Onder de streep blijft de Brit gewoon Europeaan

Beeld Patrick van IJzendoorn

‘Zo eindigt de wereld’, dichtte T.S. Eliot in De holle mannen, ‘niet met een knal maar met een zacht gegrien.’ En zo eindigde de Brexit ook, tenminste bij het deel van het Verenigd Koninkrijk dat liever bij de Europese Unie had willen blijven. Na drie, vier spectaculaire jaren waarin de remainers er alles hebben gedaan om de Brexit te voorkomen, is er nu berusting en stille rouw. ‘Hoe ik mijn gevoel omschrijf?’ Ollie, een bevriende schoolvader, hoeft niet lang te denken: ‘Gêne, de meest Engelse van alle gevoelens.’ Zijn manchetknopen met de EU-vlag zijn zoekgeraakt, vertelt hij. Ook dat nog.

In Londen, de citadel van de remainers, zijn de overblijfselen van de tweede Engelse burgeroorlog her en der zichtbaar. Aan de gevels van een van de laat-18de-eeuwse town houses langs Camberbell New Road hangt nog steeds een slinger met Europese vlaggen, de regen heeft de gele sterren wit gemaakt. Om de hoek woonde Boris Johnson bij zijn lief, voor hij premier werd. Een van mijn Brexit-herinneringen is een bezoek aan de buurtsuper, om een zaterdagkrant te kopen waar de hoogblonde tronie van de Brexit-roerganger weer eens frontaal de voorpagina sierde.

‘Hij komt hier ’s avonds laat soms wijn kopen’, vertrouwde kassière Grace me destijds toe. ‘Hij is zó charming.’ Een paar weken later stond Johnson weer op de voorpagina, ditmaal na een echtelijke ruzie. Deze was ontstaan nadat hij achteloos wijn had gemorst op de sofa. De EU-gezinde buren waren naar de politie – en The Guardian – gestapt. Het was de zoveelste episode in de vier jaar durende Brexit-soap. The Daily Telegraph rangschikt op ‘Brexit Day’ alle hoogtepunten, met op nummer één het watergevecht tussen Nigel Farage en Bob Geldof op de Theems, tijdens de referendumcampagne.

Zowel The Guardian als The Daily Mail  tonen foto’s van de witte kliffen bij Dover. Eerstgenoemde krant had een vervallen zandkasteel met een Union Jack op de voorgrond gezet, onder de tekst ‘small island’. The Daily Mail belooft een nieuwe dageraad voor ‘de trotse natie’. Op een van de tien speciale Brexit-pagina’s kondigt de werkloze Nigel Farage aan te dromen van deelname aan Strictly Come Dancing. Zijn partijgenoot Ann Widdecombe had ook aan die dansshow meegedaan, voordat ze als Europarlementariër terugkeerde en Straatsburg trakteerde op patriottistische tirades over Brrittnn.

Die passie, voor of tegen de EU, merk ik niet bij James, een kunststudent met wie ik in gesprek raak op een terras bij Queen’s Road Peckham. Hij had wat verstrooid opgekeken toen ik hem vroeg naar zijn gevoelens bij deze historische dag. ‘Ik vind het jammer dat we de EU verlaten onder deze regering’, zegt hij. De nadruk legt hij op de laatste drie woorden. Johnson wekt meer weerzin bij hem op dan de Brexit. ‘Ik heb geen idee waarom mijn landgenoten zich drie jaar lang druk hebben gemaakt over een handelsverdrag met een bureaucratische instelling. Misschien zaten ze om een ruzie verlegen.’

Farage heeft de Brexit de afgelopen dagen vergeleken met de breuk die Hendrik VIII een half millennium geleden met het Vaticaan had veroorzaakt. ‘Er is geen weg meer terug’, verzekert hij. Ik denk aan die woorden als ik me later op Brexit Day vervoeg in de plaatselijke anglicaanse kerk, waar de school van mijn zoontje samenkomt voor de Maria-Lichtmis. De fameuze Tudor-koning met zijn zes vrouwen mag dan met de ‘Rome’ hebben gebroken, de katholieke feestdagen bleven gewoon gehandhaafd. Na de breuk van Boris met Brussel zal het niet veel anders zijn.

De Britten blijven gewoon Europeanen.

Bronvermelding

Chinese film wint (alweer) IFFR-Tigercompetitie

Beeld uit The Cloud in Her Room. Beeld Filmstill

Op de keuze van de internationale jury van de 49ste festivaleditie – met onder meer regisseurs Hany Abu-Assad en Sacha Polak – viel ook dit jaar weinig af te dingen. Zheng Lu’s speelfilmdebuut over een 22-jarige studente die voor het Chinese Nieuwjaar terugkeert naar haar geboortestad Hangzhou stak met kop en schouders uit boven de negen andere titels in de competitie voor beginnende filmmakers.

The Cloud in Her Room is een fantasierijk en stijlvol in zwart-wit gefilmd portret van alledaagse vervreemding. Onverbloemd ook, onaangetast door de Chinese censuur. Over rommelige levens gaat het, van verschillende generaties in modern China. Het deels door haar persoonlijk leven geïnspireerde en melancholische grotestadsportret van regisseur Zheng Lu zit ook vol visuele vondsten en mooie observaties. De vonkenregen van een lasser, gefilmd in spookachtig negatief. Of van heel nabij gefilmde schaamhaar van de dolende studente Muzi (actrice Jin Jing), die het eigen lichaam observeert in deinend badwater; alsof het getijde speelt met zeeflora. Uit het juryrapport: ‘De innovatieve persoonlijke taal verkent de verbeeldende potentie van cinema.’

Juryprijs 

De speciale juryprijs van de Tiger-jury (10.000 euro) werd geschonken aan het Zuid-Koreaanse misdaadfilm Beasts Clawing at Straws van Kim Yongoon. Een vaardig en vol vaart geregisseerd debuut, maar ook wat conventioneel verteld, met de nodige sjabloongangsters en een Vuitton-tas vol geld. ‘We willen een sterk debuut eren dat stevig in een bestaand genre verankerd is, maar onmiskenbaar vakmanschap aan de dag legt’, verklaarde de jury.  

Zo domineerde de Aziatische cinema de prijzenregen bij de uitreiking in het festivalcentrum in De Doelen, waar de BankGiro Loterij-publieksprijs werd opgeslokt door die andere, allerbekendste Zuid-Koreaanse film: Parasite. Al maandenlang uit in de bioscoop, maar in Rotterdam te zien in de speciale zwart-wit versie, wat de fans deed jubelen. En zo won de Palmwinnaar, Oscarfavoriet en IFFR-festivalgast Bong Joon-ho weer een prijs.

De 49ste editie van International Film Festival Rotterdam was ook de laatste onder leiding van directeur Bero Beyer, die zich vanaf maart ontfermt over de Nederlandse films als directeur van het Nederlands Filmfonds. Gedurende zijn vijfjarig regime hervond het festival haar vitaliteit, namen de bezoeken toe en wisten opvallend veel aansprekende gasten het festival te vinden. Zijn opvolger is al benoemd: Vanja Kaludjercic, afkomstig uit Kroatië. Zij mag waken over de IFFR-jubileumeditie van 2021.     

Naast de Tiger-award ging ook de prijs van de internationale filmcritici (Fipresci) op IFFR naar een Chinese film. Het winnende Only You Alone van regisseur Zhou Zhou volgt een jonge vrouw met epilepsie in het noordoosten van China, waar ze vanwege haar aandoening afgeschreven is op de huwelijksmarkt.   

Bronvermelding

Poppen verbranden voor de foto kent een lange en complexe geschiedenis

Palestijnse demonstranten verbranden een pop die de Amerikaanse president Donald Trump moet voorstellen. Beeld Getty

Je kunt naar foto’s kijken en toch niet zien wat erop staat, bijvoorbeeld bij dit exemplaar dat afgelopen maandag is genomen in Gaza. Op het eerste gezicht is dit een nieuwsfoto van een politieke demonstratie. Boze Palestijnen maakten een dag voor de presentatie van het langverwachte toekomstplan voor het Midden-Oosten – waarbij de Palestijnen niet betrokken waren – alvast symbolisch hun onvrede kenbaar. Uit protest staken ze een pop met het gezicht van de Amerikaanse president Donald Trump en twee vlaggen, de Amerikaanse en de Israëlische, in de hens. Duidelijk.

Echt niet. Sinds ik het fascinerende proefschrift Burning Images (2019) van kunstenaar en wetenschapper Florian Göttke heb gelezen, weet ik: deze foto, aangeboden door persbureau Getty, is zo veel ingewikkelder dan-ie lijkt. Göttke deed onderzoek naar de traditie van het in brand steken, ophangen of anderszins ‘bestraffen’ van levensgrote, naar machtige figuren gemodelleerde poppen – hij gebruikt de Engelse term effigies

Die traditie blijkt een heel eigen fotografisch verleden te kennen, met bijbehorende esthetische kenmerken. Over de foto uit Gaza valt derhalve zo veel te zeggen, dat een simpele aanduiding als ‘nieuwsfoto’ de lading niet dekt. Een gefotografeerde performance, een beeldcliché, propaganda, verzin er maar eens een naam voor.

Göttke verzamelde beeldmateriaal van en informatie over ongeveer drieduizend politieke demonstraties waarop effigies werden gebruikt. Zijn oudste voorbeeld, uit 1328, komt uit Italië en een van de oudste foto’s uit zijn archief toont een opgehangen pop in Chicago in 1903. Maar de studie begint bij de internationale ontwikkelingen sinds 2001. Tijdens protesten tegen het Amerikaanse militaire optreden in Afghanistan en Irak en tijdens de Arabische Lente waren foto’s van brandende poppen steeds vaker te zien in westerse media. En veel van die foto’s hebben dezelfde beeldtaal, net als de foto uit Gaza.

‘Dit is een goed voorbeeld’, zegt Göttke. ‘Het had iconischer gekund, de effigie had hoger boven de menigte kunnen uitsteken, dan was hij opvallender geweest. Afgezien daarvan is dit wel een oerbeeld.’

Hij wijst op de verschillende herkenbare elementen: de vlaggen, de groteske pop die door zijn das meteen doet denken aan een westers staatsman, de geschreven teksten op de buik (vaak de naam en beledigingen), de mengeling van woede en voldoening op de gezichten van de activisten en hun specifieke line-up. ‘De demonstranten vormen een front achter de pop, zodat de camera’s goed zicht hebben op de performance. Het is een toneelstuk, dat behalve voor het lokale en regionale publiek ook nadrukkelijk is bedoeld voor de media.’

Eigenlijk is deze foto, gemaakt door een fotograaf uit Gaza, het resultaat van een collectieve cirkeldans, uitgevoerd door alle betrokken partijen. ‘Iedereen weet hoe dit werkt en begrijpt de mechanismen’, zegt Göttke.

‘De Palestijnse demonstranten tonen op symbolische wijze hun woede en machteloosheid ten aanzien van de politieke figuur die volgens hen schuldig is aan het onrecht. Wat zij doen is in wezen niet gewelddadig – er wordt niemand gemarteld – maar het levert wel gewelddadige beelden op, die ook in de westerse cultuur makkelijk leesbaar zijn. En ze weten dat de westerse media altijd op zoek zijn naar dit soort spectaculaire, ‘makkelijke’ fotomomenten. Door zelf het clichébeeld van ‘de gewelddadige moslim in het Midden-Oosten’ te bevestigen, zorgen ze ervoor dat de westerse persbureaus, de kranten, de fotoredacteuren de beelden van hun performance verspreiden. Waardoor het cliché in stand wordt gehouden.’

Zo werkt dat dus. Ook in mijn hoofd. De beeltenis van Donald Trump is ook in zijn eigen land veelvuldig in de fik gestoken – Göttke stuurt me ter illustratie een paar foto’s die net zo agressief ogen als die uit Gaza – maar omdat ik die beelden minder vaak voorbij heb zien komen, dacht ik dat het verbranden van politieke poppen een typisch Midden-Oosters fenomeen was. Nu weet ik: als westerse kijker draaide ik potdorie gewoon mee in de vicieuze cirkel van vraag en aanbod.

Bronvermelding

Een vernikkelde lepel als bron van troost voor oud-verzetsstrijder Selma van de Perre ★★★☆☆

Verzetsstrijden Selma van de Perre verloor beide ouders en haar zusje tijdens de oorlog. Beeld Chris van Houts

Bij wijze van uitzondering stond De Wereld Draait Door op 7 januari in het teken van één verhaal, verteld door één hoogbejaarde studiogast: de 97-jarige Selma van de Perre (geboren Velleman), Joodse verzetsvrouw en oud-gedetineerde van het vrouwenkamp Ravensbrück. Van de Perre maakte een verpletterende indruk met een levensverhaal waarin oprechte verbazing doorklonk over alles wat zij, vooral tijdens de Duitse bezetting, heeft meegemaakt. Ze maakte de kijker deelgenoot van de argeloosheid waarmee zij zich toen, als jonge vrouw, heeft blootgesteld aan grote gevaren en van het peilloze verdriet over de deportatie van haar ouders en haar jongere zusje Clara. Geen van hen zou de oorlog overleven.

Aan het slot van de uitzending, voordat zangeres Loes Haverkort een iets te vette vertolking van Edelweiss ten beste gaf, las Van de Perre een passage voor uit het boek dat zij over haar leven heeft geschreven. ‘Ik vraag me af of ze elkaars hand vasthielden toen ze stierven; ik vraag me af of pa aan ons dacht in zijn laatste secondes, of dat hij te veel in paniek was om ergens aan te kunnen denken. Het is gruwelijk om iemand zijn recht op een natuurlijke dood te ontnemen.’

De indruk die Van de Perre in DWDD heeft gemaakt, leidde tot een onmiddellijk verkoopsucces van het boek, Mijn naam is Selma, waarvan de titel verwijst naar het bevrijdende moment waarop zij na de oorlog in een Zweeds herstellingsoord haar schuilnaam (Margareta van der Kuit) kon afleggen om haar Joodse identiteit weer aan te nemen.

Net als tijdens haar optreden in DWDD geeft Van de Perre in het boek een indruk van de onbevangenheid waarmee ze de Duitse bezetting trotseerde. In eerste instantie als lid van een hecht gezin dat probeerde er het beste van te maken, al maakte vader Barend zich geen illusies over het lot van de Joden die naar Polen waren afgevoerd. Op de vraag van zijn broer Levi wat er met de gedeporteerden zou gebeuren, antwoordde hij: ‘Waarschijnlijk maken ze gehakt van ze, of vlees in blik.’ Selma schrok van dit antwoord. ‘Hiervoor was zijn antwoord altijd geweest: ze zullen aan het werk worden gezet.’

Later, toen haar vader via Westerbork naar Auschwitz was overgebracht en haar moeder en zusje waren ondergedoken, raakte Van de Perre betrokken bij het verzet. Als koerier bracht ze, soms in grote koffers, documenten van de ene verzetsgroep naar de andere. En ze liet zich de liefkozingen van een Duitse officier, tot op zekere hoogte, welgevallen als de belangen van het verzet daarmee waren gediend.

Zij maakte de bevrijding mee als gedetineerde van Ravensbrück. En met haar lotgenoten sprak ze af: wij houden onze huiveringwekkende ervaringen voor onszelf, destijds een gangbare reflex onder overlevenden van het nazibewind. Van de Perre heeft woord gehouden. Pas recent is zij over haar oorlogservaringen gaan praten en uiteindelijk gaan schrijven. Haar proza is daardoor ongekunsteld. Het wordt niet belast door latere inzichten en de kennis van nu.

Maar de stijlmiddelen van Van de Perre, die al decennia in Engeland woont, zijn ook enigszins beperkt. Geregeld bedient zij zich van identieke uitdrukkingen. En het hele verhaal wordt getekend door een nuchtere gelijkmatigheid, waarin enkele veelbetekenende accenten zijn aangebracht. Zo hoopte ze dat ze niet net haar krulspelden in had als de Duitsers haar en haar familieleden zouden komen halen. ‘Domme ijdelheid van een jonge vrouw.’ En ze beschrijft hoe blij ze was met haar lepel, die door een kampgenoot in Ravensbrück was vernikkeld en er daardoor uitzag als ‘echt zilver’. Nu had ze in een troosteloze omgeving tenminste iets moois om naar te kijken.

Selma van de Perre: Mijn naam is Selma. Het uitzonderlijke verhaal van een Joodse verzetsvrouw. Thomas Rap; 237 pagina’s; €19,99

Beeld Thomas Rap

Bronvermelding

Om een hype te worden kan een boek beter niet te vroeg worden gelezen

De omslag van American Dirt van Jeanine Cummins. Beeld AP

Dit is het verhaal van American Dirt, een roman die in de VS op vrijwel alle lijstjes prijkt met ‘boeken waarvan we in 2020 het meest verwachten’ (The New York Times, The Guardian, Forbes). Maar die nu, vier weken in het nieuwe jaar, al het meest bespotte en bespuugde boek van 2020 is.

Wat ging er mis?

American Dirt is een roman van Jeanine Cummins, een in Amerika opgegroeide – ja, dit is hier belangrijk – witte schrijver met een Puerto-Ricaanse oma. Haar drie eerdere boeken maakten niet veel stof los, maar American Dirt werd getipt als ‘doorbraakhit’. Het manuscript, over een moeder en zoon die voor een drugskartelbaas uit Mexico naar Amerika moeten vluchten en zich daarom ‘als migranten vermommen’, werd begin vorig jaar door Flatiron Books aangekocht voor een bedrag met maar liefst zes nullen.

En toen kon de pr-machine gaan draaien: Flatiron benaderde bestsellerauteurs als Stephen King en Sandra Cisneros, die de roman roemden als de ‘moderne Grapes of Wrath’. Ook vakbladen prezen het boek aan, en zo belandde American Dirt op Hoge Verwachtingen-lijstjes.

Vorige week dinsdag kwam de roman uit in een fikse eerste druk van een half miljoen exemplaren – de Nederlandse vertaling verschijnt op 11 februari bij uitgeverij Mozaïek. Oprah Winfrey kondigde direct aan American Dirt te kiezen voor haar boekenclub, altijd fijn voor de verkoopcijfers. Actrices van Mexicaanse origine als Salma Hayek en Yalitza Apiricio lieten zich fotograferen met de roman.

En toen, ja tóén gebeurde er iets dat je kunt samenvatten als: mensen begonnen het boek daadwerkelijk te lezen.

De Mexicaans-Amerikaanse schrijver en dichter Myriam Gurba bijvoorbeeld. In een vernietigende en veelgedeelde recensie beschrijft ze hoe de roman bol staat van clichés over Mexico als een wetteloos en gewelddadig land (‘een trumpiaanse fantasie verpakt als progressieve literatuur’), en ridiculiseert ze het Google Translate-Spaans waarmee Cummins de roman heeft doorspekt.

Veel Mexicanen en Mexicaans-Amerikanen verwijten de niet-Mexicaanse schrijver traumaporno, cultural appropriation en racisme.

Ook de gezaghebbende The New York Times-recensent Parul Seghal sabelt het boek neer. Ze wil niet oordelen over Cummins intenties, alleen over het resultaat en dat is ronduit shabby, schrijft ze. ‘Dit merkwaardige boek ploetert en mislukt.’

Actrices Hayek en Apiricio trokken hun steun snel in (‘Sorry, had boek nog niet gelezen’). Oprah blijft (met anderen) achter haar keuze staan. American Dirt staat al op nummer 10 van Amazons bestverkochte boeken.

Cummins hoopt nog altijd met haar verhaal ‘de gezichtsloze bruine massa’ (haar woorden) aan de Mexicaanse grens een gezicht te geven.

Maar dit verhaal van American Dirt blijft vooral hangen: hoe de Amerikaanse uitgeefwereld met verschrikkelijk veel geld bepaalt welke roman een hit wordt en welke niet. Dat ze toondoof is voor culturele diversiteit.

En dat een boek, om een hype te worden, maar beter niet te vroeg kan worden gelezen. 

Bronvermelding

Ook op latere leeftijd blijkt voorlezen belangrijk

Beeld Lemniscaat

Voorlezen schijnt goed te zijn voor van alles, en dus worden sinds 2003 de Nationale Voorleesdagen georganiseerd. Die van 2020 zijn alweer bijna voorbij: van 22 januari tot en met 1 februari werden kinderen op kinderdagverblijven, basisscholen en in bibliotheken voorgelezen door bekende (en onbekende) Nederlanders. Als je naar de bestsellerlijsten kijkt, is er maar één boek dat lijkt te hebben geprofiteerd van de voorleesbevorderingsweek, en dat is het Prentenboek van het jaar: Moppereend, van de Britse schrijfster Joyce Dunbar en de Tsjechische illustrator Petr Horáček, over een chagrijnige eend die wordt achtervolgd door een grijze wolk die almaar groter en donkerder wordt. Een comité van Nederlandse jeugdbibliothecarissen koos voor de vorm nog negen andere boeken die samen de Prentenboek TopTien vormen, maar er kon er maar één de beste zijn en dus staat nu niet alleen de hardcovereditie van Moppereend in de CPNB Bestseller 60 (op 11), maar ook de editie met voorleesknuffel (op 5) en de goedkope mini-editie (op 1).

Midden in die vrolijke voorleesdagen viel de Auschwitz-herdenking. Arnon Grunberg stelde Bij ons in Auschwitz samen (nieuw binnen in zowel de Bestseller 60 als de VK-toptien), waarin teksten verzameld zijn van ‘morele getuigen’, zoals Primo Levi (die het kamp overleefde en in 1947 Is dit een mens publiceerde) en de in Auschwitz vergaste Zalmen Gradowski (wiens geheime aantekeningen na de oorlog bij een van de crematoria gevonden werden). Op 27 januari, precies 75 jaar na de bevrijding van het kamp, droegen acteurs en schrijvers tijdens een avond rondom het boek fragmenten voor. Ook op latere leeftijd blijkt voorlezen belangrijk.

Volkskrant Boekenraad Toptien

1 Rutger Bregman, De meeste mensen deugen (De Correspondent)

2 Joyce Dunbar & Petr Horáček, Moppereend

3 Selma van de Perre, Mijn naam is Selma (Thomas Rap)

4 Herman Koch, Finse dagen (Ambo Anthos)

5 Arnon Grunberg, Bij ons in Auschwitz (Querido)

6 Lucinda Riley, Zeven zussen (Xander)

7 Eddy de Wind, Eindstation Auschwitz (Meulenhoff Boekerij)

8 Pascal Mercier, Het gewicht van de woorden (Wereldbibliotheek)

9 Arnon Grunberg, Bezette gebieden (Lebowski)

10 Geert Mak, Grote verwachtingen (Atlas Contact)

Tip van Ike Bekking (Bilthovense Boekhandel): Manon Uphoff, Vallen is als vliegen

Wat een ongelooflijk knap boek! Manon Uphoff schreef deze autobiografische roman over incest zonder de gebeurtenissen expliciet te omschrijven — en dat is goed om te weten, want dat verlaagt de drempel. Een roman over een jeugd die getekend is door misbruik, geweld, schoonheid en pijn, vol verwijzingen naar mythische figuren en hel en verdommenis. Prachtig maar hard geschreven met een continue ondertoon van haast voelbare dreiging. Het overlijden van haar oudste zus maakte zo veel los dat zwijgen niet langer mogelijk was. De verborgen woede en pijn moesten een plek krijgen. De manier waarop Manon Uphoff dat in deze roman doet is van buitengewoon hoog literair niveau. Tip voor de Libris Literatuurprijs!

Beeld Querido

Met dank aan: Gianotten Mutsaers Tilburg, Van Someren & Ten Bosch Zutphen, Van der Velde Leeuwarden, De Tribune Maastricht, De Bilthovense Boekhandel, Kooyker Leiden, Donner Rotterdam, Boekhandel Plukker Schagen, Over het Water Amsterdam

Bronvermelding

Buurtsupermens geeft een komische kijk op de hypocrisie in hedendaags Japan ★★★★★

Beeld Claudie de Cleen

Wie ooit Japan heeft bezocht, moet er op een zeker moment zijn binnengegaan: een van de 55 duizend minisupermarkten, die door hun eenvormigheid en riante verlichting het straatbeeld domineren. En wie iets in zo’n 7/11 of Lawson-winkel heeft gekocht, bijvoorbeeld een driehoekig rijstpakketje of gefrituurde kip, moet ook de winkelmedewerkers zijn opgevallen, die zó staccato ‘dank u wel!’ en ‘tot ziens’ roepen dat je je soms afvraagt of er geen robot achter de kassa staat.

In precies die omgeving voelt Keiko, de hoofdpersoon van de prijswinnende roman Buurtsupermens van de Japanse schrijver Sayaka Murata, zich als een vis in het water. De 36-jarige Keiko heeft van kinds af aan moeite mee te draaien in de wereld, waarin iedereen haar gedrag afdoet als vreemd. Al snel begrijpt ze dat ze zich moet voegen naar de geldende conventies, al begrijpt ze die niet. Werken in de buurtsuper is ideaal, omdat het handelen van de medewerkers precies wordt voorgeschreven in minutieuze handleidingen. ‘Dankzij een perfecte handleiding was ik in staat een ‘winkelmedewerker’ te zijn, maar hoe ik los van de handleiding een normaal mens kon zijn, dat bleef me een volslagen raadsel.’

Keiko’s probleem is dat de ‘normale’ mensen haar maar niet met rust laten, ze blijven maar vragen opwerpen. Waarom zoekt ze geen vaste baan? Waarom heeft ze geen vriend? Zo kun je toch niet gelukkig zijn? Keiko’s vaste excuus dat ze ‘lichamelijke ongemakken’ heeft, een idee van haar zus om lastige vragen af te wimpelen, overtuigt niet meer.

De oplossing verschijnt in de vorm van een nieuwe collega, Shiraha, een botte en ongewassen luiaard die zich ook niet thuis voelt in de normale wereld, en op zoek is naar een partner om een einde te maken aan de bemoeienis van anderen. De twee sluiten een verstandshuwelijk; Keiko laat Shiraha bij haar intrekken zodat ze haar zus en vriendinnen kan vertellen dat ze een man heeft gevonden. De buitenwereld is, zoals verwacht, laaiend enthousiast. Keiko wordt weer in de armen van de samenleving gesloten. Ze concludeert: ‘Dus zo zit het. De handleiding is er allang. Hij heeft zich vastgezet in ieders hoofd en dus achten ze het onnodig alles nog een keer speciaal op te schrijven.’

Het prettig absurde boek – zo brengt Shiraha zijn dagen door in Keiko’s badkuip – zou alleen maar grappig zijn als het niet ook een bijtende beschrijving is van het hedendaagse Japan, waar de traditionele normen en de praktijk van alledag steeds meer uit elkaar lopen. Zo willen of kunnen steeds minder Japanners trouwen, deels omdat ze door flexwerken geen financiële zekerheid meer hebben. Ook hebben steeds minder Japanners behoefte aan een (seksuele) relatie. Volgens een schatting van het ministerie van Welzijn zal over vijftien jaar eenderde van de Japanse mannen van 50 jaar ongehuwd zijn, bij de vrouwen loopt dit op naar 20 procent. Het zorgt ervoor dat de bevolking van Japan in hoog tempo aan het krimpen is.

Beeld Claudie de Cleen

Japanse politici zijn naarstig op zoek naar middelen om de krimp te keren, bijvoorbeeld door kinderopvang gratis te maken. Het stichten van een gezin wordt vaker gezien als een kwestie van patriottisme: het gezin, de hoeksteen van de samenleving, wordt bedreigd door een groeiend leger van non-conformisten: sekslozen en eenpersoonshuishoudens.

Murata’s boek drijft in zekere zin de spot met wat normaal moet worden gevonden. Het decor, de minisupermarkt, is daarvoor perfect gekozen. De winkels stimuleren weliswaar conformiteit onder hun medewerkers, maar juist hun alomtegenwoordigheid, het rijke aanbod eenpersoonsmaaltijden en de vele nevenfuncties – ze fungeren ook als postkantoor, tijdschriftenkiosk en pinautomaat – dragen bij aan de levensstijl van stedelijke eenpersoonshuishoudens die het traditionele rolpatroon afwijzen.

Murata kan het weten, de schrijver werkte bijna twintig jaar in een buurtsuper in het centrum van Tokio. Het schrijven deed ze ernaast, vaak in de avonduren. Pas toen ze in 2016 voor Buurtsupermens de prestigieuze Akutagawa-prijs won, stopte ze om fulltime te gaan schrijven.

Veel van haar personages zijn ontstaan door klanten te observeren. ‘In mijn boeken beschrijf ik veel eenzame mensen’, zei Murata vorig jaar in een interview met de Financial Times. ‘Vroeger had eenzaam een negatieve connotatie, maar dat is nu anders. Er zijn meer mensen die het prettig vinden om alleen te zijn, alleen te eten en alleen naar de buurtsuper te gaan.’

Het is knap hoe Murata de ongemakkelijkheid van Keiko zo natuurlijk beschrijft, evenals haar afhankelijkheid van de buurtsuper. Het eerste hoofdstuk, over hoe Keiko wordt gestuurd door de winkelgeluiden, is even tragisch als prachtig.

Mensen die afwijken van de heersende norm staan voor de keus zich te conformeren, zoals Keiko probeert, of hun lot te omarmen met het risico op sociale uitsluiting, zo lijkt Murata ons in het verrassende einde te zeggen. Hoe meer mensen dat doen, hoe normaler het wordt.

Sayaka Murata: Buurtsupermens. Uit het Japans vertaald door Luk Van Haute. Nijgh & Van Ditmar, 144 pagina’s, € 20.

Bronvermelding

Als activist wist Samantha Power precies waar politici faalden. Tot ze voor Obama gaat werken ★★★★☆

Beeld Claudie de Cleen

Oorlogscorrespondent in de Balkan, winnaar van de Pulitzerprijs, mensenrechtenadviseur van Barack Obama, VS-ambassadeur bij de Verenigde Naties: Samantha Power (1970) was het allemaal. In haar kleurrijke en openhartige autobiografie Leerschool van een idealist maakt ze de balans op: hoe kun je op het gebied van mensenrechten écht een verschil maken?

Het is augustus 2013 als de Amerikaanse president Obama voor een van de moeilijkste keuzes uit zijn carrière staat. Het nieuws komt binnen dat het Syrische regime gifgasaanvallen op de eigen bevolking heeft uitgevoerd. Bijna tweeduizend mensen zijn overleden, onder wie honderden kinderen. Dit ondanks eerdere dreigementen van Obama dat president Assad met het gebruik van gifgas een ‘rode lijn’ zou overtreden. Gaan de Verenigde Staten militair ingrijpen?

Het is een kwestie die Obama ‘innerlijk verscheurt’, schrijft Power, die op dat moment net drie weken is aangetreden als VN-ambassadeur. Niet eens zozeer omdat hij bang is opnieuw in een oeverloos conflict verzeild te raken. Obama vreest vooral dat het Congres zijn aanval achteraf als ‘onrechtmatig’ zal bestempelen, waarna een afzettingsprocedure kan volgen. Daarom besluit hij het Congres om goedkeuring te vragen. Het resultaat: de Republikeinse meerderheid ligt dwars. Er gebeurt niets. Assad gaat vrijuit voor het schenden van mensenrechten.

Hoezeer de 49-jarige Power de humanist Barack Obama ook bewondert, dit kan ze hem maar moeilijk vergeven. In Leerschool van een idealist beschouwt ze zijn niet-handelen inzake Syrië – en de binnenlandse overwegingen die daaraan ten grondslag lagen – als een smet op zijn presidentschap, ja zelfs als een ‘ondermijning van de invloed van de Verenigde Staten op lange termijn’. Hij had volgens Power moeten overgaan tot bombardementen. Grote machten bluffen niet als het om mensenrechten gaat.

Activistisch

Die haast activistische houding zat er al vroeg in, zo blijkt uit haar goed geschreven boek. Na een uitgebreide verhandeling over haar jeugd in Ierland, waarin ze vertelt hoe het gezin worstelde met een alcoholistische vader, beschrijft ze hoe ze als migrant in de Verenigde Staten uitgroeit tot iemand die ‘een verschil wil maken’. Op 23-jarige leeftijd vertrekt ze naar Bosnië, om daar als correspondent verslag te doen van het oorlogsleed.

De nieuwsartikelen die ze schrijft hebben vooral één doel: de Amerikaanse regering ertoe bewegen met luchtaanvallen een eind te maken aan de oorlog – hetgeen in 1995 uiteindelijk ook gebeurt, al zijn er dan al tienduizenden doden gevallen. Jaren later blikt ze er uitgebreid op terug in haar bestseller Een probleem uit de hel (2002), waarin ze betoogt dat Amerikaanse beleidsmakers in de 20ste eeuw structureel aarzelden genocides te benoemen en op tijd in te grijpen bij etnische zuiveringen. Het levert haar een Pulitzerprijs op.

De roem die Power verwerft met haar genocideboek leidt ertoe dat ze bij Obama op de radar komt. Hij stelt haar aan als adviseur op het gebied van mensenrechten. De activist belandt plotseling in een positie waar ze haar woorden in daden kan omzetten. Dan wordt langzaam duidelijk hoe moeilijk dat is. Obama raakt geïsoleerd zodra hij president wordt, is zo goed als onmogelijk te benaderen. Als ze hem een keer tegenkomt op de gang en over buitenlands beleid begint, verkrampt hij.

Openhartig

Het is verfrissend hoe openhartig Power over dit alles schrijft. Politieke memoires of autobiografieën hebben nogal eens de neiging tergend saai te worden, maar dat is bij Power bijna nooit het geval. Als ze zich na een speech van Obama achter de schermen druk staat te maken omdat hij de Armeense genocide niet als zodanig durft te benoemen – in zijn campagne had hij beloofd dat als eerste Amerikaanse president te zullen doen – breken haar vliezen. Ook dat is het leven.

Power concludeert ontnuchterd hoe moeilijk het is als politicus effectief beleid te voeren, hoe makkelijk het is als buitenstaander te roepen dat de politiek faalt. Toch moet ze door, omdat niets doen erger is. Misschien niet al te origineel, maar in het geval van Power volstrekt geloofwaardig. Ze verandert van een idealist in een realist – dat is de ‘leerschool’ waarnaar ze in de titel verwijst. Haar bewustzijn van die ontwikkeling, en hoe ze die op papier weet over te brengen, maakt dit tot een rijk en waardevol persoonlijk relaas.

Beeld Atlas Contact

Samantha Power: Leerschool van een idealist

Uit het Engels vertaald door Piet Dal en Sjaak de Jong. Atlas Contact; 535 pagina’s; € 34,99.

Bronvermelding

Antjie Krog, Michel Foucault, rouw, drinkgelag en het vroege werk van Joni Mitchell

Beklemmend romandebuut over een kolonist in een midlifecrisis

Beeld Meulenhoff

Pennsylvania, 1815. Kolonist Cy Bellman hoort over kolossale botten die zijn gevonden in de moerassen van Kentucky en raakt bezeten van de droom op zoek te gaan naar de gigantische dieren waarvan die afkomstig moeten zijn. Waarom? Omdat hij na het overlijden van zijn vrouw Elsie een nieuw levensdoel nodig heeft? Omdat hij de middelbare leeftijd heeft bereikt en dus in een midlifecrisis is beland, zoals een vriendin van zijn zuster Julie cynisch opmerkt – zonder uiteraard dat anachronistische woord te gebruiken?

Het doet er niet toe: Cy gáát en laat zijn 10-jarige dochter Bess over aan de zorg van Julie. Met die beslissing neemt een beklemmend en in al zijn ingetogenheid soms hartverscheurend verhaal zijn aanvang. West is het romandebuut van de uit Wales afkomstige Carys Davies, die eerder twee verhalenbundels publiceerde.

Davies wisselt knap van perspectief tussen vader, dochter en nog enkele personages in dit rijke boek dat niet alleen van Cy en Bess verhaalt, maar ook een voorafschaduwing biedt van de slachting die de oorspronkelijke bewoners van Noord-Amerika wacht. (Hans Bouman)

Carys Davies: West 

Uit het Engels vertaald door Nicolette Hoekmeijer. Meulenhoff; € 18,99.

Daumals drinkgelag is ingenieus, grappig en nog altijd herkenbaar

Beeld Vleugels

Afgaand op het nawoord van vertaler Maarten Elzinga zou je de surrealistische schrijver René Daumal (1908-1944) bij gebrek aan een betere term een ‘zoeker’ kunnen noemen. Ook zijn literaire werk staat in dienst van het zoeken naar waarheid. Maar verwacht geen Coelho-achtige praatjes – deze man heeft gevonden én hij kan schrijven. Verwacht, met inspiratiebronnen als Charles Baudelaire, Dante Alighieri en de Indiase Veda’s (spirituele teksten van meer dan duizend jaar voor Christus), ook geen gortdroge kost: in zijn roman Het drinkgelag (uit 1939) neemt Daumal de moderne maatschappij op de hak en doet dat op een grappige, ingenieuze en nog altijd herkenbare manier.

Eerst drinkt de verteller zich laveloos, daarna komt hij in een soort omgekeerde wereld terecht (waar onder meer Vaartmakers haast hebben, Makers van nutteloze dingen worden bejubeld en Sciënten zo abstract mogelijk wetenschap bedrijven) en ten slotte begrijpt hij dat we minder zijn dan niets en dat er geen troostrijkere gedachte mogelijk is. Geweldig dat dit boek nu in het Nederlands te krijgen is. (Wineke de Boer)

René Daumal: Het drinkgelag – Een trilogie van de dorst

Uit het Frans vertaald door Maarten ElzingaVleugels; € 23,95.

Zinnelijke poëzie over een zwaar geteisterde planeet

Beeld Podium

Veruit het mooist zal het zijn wanneer de Zuid-Afrikaanse dichter Antjie Krog zelf haar Broze aarde voorleest, een cyclus over onze door mensenhand zwaar geteisterde planeet. Haar intense, bezwerende voordracht geeft haar zinnelijke poëzie extra kracht. Maar als Krog niet in de buurt is, kun je het ook zelf proberen. In het Nederlands – Krog wordt tweetalig uitgegeven – of gewoon in je eigen versie van het Afrikaans, de taal die bij Krog zo ongekend vitaal klinkt.

‘Een mis voor het universum’ is de ondertitel van het boekje, eigenlijk één lang gedicht in een veelheid aan vormen, met titels als ‘Credo’, ‘Gloria’ en ‘Sanctus’. In die mis wordt de schoonheid van de aarde bezongen – ‘Hosanna aan die Bome wat alle Asem tolk’ – en de vernietigende invloed van de mens gehekeld – ‘en so verstik ons die strande, vergiftig die riviere’.

Met als onvermijdelijke conclusie – Krog was ook de kroniekschrijver van de Zuid-Afrikaanse Waarheidscommissie – dat we zelf die broze aarde zijn en al wat daarop is. ‘Lig, lig moet ons op die aarde leef.’ (Ariejan Korteweg)

Antjie Krog: Broze aarde

Uit het Afrikaans vertaald door Robert Dorsman en Jan van der Haar. Podium; € 20. 

Hartverscheurend portret van een onmogelijke vader 

Beeld Atlas Contact

In het succesvolle Ze kwam uit Marioepol beschreef Natascha Wodin (1945) het moeilijke leven van haar Oekraïense moeder, die zich in de rivier achter het huis verdrinkt wanneer haar dochter 10 jaar oud is. In haar nieuwe boek Ergens in dit duister portretteert Wodin haar bikkelharde, beangstigende vader, die na de oorlog met zijn twee dochters alleen achterblijft in de armoedige ‘huizen’ aan de rand van een Duits stadje, waar voormalige dwangarbeiders uit de Sovjet-Unie geïsoleerd wonen. Zijn leven, niets dan een kwelling voor hemzelf en voor zijn dochters, duurde ‘weerzinwekkend’ lang; ‘alsof de dood de laatste menselijke zwakheid was die deze man, die zwakheid altijd had veracht, nu ter verlossing werd onthouden zodat hij tot op het laatst aan zichzelf moest lijden.’ Wodin weet bijna niets van haar vader, hij zwijgt over zijn leven onder Stalin en de nazi’s. Alles wat ze kan beschrijven is haar eigen verhouding tot de man en de ontstellende eenzaamheid van haar jeugd. Ze wenste hem dood. Toch weet ze zijn kwetsbaarheid te laten zien. Wodin schreef opnieuw een hartverscheurend meesterwerk. (Persis Bekkering)

Natascha Wodin: Ergens in dit duister 

Uit het Duits vertaald door Anne FolkertsmaAtlas Contact; € 22,99.

Foucault heeft nog genoeg te zeggen over de seksuele moraal

Beeld Boom

Tot veler verrassing verscheen verleden jaar het vierde deel van de grote Geschiedenis van de seksualiteit van de Franse filosoof Michel Foucault. Dit werk over de vroeg-christelijke kerkvaders bleek hij in hoofdlijnen al af te hebben voor zijn dood in 1984. Foucault merkt op dat met name Augustinus in de 4de eeuw de seksuele moraal van het christelijke Westen heeft vormgegeven. Dat kon ik als protestants opgevoed jongetje uit het midden van de vorige eeuw alleen maar beamen. Het is daarom jammer dat dit boek zo laat is verschenen. Mijn leeftijdgenoten sterven uit, mijn kinderen en kleinkinderen zullen vaak het hoofd schudden over het vreemde seksuele gedrag dat de kerk oplegde.

Toch kan ik ook jonge generaties Bekentenissen van het vlees aanraden. Vanuit zijn graf blijkt Foucault nog actualiteitsanalyses te kunnen plegen. Indirect laat hij zien hoe we vroeg-christelijke opvattingen niet los kunnen zien van de huidige misbruikzaken in de rooms-katholieke kerk. En wie wil weten of Adam en Eva het in het paradijs met elkaar ‘deden’, krijgt ook een onverwacht antwoord. (Hans Achterhuis)

Michel Foucault: Bekentenissen van het vlees 

Uit het Frans vertaald door Jeanne Holierhoek. Boom; € 39,90.  

Met humor en vaart beschrijft Van Sadelhoff haar rouw 

Beeld Das Mag

Als journalist en AD-columnist Lisanne van Sadelhoff hoort dat haar moeder ongeneeslijk ziek is (‘Doktoren gebruiken niet snel het woord ‘verkankerd’, maar ik nu wel’), googlet ze de term ‘voorrouw’ – hoelang duurt het om over iemands aanstaande dood heen te komen? Drie weken, schat ze in. Drie jaar later weet ze hoe hopeloos naïef die gedachte was.

In Je bent jong en je rouwt wat beschrijft Van Sadelhoff (30) het ziekteproces en de eerste twee jaar na de dood van haar moeder. Dat doet ze, knap bij dit onderwerp, met humor en vaart – taal is zeg maar Van Sadelhoffs ding en zelfs nu het gaat om het keeldichtknijpende verdriet om haar moeder spat het schrijfplezier ervan af. Van Sadelhoff dendert door de dagen, put uit oude WhatsApp-gesprekken (‘Lisanne: ik wilde net mama appen 23.11, broertje: hoezo ze is dood 23.11’) citeert songteksten en gebruikt als hoofdstuktitels alle clichématige (en goedbedoelde) opmerkingen die zoal worden gebezigd tegen iemand die rouwt: ‘Fijne kerst ondanks alles’ en ‘Heb je het al een plekje gegeven?’ ‘Je gaat er steeds minder aan denken’ is er ook zo een. Met een schok constateert Van Sadelhoff na een drukke werkdag dat het nog waar is ook – de laatste ‘vijf witte oxaatjes’ in haar keukenla laat ze onaangeroerd. (Evelien van Veen)

Lisanne van Sadelhoff: Je bent jong en je rouwt wat

Das Mag; € 22,90. 

Uitgesponnen satire over de vluchtelingencrisis

Beeld De Bezige Bij

In Timur Vermes’ succesvol verfilmde bestseller Daar is hij weer (2012) waren het gladde tv-types die de teruggekeerde Adolf Hitler aan een miljoenenpubliek hielpen – alles voor de kijkcijfers. In de tweede satirische roman van de Duitse schrijver, De hongerigen en de verzadigden, krijgen de media al net zo’n glansrol. 

Ergens in de nabije toekomst reist realitysterretje Nadeche Hackenbusch (‘te dom om voor de duivel te dansen’) met cameraploeg naar het grootste vluchtelingenkamp ter wereld, ten zuiden van de Sahara. Ze wordt verliefd op de beeldschone vluchteling Lionel, die zijn kans schoon ziet en haar ervan overtuigt dat het een goed idee is om met z’n honderdduizenden naar het inmiddels hermetisch afgesloten Europa te wandelen, onder het oog van de Duitse tv-kijker. In een terreinwagen met airconditioning en roze zebraprint volgt Nadeche de karavaan, terwijl in Duitsland de politiek steeds zenuwachtiger wordt en radicaal rechts zich roert.

Natuurlijk zijn de personages plat, de clichés vet aangezet – de charmes van het genre, nietwaar? En met snelle perspectiefwisselingen houdt Vermes de spanning lang vast. Maar na ruim vijfhonderd pagina’s wordt zelfs de beste karikatuur vervelend. (Emilia Menkveld)

Timur Vermes: De hongerigen en de verzadigden

Uit het Duits vertaald door Elly Koerts en Liesbeth van Nes. De Bezige Bij; € 24,99.

Mooie verrassing uit het vroege werk van Joni Mitchell

Beeld Canongate

Rond Kerstmis 1971 was Joni Mitchell dankzij haar meesterwerk Blue een grote naam in de popmuziek. De Canadese zangeres woonde inmiddels in Laurel Canyon, Los Angeles, waar ze zich omringde met de fine fleur van de Californische muziekscene. Die wilde ze met de feestdagen verrassen, maar zoals ze zelf zegt in de inleiding van Morning Glory on the Vine – Early Songs and Drawings: ‘Al mijn vrienden waren soort van nouveau riche, dus wat voor kerstcadeautje moest ik voor ze kopen?’

Haar manager Elliot Roberts bracht Mitchell op het idee de multomap met tekeningen en teksten die ze altijd bij zich droeg tot een boek te verwerken en in kleine oplage te verspreiden onder familie en vrienden. Mitchell was het geschenk uit 1971 al vergeten, totdat ze het een paar jaar terug weer in handen kreeg. Terecht dat ze het nu, bijna vijftig jaar later, tot handelseditie bewerkte. De tekeningen, die op diverse hoezen zouden terugkeren, zijn van een weelderige pracht en de teksten (Woodstock, River) inmiddels klassiek. Alles door Canongate fraai op stevig papier gedrukt en gebonden. (Gijsbert Kamer)

Joni Mitchell: Morning Glory on the Vine 

Canongate; € 35.

Bronvermelding

Dalí schildert ons ten opzichte van alles wat we niet snappen

Je ziet het pas goed van dichtbij. Wieteke van Zeil over opmerkelijke en veelbetekenende bijzaken in de beeldende kunst. Deze week: volk.

Tot de fascinerendste details in veel schilderijen van Salvador Dalí behoren de mensjes. Het volk dat als mieren in landschappen van gigantische, vervreemdende figuren (een smeltende telefoonhoorn, menselijke totempaal of een reusachtige sprinkhaan) rondscharrelt. Kleine, verdwaalde figuren, menselijk, althans mensáchtig. 

Het mannetje hier links kijkt ons recht aan, alsof we er wat van moeten vinden. Hij is in zo weinig kloddertjes geschilderd, dat-ie ook een geraamte kan zijn – en álles kan bij Dalí. Van een afstand lijkt de ‘figuur’ rechts (we noemen ’m maar geen mens) een baby te laten vallen, met het hoofd naar beneden. 

Is het nou een gruwelijk detail of niet? Het ‘ding’ is net zo amorf als de smeltende maskers en klokken, het is groen, vloeiend, levend, maar wat? Een man en z’n hondje kijken toe. Gezamenlijk staan ze in het water. Deze minuscule figuren doen denken aan dat grote schilderij even verderop in Madrid van Hiëronymus Bosch, de Tuin der Lusten. Waar Dalí is, is Bosch nooit ver weg. Hij is gevormd door Bosch’ werelden. Ik weet dit niet uit bronnen, maar door te kijken naar zijn schilderijen; het kan niet anders. 

Beide kunstenaars creëerden werelden die nooit eerder waren bedacht. Ze waren niet onmogelijk; ze waren gewoon nooit in iemands verbeelding opgekomen. Deze kunstenaars lieten ze ontstaan en wie ze ooit heeft gezien, raakt ze nooit meer kwijt. Ze zijn echt. 

In hun beider werk ligt vaak de nadruk op het monsterlijke: duivelachtige figuren, smeltende landschappen, gigantische eierschalen, salamanderachtige insecten. Maar het zijn de (bijna-)mensen die de voorstellingen persoonlijk maken. De mannetjes en vrouwtjes in de Tuin der Lusten die wanhopig kijken of verlangend. Het minuscule vadertje dat zijn kind een bouwwerk van gezichten toont, het kind dat uit enkele stipjes bestaat. Die mensen, dat zijn wij. Ten opzichte van alles wat we niet snappen, alles wat ons begrip te boven gaat.

Detail uit The Memory of the Woman-Child (1929) van Salvador Dalí, Museum Reina Sofia Madrid. Beeld Museo Nacional Reina Sofia Madrid

Zoals die mensjes daar staan, klein en niet erg op hun gemak, zo voelde ik me een beetje in museum Reina Sofia. Tijdens het bezoek word je doordrongen van het gevoel van dreiging en oorlog. Ik ken de geschiedenis van Spanje maar zijdelings, maar sla de boeken over: híér voel je hoe het voelt om gewend te raken aan oorlog en dictators. Er is overal dreiging, de mens legt het voortdurend af. Duisternis is onze metgezel. De kunst maakt dingen denkbaar en mogelijk, die dat daarvoor niet waren; zowel de duisterste angsten, als hoop en betere werelden.

Het wrange aan dit schilderij, dat Het enigma van Hitler heet, is dat het Dalí’s breuk met de surrealisten betekende. André Breton was Dalí al zat en zette hem hierna definitief uit de groep. Onder meer omdat hij geen partij koos. Hij laat de dreiging van Hitler zien, maar óók zijn fascinatie met diens charisma en roem. Dalí trok naar machtige mannen; hij was ook bevriend met Franco. George Orwell schreef in 1944 dat we niet moeten vergeten dat Dalí zowel een goede tekenaar als een verachtelijk mens is.

Steeds vaker heersen opvattingen zoals die van Dalí in onze samenleving: roem gaat boven elke moraal. Zijn ‘neutraliteit’, zoals hij het zelf noemde, was eigenlijk partijdigheid voor de aantrekkelijkheid van macht. Het helpt om dat te weten; dit schilderij is allerminst een protest tegen Hitler. Wie zijn dan die kleine mensen?

Het enigma van Hitler, van Salvador Dalí. Beeld Imageselect

Salvador Dalí

Het enigma van Hitler

1939

Olieverf op doek

95 x 141 cm

Reina Sofia Madrid

Bronvermelding