Bijna iedereen was deze fotograaf vergeten, gelukkig hebben we zijn foto’s nog

Voor een fotograaf met een groot talent en een scherp oog voor schoonheid had Louis van Paridon (1922-2016) een puike naam. Mensen zullen wellicht denken dat het een artiestennaam was, maar zo heette hij echt, de man die opgroeide in een katholiek Amsterdams gezin en in de jaren zestig stoïcijns zijn camera richtte op iedereen die in Nederland op het gebied van entertainment, muziek, literatuur en sport iets voorstelde – of dat mogelijk zou gaan doen.

Ard Schenk. Simon Vestdijk. Albert Mol. Johan Cruijff. Mies Bouwman. Remco Campert. Harry Mulisch. Rob de Nijs. Toon Hermans. Ton Lensink. Sylvia de Leur. Ada Kok. Herman Emmink. Leen Jongewaard. Peter Post. Anneke Grönloh. Corry Brokken. Fred Oster. Lucebert. Jan Mulder. Tante Leen. En vele anderen. In kleur.

Louis van Paridon.

Lang niet iedereen kon worden getoond in een boek, Hollandse helden in de jaren 60, dat deze week verscheen. Onder anderen Wilfried de Jong, Jan Mulder, Annegreet van Bergen en Annemarie Oster schreven de teksten onder redactie van Rianne van Dijck. Het werk van Van Paridon wordt uitbundig geëtaleerd, met zo’n 150 foto’s – óók van het stadsleven in Amsterdam, werk waarmee hij Ed van der Elsken naar de kroon steekt.

Op het breekpunt van een oude en een nieuwe tijd kon Van Paridon zich meten met zijn meest talentvolle collega’s, zo blijkt. Het boek is daarom ook een krachtig eerbetoon aan een vergeten fotograaf, een vakman die een heerlijk, afgerond oeuvre naliet.

Van Paridon was het negende kind in een gezin van elf. Zijn vader Piet was een succesvolle ondernemer, een fabrikant van heiligenbeelden die later in Amsterdam een winkel in religieuze artikelen aan de Nieuwezijds Voorburgwal opende. Louis legde na de oorlog als fotograaf aanvankelijk vooral het katholieke leven in Nederland vast.

De opkomst van de televisie bood nieuwe mogelijkheden, met nieuwe sterren: acteurs, cabaretiers, muzikanten. Hun roem en bekendheid was nog relatief. Ze waren makkelijk benaderbaar en coöperatief, zo tonen de foto’s van Van Paridon aan. Een artiest zou hij zichzelf nooit hebben genoemd. Hij was een betrouwbare leverancier aan onder meer de Katholieke Illustratie en aan tal van dagbladen, waaronder de Volkskrant, het Algemeen Handelsblad, De Tijd en Het Parool.

Abrupt hield hij er mee op, eind jaren zestig. Zijn archief was vergaan, zei hij meermaals tegen de man met wie hij sinds de jaren tachtig samenwoonde in een boerderij in het Brabantse Heeswijk, Michel Teulings. Over zijn carrière als fotograaf sprak hij nooit met Teulings. Van Paridon verzamelde wat hij échte kunst vond: schilderijen, beelden.

Opgegraven schat

Pas na zijn dood in 2016 werd een schat opgegraven. Het archief in de schuur van de boerderij was deel bewaard gebleven, tot grote vreugde van Teulings. De negatieven met zwart-witfoto’s waren ernstig aangetast door vocht, maar de bijna 1.500 kleurendia’s uit de periode 1960 – 1969 waren gaaf en droog.

Dankzij Teulings trokken ze de aandacht van fotobureau Hollandse Hoogte. Het was de eerste aanzet tot het boek – en daarmee het begin van de herontdekking van een fotograaf.

‘Willeke Alberti (zangeres, licht)’, tikte Louis van Paridon op het bruine zakje waarin hij de dia bewaarde. Rianne van Dijck, wijzend op de foto: ‘Dit is toch fantastisch? Dat haar, die jurk, dit zou een Erwin Olaf kunnen zijn.’

Van Dijck (54) is journalist en eindredacteur, bij onder meer NRC Handelsblad, en heeft fotografie als specialiteit. Ze is de samensteller en redacteur van Hollandse helden in de jaren 60 en schreef de teksten bij de foto’s en een hoofdstuk met de biografie over Van Paridon. 

Van elke foto in het boek probeerde ze de herkomst te achterhalen. ‘Willeke Alberti vertelde dat de foto is gemaakt in Hilversum, bij een tv-studio, waarschijnlijk op de zaterdag dat daar een Willy & Willeke Show werd opgenomen. Daar liep Van Paridon dan rond, tussen de sterren.’

Van Louis van Paridon had Van Dijck nog nooit gehoord toen ze werd benaderd door uitgever Peter Voskuil van Joh. Enschedé Amsterdam om een boek over de fotograaf samen te stellen. ‘Er was ook nauwelijks iets over hem te vinden. Ik vond alleen wat foto’s van hem in het oude Spaarnestad-archief en bij het Katholiek Documentatie Centrum in Nijmegen. Het leven van Louis van Paridon was niet gedocumenteerd en in de geschiedenis geplaatst. Hij was vergeten.’

Ongeorganiseerde verzameling spullen

Ter voorbereiding op het boek bracht ze samen met uitgever Voskuil een bezoek aan de boerderij in Heeswijk. Ze werden rondgeleid door Michel Teulings, de man die door Van Paridon in 1982 was aangenomen als tuinman en klusjesman en met wie hij ondanks hun grote leeftijdsverschil al snel een relatie kreeg.

In een schuur troffen Voskuil en Van Dijck een ‘ongeorganiseerde verzameling spullen’ aan. Kasten puilden uit van de schilderijen, in de schuur stond een oude Daf en in een kast waren dozen met negatieven gestouwd.

Pas na de dood van Van Paridon stortte Teulings zich op de collectie. ‘Louis zei altijd dat het allemaal vergaan was. Ook in Amsterdam hadden de negatieven en de foto’s al in een vochtig huis gelegen. Toch ben ik er maar eens naar gaan kijken.’

Donald Jones en Adèle Bloemendaal. Beeld Louis van Paridon

‘Adèle Bloemendaal (1933-2017) en Donald Jones (1932-2004) leerden elkaar kennen bij theater Tingel Tangel en trouwden in 1961. Een jaar na de geboorte van hun zoon John Arthur in 1963 gingen ze uit elkaar’, schrijft Van Dijck bij de foto van een vrouw die in de jaren zestig een ster werd en dat altijd zou blijven.

Van Paridon kende Adèle Bloemendaal uit het Amsterdamse uitgaansleven, in het bijzonder café Eijlders achter het Leidseplein. Ook Piet Römer en Leen Jongewaard waren daar vaak te vinden. Het was Van Paridons oudere broer Egbert die hem introduceerde in de toneelwereld en het culturele leven van Amsterdam.

Acteur en regisseur Egbert van Paridon kreeg een opleiding aan de Amsterdamse Toneelschool. In 1950 was hij een van de oprichters van Puck, een gezelschap dat in 1961 verder ging onder de naam Toneelgroep Centrum. Van Dijck: ‘Egbert wees hem een weg naar de sterren van die tijd. Hij was thuis in die wereld en liet zijn broer daar gebruik van maken.’

Toon Hermans. Beeld Louis van Paridon

Onverwacht kleur 

Voor een fotograaf die de amusementswereld wilde verkennen, was de tijd gunstig. Eind jaren vijftig, begin jaren zestig begon het televisietijdperk. Bekende acteurs en muzikanten gingen tv-programma’s maken of traden op in shows.

En Van Paridon was erbij, in de theaters, de muziekzalen en de tv-studio’s. Van Dijck: ‘Hij kwam terecht in de wereld van de grote namen, van Toon Hermans (foto) die hij heel vaak heeft gefotografeerd, van Mies Bouwman, Willem Duys en Rudi Carrell.’

Zijn kleurenfoto’s verschenen vooral in tijdschriften, in de Katholieke Illustratie onder meer. Eén effect was onverwacht. ‘De mensen waren gewend aan zwart wit-foto’s. Joost Timp, de zoon van Mies Bouwman, vertelde daar over: als mensen zijn moeder op straat tegenkwamen, vroegen ze soms of ze wel echt Mies Bouwman was. Ze twijfelden, want ze kenden haar alleen in zwart-wit.’

Remco Campert. Beeld Louis van Paridon

Ook vanwege de cultureel-historische waarde is Van Dijck Louis van Paridon zo gaan waarderen. ‘Deze foto in kleur heeft nooit iemand eerder gezien. Prachtig. Hij kan zó de krant in als Remco Campert binnenkort 90 wordt.’

Remco Campert, Harry Mulisch, Godfried Bomans, Hugo Claus, Marten Toonder, Jan Hanlo, Lucebert, Simon Vestdijk, Bertus Aafjes en een enkele vrouw, Andreas Burnier bijvoorbeeld: Van Paridon verkende ook een andere wereld, die van de literatuur.

Vermoedelijk voelde hij zich daar beter thuis dan in de amusementssector. ‘Hij was een knappe, charmante man, hij kon zich in alle kringen begeven, maar in de eerste plaats was hij een kunstliefhebber, een man die alle musea afliep. Beeldhouwkunst, schilderkunst, literatuur, daar lag zijn hart.’

Schilderen zou hem meer voldoening hebben gegeven dan fotograferen, zegt Van Dijck. Hij was een broodfotograaf. ‘En in sommige kringen werd neergekeken op broodfotografen, vanuit de kunstenaarssociëteiten Arti en De Kring bijvoorbeeld. Van Paridons assistent vertelde dat mannen als Sem Presser en Paul Huf hun neus ophaalden voor dat soort fotografen. Zij zagen zichzelf als kunstenaars. Maar zeker de zwart-wit foto’s zijn te vergelijken met het werk van de grote fotografen uit die tijd.’

Jan Mulder. Beeld Louis van Paridon

Sporters in actie fotografeerde Louis van Paridon zelden. Hij liet ze poseren, zoals een jonge voetballer die in 1965 vanuit Winschoten naar Brussel was verhuisd, van WVV naar Anderlecht, en in België prompt een MG-B aanschafte. ‘Ik was erg impulsief, koppig en opstandig, meestal om niets. Spijt’, schrijft Mulder in zijn bijdrage in het boek.

Johan Cruijff werd ook door Van Paridon gefotografeerd, aan de vooravond van diens doorbraak en die van het Nederlandse voetbal in Europa. Ada Kok, Han Urbanus, Sjoukje Dijkstra, Jan Janssen – die de Tour de France nog moest winnen – en elftalfoto’s van Feyenoord, DOS en Sportclub Enschede, de lijst sporters in het werk van Van Paridon is lang.

Des te opmerkelijker is het dat zijn partner, Michel Teulings, zegt dat Van Paridon geen enkele band had met sport. ‘Hij haatte voetbal. Er was hier in huis altijd strijd als er voetbal op tv was. Wéér dat voetbal, mopperde hij dan.’

Grote dosis nostalgie 

Aan de kade in Rotterdam, naar alle waarschijnlijkheid, en in de pionierstijd van de televisie bereidt Willem Duys (rechts) zich voor op een opname. Helemaal links staat Fred Oster, de man die in de jaren zeventig furore maakte met AVRO’s Wie-Kent-Kwis, met de befaamde caviarace. Minder bekend is dat Oster in de tv-wereld eerst jarenlang achter de schermen werkte, onder meer bij de show die Duys zijn bekendheid opleverde: Voor de vuist weg.

Willem Duys (rechts) en Fred Oster (helemaal links). Beeld Louis van Paridon

De foto op de kade is een van de favorieten van Van Dijck. ‘Die kleuren, die kleren: dit roept een grote dosis nostalgie bij mij op. Duys lijkt ook een beetje op mijn vader, die had precies zo’n gezicht. Hij was niet de enige. Zagen in de jaren zestig niet alle mannen er zo uit?’

Geen Rob de Nijs in pak en met keurig gekapte en gekamde haren, maar de ruige mannen van Cuby + Blizzards, de bluesband uit Grollo van Harry Muskee (midden, onder) waar Herman Brood (geheel rechts) nog een tijdje deel van uitmaakte. Een nieuwe tijd is aangebroken.

Cuby + Blizzards. Beeld Louis van Paridon

In zekere zin, beaamt Van Dijck, markeert deze foto het einde van de loopbaan als fotograaf van Van Paridon. ‘Hij voelde zich minder goed thuis in de nieuwe, roerige tijd, met het individualisme, de rock-’n-roll en de ontzuiling. Misschien was zijn milieu er te katholiek en te conservatief voor. Hij bleef de keurige meneer in pak, terwijl er een nieuwe generatie opkwam.’

De vraag waarom Van Paridon abrupt zijn fototoestellen opborg, kan niemand beantwoorden. ‘Het was voor hem een gepasseerd station’, zegt Michel Teulings. ‘Toen ik hem in 1982 leerde kennen speelde de fotografie geen enkele rol in zijn leven meer. Hij was de belangstelling verloren, ook voor zijn eigen foto’s.’ Alleen op of rondom de boerderij in Heeswijk maakte Van Paridon soms nog wat foto’s. Wie interesse toonde in zijn fotoarchief, had bij hem geen schijn van kans.

Misschien, zegt Van Dijck, had hij rond 1970 gewoon geen zin meer om te fotograferen. ‘Misschien vond hij het leuker om musea te bezoeken en boeken te lezen tussen de kippen op de boerderij.’

Ze is blij dat ze hem dankzij de foto’s heeft leren kennen. ‘Hij was een eigenzinnige man met een moeilijk karakter, maar hij was getalenteerd en hij koesterde een grote liefde voor de mooie dingen van het leven. Ik zou hem wel gemogen hebben.’ 

Michel Teulings, de man die bijna 35 jaar lang zijn leven deelde met Louis van Paridon, is trots dat zijn vriend na al die jaren opnieuw is ontdekt. ‘Zijn foto’s verdienen het. Ik vind het jammer dat hij dit niet meer meemaakt.’

Rianne van Dijck (redactie), Hollandse helden in de jaren 60 – Het kleurenarchief van Louis van Paridon, Joh. Enschedé Amsterdam, 360 pagina’s, € 39,95.

Gijs Groenteman gaat in onze illustere archiefkast in gesprek met mensen die hem hebben verwonderd. Rapper Pepijn Lanen, schrijver Paulien Cornelisse en kunsthandelaar Jan Six passeerden al de revue.

Bronvermelding

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *