd in hun nek legden. De saxofoonsolo doet ook zoiets.

Zoiets, want het is meer dan alleen sentimenteel effectbejag. Was het maar zo simpel. Van een heel andere orde is de solo in (I’ve Had) the Time of my Life, van Bill Medley en Jennifer Warnes: 

Deze borduurt weliswaar voort op het melancholieke gevoel van de rest van het liedje, maar voegt er tegelijkertijd ook iets vrolijks en lichtvoetigs aan toe. Inderdaad, funky. En soms neemt de saxofoonsolo het bijna helemaal over van de zangpartij, zoals na 3 minuten en 4 seconden in Tina Turners We Don’t Need Another Hero:

In dat liedje heeft het dezelfde ‘luister dan, ik meen wat ik zeg’-achtige functie die het kinderkoortje even verderop in het nummer ook speelt. Een uiterste poging de luisteraar te overtuigen van de boodschap. We hebben helemaal niet nog een held nodig. Serieus, helden genoeg hier.

Ongedefinieerde heimwee

Of neem de saxofoonsolo in Stings Englishman in New York

en vergelijk dat met die in Do It To Me van Lionel Richie:

Bij Stings saxofoon klotst de melancholie tegen de plinten. Het is de soundtrack van eenzaam in de regen lopen, de kraag opgetrokken en het lijf zwaar van ongedefinieerde heimwee. Do It To Me daarentegen is broeierig, sensueel. Beslagen ramen en druipende kaarsen. Ja, seks, ja.

Het idee van de seksualiteit van de saxofoon is niet voorbehouden aan de jaren tachtig. Al in 1914 veroordeelde het Vaticaan de saxofoon, die toen populair begon te worden in het met jazzmuziek vergeven nachtleven van de jaren tien. De trompet en de klarinet hadden weliswaar een keurige reputatie gevestigd in de klassieke muziek, schrijft Stephen Cottrell in zijn boek The Saxophone, maar de saxofoon was een relatief nieuw instrument. De hoeders van de puriteinse moraal moesten niets hebben van deze sensuele nieuwkomer met zijn suggestieve vorm, die je ook nog eens dicht tegen je lijf moest houden als je erop speelde. Als je je ogen half dichtkneep, leek het net alsof de saxofonist niet op een instrument speelde, maar een vrouw zoende. Blasfemisch, vond de kerk. 

Beeld Marco Tiberio

In zijn boek The Devil’s Horn haalt auteur Michael Segell het artikel ‘Jazz and aggression’ aan, dat in 1958 werd gepubliceerd in het tijdschrift Psychiatric Communications. In dat stuk spreekt de auteur van freudiaanse droomsymboliek en suggereert hij dat het spelen van een blaasinstrument ‘een onbewust symbool kan zijn van masturbeerbewegingen en geassocieerd wordt met auto-erotische stimulatie’. Ook beschrijft Segell in het boek hoe een scène uit de film A Streetcar Named Desire (uit 1951, met Marlon Brando en Vivien Leigh) niet langs de Amerikaanse kuisheidscommissie kwam. ‘De levendige verbeelding van zulke basale erotiek was een schending van de goede zeden. Echter, die beslissing had niets te maken met wat zich op het scherm afspeelde. De censoren waren gegriefd door de voluptueuze saxofoonsolo die [de scène] begeleidde.’

George Michael

Als deze commissie, The Legion of Decency, in 1984 nog actief was geweest, had ze waarschijnlijk aan de beademing gemoeten. Er kwam een song uit, geïnspireerd op de romantische avonturen van de pas 17-jarige George Michael. ‘Ik dacht de hele tijd dat ik cool was’, zegt Michael in zijn autobiografie Bare over een dubbele relatie die hij had. ‘Maar er kwam gewoon niet zoveel emotie bij kijken. Ik voelde me schuldig tegenover het eerste meisje en dat liedje, Careless Whisper, ging over haar, over hoe we samen dansten, want we dansten veel. En het idee was: wij zijn aan het dansen… maar zij weet het… en het is afgelopen.’ Als opening voor het liedje had Michael een saxofoonsolo in zijn hoofd, die hij voor de demoversie liet inspelen door een vriend die weleens saxofoon speelde in de kroeg.

Maar toen de track moest worden opgenomen, kregen liefst tien saxofonisten het niet voor elkaar de solo goed in te spelen. Althans, dat vond Michael, die steeds wat aan te merken had. De elfde saxofonist die het mocht proberen was Steve Gregory, die jaren eerder te horen  was geweest op Honky Tonk Women van The Rolling Stones. Omdat zijn saxofoon geen hoge Fis-klep had, vroeg Gregory de technicus de track vertraagd af te spelen, zodat hij de solo een toon lager kon inspelen. Saxofonist en saxofoonleraar Dan Forshaw, een bekende van Gregory, beschrijft het in een Facebook-post. ‘Doordat die opname vervolgens op normale snelheid werd afgespeeld ontstond er een ‘onnatuurlijk’ saxofoongeluid dat een beetje klonk zoals de altsax van Paul Desmond, maar zonder de diepte en duisternis van dat geluid.’ George Michael, die net de studio was binnengekomen, zei: ‘Dat is ’m. Dat is de sax-solo die ik wil.’

Dat is ’m. 

Een hand vol drumslagen biedt de saxofonist gelegenheid even diep adem te halen. En dan, net voordat de solo wordt ingezet, een diepe grommende bastoon, als een gelukzalige kreun, een voorportaal voor ongeremd hedonisme. De tonen van deze saxofoonsolo laten zich niet vangen in tekst, in na-na-na’s of ta-da-da’s. Het is een stroom, een waterval aan geluid, het gevoel van in een bad stappen dat precies warm genoeg is. Soft focus. Kaarslicht.

Als de subtiele sax in Just the Way You Are van Billy Joel gelijkstaat aan de bovenste twee knoopjes van een overhemd losmaken en die in Baker Street aan een verrassing op een dinsdagavond, dan is het begin van Careless Whisper tijdens een huisfeestje bij onbekenden per ongeluk de verkeerde kamer binnenlopen en een vrijpartij in volle gang aanschouwen. Blijkbaar zat de wereld erop te wachten. Careless Whisper werd, met meer dan zes miljoen verkochte singles en in meer dan twintig landen een nummer 1-positie, een gigantische hit. Waar Baker Street het pad had geëffend, plaveide Careless Whisper dat nu met kitscherig glimmend koper. Het was de saxofoonsolo die een schaduw wierp over alle saxofoonsolo’s die ervoor waren geweest – en die erna zouden komen.

Dat er daarna nimmer meer een solo zo zwoel, zo sentimenteel, met zo’n seksuele dichtheid zou worden gemaakt, blijkt uit het bestaan van Sergio Flores, beter bekend als de Saxy Sax Man. Gekleed in slechts een spijkerbroek en dunne bretels, met een pilotenzonnebril, snor en mat, had Flores de gewoonte op willekeurige plekken (supermarkten, snackbars, wasserettes, winkelcentra) plotseling de solo uit Careless Whisper in te zetten op zijn saxofoon. Een compilatie hiervan, getiteld Sexy Sax Man Careless Whisper Prank feat. Sergio Flores (director’s cut), verscheen op 23 maart 2011 op YouTube en is sindsdien bijna 41 miljoen keer bekeken.

Dat Careless Whisper nooit meer geëvenaard zou worden, betekent niet dat niemand het probeerde. In 1985, het jaar dat Careless Whisper wereldwijd de hitlijsten domineerde, haalden de volgende tracks met significante saxofoons de hitlijsten:

A Love Bizarre (Sheila E), Don’t Call It Love (Dolly Parton), Don’t Stop the Dance (Bryan Ferry), Fortress Around your Heart (Branford Marsalis), Freeway of Love (Aretha Franklin), Honor Bound (Earl Thomas Conley), Hurt (Juice Newton), I Can Dream About You (Dan Hartman), Hurts to be in Love (Gino Vannelli), If You Love Somebody, Set Them Free (Sting), I’m Going Down (Bruce Springsteen), Just A Gigolo/ I Ain’t Got Nobody (David Lee Roth) en zo gaat het nog wel even door.

Dit is niet het resultaat van uitputtende research, maar staat kant en klaar opgeschreven in een 531 pagina’s tellend PDF-document getiteld The History of Top 40 Saxophone Solos. Het even indrukwekkende als maniakale overzicht is samengesteld door saxofonist John Laughter, die met dit document zijn collega-musici op het voetstuk wil zetten dat ze verdienen. ‘Helaas’, schrijft Laughter in het voorwoord, ‘bleven sessiemuzikanten jarenlang ongenoemd op lp-covers en in cd-boekjes. In sommige gevallen waren hits nooit hits geworden zonder deze studiomuzikanten.’

Van midden tot eind jaren tachtig kon je geen radio aanzetten zonder een saxofoon te horen.

Van Eric Carmen met Hungry Eyes tot Zucchero’s Senza Una Donna; van de rammende sax in Tina Turner’s The Best tot een hitsige blaaspartij in Unchain my Heart van Joe Cocker. Zelfs Queen probeerde het, met een gevoelig riedeltje in One Year of Love. One More Night (Phil Collins), Saving all my Love for you (Whitney Houston), Rock me Amadeus (Falco); allemaal hebben ze een prominente saxofoon. In 1986 scoorde Kenny G. een hit met de instrumentale track Songbird, een teken dat het genre smooth jazz nu definitief tot de gevestigde orde behoorde. En Michael Bolton natuurlijk, lieve heer, Michael Bolton. De saxofoon beleefde zijn piekmoment.

Candy Dulfer

Rond dezelfde tijd beleefde Candy Dulfer haar doorbraak. In 1987 speelde de saxofonist in het voorprogramma van Madonna, later volgde een samenwerking met Prince en in 1989 nam Dulfer (die door The Cambridge Companion to the Saxophone samen met Kenny G. verantwoordelijk wordt gehouden voor de ‘mainstream popular appeal’ van het instrument) met Eurythmics-gitarist David Stewart een paar nummers op. Een van die nummers was Lily Was Here, de soundtrack voor de Nederlandse speelfilm De kassière. Waar de film geen bijster groot succes was, werd Lily Was Here in 1990 een internationale hit en lanceerde het nummer de carrière van Dulfer.

Beeld Marco Tiberio

Hoewel het voor haar allemaal nog moest beginnen, begon de saxofoonsolo na 1990 aan populariteit in te boeten. Langzaam maar zeer zeker ging het fenomeen ten onder aan zijn eigen succes. De saxofoonsolo werd een cliché in de popmuziek, een platgetreden muzikaal symbool voor quasi-seksualiteit (het hielp waarschijnlijk niet dat Candy Dulfer haar debuutalbum Saxuality noemde), een voorspelbare soundtrack onder sentimentele filmscènes. Maar behalve het eigen gewicht waar de saxofoonsolo onder bezweek, speelde er nog een belangrijke kracht. In het artikel ‘Where did all the saxophones go?’ van het Amerikaanse onlinemagazine The Outline wordt gewezen op de opkomst van Michael Jackson als de drijvende kracht van de popmuziek. ‘De nadruk kwam te liggen op choreografie en het hele visuele aspect van optreden’, zegt een muziekwetenschapper in het artikel. Het ging minder om de muziek en meer om de show. Bovendien werd er ook steeds meer gebruikgemaakt van elektronische beats en geluiden, en dus minder van traditionele muziekinstrumenten en muzikanten.

Marco Borsato

Maar de saxofoonsolo zou de saxofoonsolo niet zijn als hij zich zomaar gewonnen zou geven aan de eerste de beste popculturele aardverschuiving. De jaren negentig, glorieus in hun ambitie alles veel erger te maken dan nodig, verwelkomden de nieuwbakken banneling met open armen. De hitlijsten waren net bijgekomen van Milli Vanilli’s Girl I’m Gonna Miss You (met een saxofoonsolo als een stiekeme broekhoest), of in 1991 scoorde Whitney Houston een nummer-1-hit met All The Man I Need, met op de sax niemand minder dan, inderdaad, Kenny G. G. had ook een belangrijk aandeel in de soundtrack van The Bodyguard (en kwam zo tot symbiose met zijn acterende evenknie, Kevin Costner).

Met het vorderen van de jaren negentig raakte de saxofoonsolo steeds dunner gezaaid in de hitlijsten. Hier en daar stak hij nog onstuimig de kop op, bijvoorbeeld in Everything Changes van Take That uit 1994, of I Swear van All 4 One (waar de saxsolo voornamelijk dienstdoet als bruggetje voor de volgende modulatie). Ook Nederland moest eraan geloven. In Margherita van Marco Borsato werkt de saxofoon als een jerrycan benzine over een toch al oncontroleerbare brand. Het is de climax van een liedje dat bescheiden begint, waar Marco Borsato meer fluistert dan zingt, maar dat ontaardt in een orkaan van emoties waarna iedereen, totaal in paniek, een andere kant op vlucht.

Je voelt ’m van kilometers ver aankomen. ‘Ik verlies het van de wanhoop. En ik voel mijn tranen branden. En ik zou niets liever willen dan mijn hoofd weer in jouw handen.’ Meteen na die zin volgt een dijkbreukdrum, een voorbode van de melodramatische vloedgolf die zo gaat plaatsvinden. Borsato gaat verder. ‘Maar wat tot een uur geleden nog zo veilig heeft geleke, is een hele grote leugen. EN EEN KAARTENHUIS GEBLEKEEEEEEEEEE – hier begint de saxofoonsolo en pas na vijf seconden breit Borsato er EEEEEEEEEEN eind aan. Het is een emotioneel uithollende passage en het kan bijna niet anders dan dat de dienstdoende saxofonist deze solo liggend op de grond heeft ingespeeld.

Weer een jaar later, in 1997, speelde Kenny G. de solo op Everytime I Close my Eyes, de zwoele ballad van Babyface. Het werd een aardige hit en de track werd genomineerd voor een Grammy, maar het was een laatste oprisping. Hoe onvermoeibaar Kenny G. ook was, de saxofoon was bezig aan zijn zwanenzang. In jazz, funk en hiphop was de sax nog onverminderd populair, maar de popmuziek had zijn interesse verloren.

Epic Sax Guy

Even zag het ernaar uit dat de saxofoonsolo, na jaren genegeerd te zijn, aan het begin van dit decennium in ere werd hersteld. In 2011 speelde Clarence Clemons saxofoon op twee hits van Lady Gaga (The Edge of Glory en Hair), was er een ouderwets aanstekelijke solo op Midnight City van de Franse band M83 en haalde Alexandra Stan de internationale hitlijsten met Mr. Saxobeat. En dan was er natuurlijk ook Sunstroke Project, dat met hun liedje Run Away een verdienstelijke 22ste plaats behaalde op het Eurovisie Songfestival van 2010. ‘Mild-legendarisch dankzij hun saxofoonspeler’, schreef de Volkskrant daar later over, ‘die onder de titel ‘Epic Sax Guy’ als meme de ronde deed omdat hij, in eighties-style, neukbewegingen richting zijn instrument maakte. Er staat een versie van 10 minuten van zijn Eurovisie ’10-solo op YouTube, voor als u dood wilt.’

En natuurlijk, waar saxofoonsucces is, is Kenny G. In de videoclip van Katy Perry’s Last Friday Night (T.G.I.F), dat een nummer-1-hit zou worden, speelt G. – wit pak – de saxofoonpartij. Maar dit was anders. Kenny G.’s aanwezigheid was meer een gimmick, een knipoog naar die malle jaren negentig, dan een kwalitatieve keuze. Op een enkele uitzondering na (Jason Derulo’s Talk Dirty) is het warme, gloedvolle geluid van de saxofoon zo goed als verdwenen uit de moderne popmuziek. Niet veel meer dan een flits naar het verleden, zoals in Kanye Wests Use This Gospel, of een ironische verwijzing naar gepercipieerde kneuterigheid van tijdperken die ver achter ons liggen. Haha, kijk eens hoe kitsch. Niet langer brengt het geluid muzikale vervoering, maar doet het vooral denken aan – soms verlangen naar – lang vervlogen tijden en nimmer gevoelde emoties. In zekere zin is de pompeuze, sentimentele, saxofoonsolo daarmee verworden tot wat hij eigenlijk altijd al was: het geluid van gestolde nostalgie. 

Andy Samberg als Kenny G.

Battle met Kenny G.

In 2017 verscheen op Netflix Michael Bolton’s Big Sexy Valentine’s Day Special, een geestige aaneenrijging van sketches met als glorieus middelpunt Michael Bolton, die zijn cultstatus gretig uitmelkt. In een van de sketches komt Bolton terecht in een battle met Kenny G. (gespeeld door Andy Samberg, bekend van Saturday Night Live en Brooklyn Nine-Nine) waarin de zanger en de saxofonist elkaar proberen af te troeven met respectievelijk zangpartijen en saxofoonsolo’s. Het loont, na dit verhaal, zeker de moeite om even naar minuut 9 door te spoelen. De echte Kenny G. komt overigens ook nog even voorbij. 

Bronvermelding

Wat moet u zien op IDFA 2019? Lees hier onze recensies en de beste stukken over het filmfestival

Sunless Shadows: Filmmaker Mehrdad Oskouei interviewde voor moord veroordeelde meisjes

Voor zijn nieuwe film sprak de Iraanse cineast Mehrdad Oskouei met voor moord veroordeelde meisjes: Ik vertelde ze alles over mijn eigen jeugd, over mijn pijn, zo werden ze stap voor stap zelf ook steeds opener’. Filmjournalist Floortje Smit?wilde weten hoe hij hen ­zover kreeg voor de camera hun ziel bloot te geven.

Bronvermelding

Alestorm is de zaterdag-headliner op Into The Grave 2020

De zaterdag van het Friese metalfestival Into The Grave zal worden afgesloten met de ‘True Scottish Pirate Metal’ van Alestorm. Frontman Christopher Bowes speelt ook al met zijn andere band Gloryhammer op het festival.

Eerder maakte Into The Grave de komst van onder meer Paradiso Lost, Devin Townsend, Clutch en Darkest Hour bekend. De negende editie van het festival vindt op 7,8 en 9 augustus 2020 plaats op het Oldehoofsterkerkhof plein in het centrum van Leeuwarden.

Alestorm maakt een mix van folk en powermetal waarin piratenthema’s favoriet zijn. De band wordt in 2004 opgericht in het Schotse Perth en debuteert in 2008 met het album ‘Captain Morgan’s Revenge’. Alestorm bouwt snel een sterke live-reputatie op. Van het vijfde album ‘No Grave But The Sea’ (2017) verscheen als extraatje een versie waarop alle zang door blaffende honden is vervangen.

Weekendtickets voor het hele festival kosten €79 en kun je hier bestellen.

Een losse ticket voor vrijdag kost €39 en die kun je hier bestellen.

Een losse ticket voor zaterdag kost €49 en die kun je hier bestellen.

Bronvermelding

Metronomy en meer namen voor Slowaakse Pohoda Festival

Er zijn inmiddels nog meer extra namen toegevoegd aan de line-up van Pohoda 2020. Vandaag is Metronomy aangekondigd.

De line-up ziet er tot nu toe als volgt uit: Thom Yorke Tomorrow’s Modern Boxes, Metronomy, Archive, Black Midi, Kokoroko, Hatari, Wooze, Shame en Pigs Pigs Pigs Pigs Pigs Pigs Pigs.

Pohoda Festival vindt plaats op van 9 tot 11 juli 2020 op een militair vliegveld in Trenčin, Slowakije. Een driedaagse ticket is verkrijgbaar vanaf €99,-. Tickets voor Pohoda Festival 2020 koop je via deze link.

Bronvermelding