Even vrees je dat ‘inspiratie’ en ‘dromen’ op John de Mols New Wave code is voor ‘roem’ en ‘geld’

Matthijs van Nieuwkerk leek teleurgesteld. Had hij Jorik Scholten (alias Lil Kleine) weer eens aan tafel, om Scholten en John de Mols lekker brutale nieuwe jongerenplatform New Wave te bespreken, bleek de rapper helemaal niet lekker de brutale jongere uit te willen hangen. John de Mol was er ook en vertelde hoe keurig Scholten op tijd was gekomen als coach bij The Voice. ‘Jammer, ik had ietsjes meer baldadigheid verwacht’, lachte Van Nieuwkerk. ‘En nu ben je dus de posterboy van deze nieuwe ambitie met een soort mission statement van godverdomme we zijn jong en stop met die paternalistische praatjes en ga uit mijn gezicht?’, vroeg Van Nieuwkerk over de ‘manifestvideo’ van New Wave. Je zag Scholten denken: pa-hap. ‘Een beetje’, zei hij.

‘Vraag naar Bowgie!’, schreeuwde ik naar de tv. Donderdag verspreidde GeenStijl een bizarre roddel met als bron een anoniem whatsappgesprek, waaruit moest blijken dat Bowgie, de pomeranian van Lil Kleine, zou zijn overleden aan een overdosis coke die bij de rapper thuis op tafel lag. Het hondje, dat tot een paar maanden geleden edelfigureerde op Kleines sociale media, schittert daar al een tijdje in afwezigheid. Ik wachtte op de vraag naar een teken van leven van Bowgie – een foto van de krant van die dag met Bowgie erbij, bijvoorbeeld.

Maar De Mol en Scholten wisten waarvoor ze kwamen: inspiratie en dromen. De Mol: ‘Dit is een initiatief om samen met Jorik een platform te bouwen om content te maken die jongeren inspireert.’ Scholten, over de serie rondom zijn leven op het platform: ‘Je ziet niet alleen het genot en de gezelligheid. Ik denk dat jongeren van deze leeftijd daar veel meer motivatie en inspiratie uit halen, om zelf hun dromen achterna te gaan.’

De eerste aflevering van de docuserie Jorik’s life, waarin we Scholten volgen in aanloop naar zijn twee concerten in de Ziggo Dome, is eigenlijk wél een en al genot en gezelligheid. Kleine zien we hier niet meer als dat klerejoch maar als Jorik de zakenman, vader en knuffelbeer, die iedereen omhelst en kust die zijn pad kruist.

Heel wat anders dus dan de Jorik van drie jaar terug uit Linda Hakebooms serie Linda’s Mannen. Hakeboom maakt ook een serie voor New Wave, Geld moet rollen, waarin succesvolle jonge mensen met haar praten over hun succes, aan de hand van hun meest memorabele aankoop. Als je die eerste formats ziet, vrees je even dat ‘inspiratie’ en ‘dromen’ gewoon codetaal is voor ‘roem’ en ‘geld’ en dat De Mol en Scholten elkaar daar achteraf lachend om op de schouders hebben geslagen.

In de eerste Geld moet rollen stelt Hakeboom aan Giel de Winter (van YouTubekanaal StukTV, ook uit de Talpa-stal) in elk geval de geijkte vraag: maakt geld gelukkig? Een beetje, natuurlijk. Goddank onthult De Winter als zijn meest memorabele aankoop géén inspirerende patserkar of decadente droomvilla: het is een Jezuskruis, dat hij altijd bij zich draagt om zich goed te voelen. ‘Een steunpilaar.’ Misschien dat er toch nog iets dieper wordt geboord naar inspiratie bij New Wave.

Bronvermelding

André Rieu, 70 jaar en wereldberoemd, blikt vooruit én terug: ‘Mijn moeder dacht dat ik debiel was. Serieus!’

Violist, orkestleider en Maastrichts fenomeen André Rieu wordt vandaag 70. Geen reden om het rustig aan te doen, want in december houdt hij zijn kerstconcerten. Op stap door de stad van de musicus die ‘in alles’ een control freak is. 

Hoe lang hij met de Volkskrant door Maastricht gaat wandelen, vraagt André Rieu (69) aan zijn met perszaken belaste assistent, de Duitse Marie. ‘Een half uur’, zegt zij. ‘Eine halbe Stunde?! Mooi, dan hoef ik niet zoveel handtekeningen uit te delen.’ Drie minuten later vraagt Rieu hoeveel pagina’s het stuk in de krant krijgt. ‘Vier?’ Hij wendt zich tot Marie. ‘Jij hebt zes gezegd. Maar ik vroeg me eerlijk gezegd al af wat er met de Volkskrant is gebeurd, dat ze zes pagina’s aan André Rieu willen besteden.’

We hebben voorgesteld om door Maastricht te wandelen, te beginnen op het Vrijthof, epicentrum van de Rieu-verering – hier geeft hij jaarlijks zijn openluchtconcerten die door duizenden mensen worden bezocht. Dit jaar gaf hij er zijn honderdste. Al snel blijkt dat het misschien toch niet zo’n goed idee was hier af te spreken. Ook op een druilerige herfstmiddag blijkt hij een magneet voor voorbijgangers die een handtekening of een selfie willen – Rieu staat zijn fans afwisselend te woord in vloeiend Frans, Duits, algemeen Nederlands en Maastrichts. Bij de vierde selfiesessie in vijf minuten: ‘Jongens, dit gaat allemaal van jullie tijd af.’

Nog een hindernis: in die halbe Stunde moeten ook de foto’s worden genomen. Rieu vraagt de fotograaf of hij voor de cafés moet poseren. Te rommelig, zegt de fotograaf, door alle fietsen die ervoor geparkeerd staan. ‘Waar komt u vandaan?’, vraagt Rieu. ‘België’. Rieu: ‘In Nederland fietsen wij.’

De aanleiding voor onze komst is feestelijk. Rieu, de wereldberoemde violist en koning van de wals, verantwoordelijk voor een bedrijf met 210 man personeel van wie 100 man in vaste dienst, viert op 1 oktober zijn 70ste verjaardag. Voor veel mensen is het bereiken van die leeftijd een reden om eens goed te reflecteren. Wat heb ik bereikt? Wat wil ik nog doen? Heeft André Rieu nog dromen?

Hij is net terug uit Wenen, waar hij filmopnamen heeft gemaakt voor zijn nieuwe album, Happy days. Daarvoor deed hij een serie optredens in Colombia (‘daar ben ik heel groot’). Dit jaar treedt hij op in zeventien landen. Hij draagt een blauwe jas van het luxemerk Stefano Ricci, een spijkerbroek boven blauwe suede schoenen en houdt zijn handen in zijn zakken. Naast persvrouw Marie zijn er nog twee mannelijke assistenten bij, van wie een vooral op de uitkijk staat.

U wordt 70. De pensioengerechtigde leeftijd heeft u al een tijdje bereikt. Hoe lang gaat u nog door?

‘Nog heel lang. Ik word 140, daarvan ben ik overtuigd. Maar daar moet je wel wat voor doen. Geen alcohol, veel sport. Ik doe aan krachttraining.

‘Onlangs kocht ik een potje yoghurt waarop een prijsvraag stond. De hoofdprijs was een jaar minder werken. Dat is natuurlijk een fout, suggereren dat werken vies is. Als je, zoals ik, werken leuk vindt, scheelt dat veel.’

Als we de André Rieu-variant van Risk zouden spelen: zijn er plaatsen op de wereld waar nog iets voor u te halen valt?

‘Meer te halen’ klinkt wel heel negatief, heel hebberig. Met die instelling reis ik niet de wereld rond. China is nog lastig, daar moeten we alles doen zoals de regering wil, daar heb ik geen zin in, maar ik schijn er erg populair te zijn. Zeg, wordt het een leuk stuk over mij of een klotestuk?’

Zijn er plekken waar u nog zou willen spelen?

‘Overal waar mensen en zalen zijn. Naar Bogotá kon ik pas dit jaar toe omdat er nooit zalen waren die groot genoeg zijn. Ik heb een arena nodig waar 10, 15 duizend mensen in passen, anders lijd ik verlies. Ik ben niet gesubsidieerd.’

Rieu wordt, niet voor het laatst, onderbroken. ‘Mogen we op de foto met u?’, vragen twee oudere vrouwen. Dat mag. Daarna richt Rieu zich opnieuw tot zijn assistent. ‘Wanneer staat het stuk in de krant? Op mijn verjaardag. Dan moeten ze ook over het Mecc schrijven. Ik ga daar in december kerstconcerten geven, dat wordt iets heel moois. Dus de helft van het stuk gaat over het Mecc.’

André Rieu als baby. Beeld Privéarchief Rieu
André met zijn eerste en te grote viool. Beeld Privéarchief Rieu

Rieu vertelt over zijn pogingen in Maastricht een concertzaal te realiseren. Ooit moet in de Limburgse hoofdstad een André Rieu Dome verrijzen. ‘Nu hebben we niets hier. Mijn vader pleitte al voor een mooie concertzaal aan de andere kant van de Maas, maar die kwam er niet. We hebben alleen een theater (het Theater aan het Vrijthof) waar ook concerten worden gegeven. En er passen maar negenhonderd mensen in. Als ik daar op zou treden, zou ik net de broodjes in de pauze kunnen betalen.’

Als we richting de basiliek van Sint Servaas lopen en Rieu zich beklaagt over een reclamezuil die in de weg staat voor een foto, merkt een horde studenten van de toerismeklas van de Breda University de violist op. Een meisje uit Sint-Maarten vraagt om een selfie. Het helpt haar vriendinnen over een drempel – binnen een halve minuut staan er zestig mensen om hem heen. ‘Nu durven ze allemaal’, zegt Rieu. Geduldig poseert hij met de studenten. Als iemand hem vraagt of ze hem storen tijdens het interview, met een grijns: ‘Kom maar. Ik ben de baas, niet zij.’

Rieu is misschien wel de beroemdste Nederlander in het buitenland. Geen enkele klassieke artiest verdiende meer met optredens dan de 550 miljoen dollar van de Limburger, schreef het Amerikaanse tijdschrift Billboard in 2018. Vooral in Australië is Rieu geliefd. Van 2008 tot en met 2010 was hij daar de bestverkochte artiest. In 2009 bezette hij negen plaatsen in de top-10 bestverkochte dvd’s.

Tegelijkertijd is hij de minst representatieve klassieke musicus. Rieu maakt sinds begin jaren negentig shows waarin de muziek – vooral marsen en walsen, denk aan An der schöne blauen Donau van Johann Strauss junior – de voorstelling dient. Het visuele spektakel, met grote decors en weelderige kostuums, is minstens zo belangrijk. In de regel zijn klassieke concerten akoestisch, die van Rieu worden versterkt en waar er doorgaans niet tussen de stukken door wordt gepraat, is Rieu juist een ceremoniemeester.

Het contrast met waar hij ‘vandaan’ komt, kan niet groter. Rieu begon zijn loopbaan als tweede violist in het Limburgs Symfonie Orkest, waar zijn vader, André Rieu senior, van 1949 tot 1980 de dirigent was. Junior speelde nog één jaar onder zijn leiding mee.

André Rieu in Israël. Beeld Marcel van Hoorn
Tijdens de Amerikaanse tournee, in Los Angeles. Beeld Marcel van Hoorn

Heeft u nog een band met het orkest?

‘Ik heb daar geen gevoelens bij.’ Inmiddels is het Limburgs Symfonie Orkest met Het Brabants Orkest gefuseerd tot de Philharmonie Zuidnederland. ‘Een mislukking. Brabant heeft niks, Limburg heeft niks. Ze moeten het gewoon Maastricht Philharmonic noemen! Maastricht is super hot. Het is hier begonnen met die treaty (het Verdrag van Maastricht van 1992, waarbij de Europese Unie werd opgericht). En ik heb ook mijn steentje bijgedragen om de stad op de kaart te zetten.’

Wat zou u veranderen als u het voor het zeggen had bij de Philharmonie Zuidnederland?

Rieu gaat niet in op de vraag. ‘Ik had een gesprek met Dominic… Die bassist van het Koninklijk Concertgebouworkest en dat tv-programma, Maestro. Seldis ja, een fantastisch aardige vent. Hij zei dat ze jeugdconcerten moesten doen en zo. Want ze hebben subsidie nodig hè. Nou, dat weet ik uit ervaring: dat zijn niet de leukste opdrachten. Toen zei ik: bouw gewoon een grotere zaal. Vraag 100 euro per plek. Nu kunnen er, wat is het, negentienhonderd man in die zaal en moet dat orkest zijn handje op houden bij de staat.

‘Je kunt het Concertgebouw toch niet slopen?’, zeggen mensen dan. ‘De zaal met de mooiste akoestiek ter wereld!’ Maar je kunt er ook een nieuwe zaal naast bouwen, met nóg mooiere akoestiek. Je moet groot durven denken. Het kan!’

Hoe ziet u uw betekenis voor de klassieke muziek?

‘Dat is maar hoe je het bekijkt. Er zijn mensen die zeggen: ‘Omdat Rieu de ouverture van La traviata (een opera van Giuseppe Verdi) speelt, gaan mensen naar La traviata. Misschien, dat zou leuk zijn. Maar mijn grootste betekenis voor de muziek is toch wel dat ik de mensen raak die ernaar luisteren. Gelukkig zijn dat er heel veel, van alle klassen en geledingen. Als je bent geraakt door een stuk en je moet huilen, heb ik alles bereikt.’

Ondertussen wordt de fotosessie hervat. ‘Ein bischen tiefer!’, zegt Rieu tegen zijn assistent, die op verzoek van de fotograaf haar baas met een reflectiescherm probeert te belichten. ‘Nog iets meer. Ja, nu heb je me.’

Is deze bemoeizucht nou een pose?

‘Nee. Ik zie in mijn ooghoeken dat zij daar staat en dat dat scherm geen enkele zin had, en nu heeft dat het wel.’

Bent u een controlfreak?

‘Ja, in alles.’ Hij dirigeert met zijn vinger dat het scherm nog iets lager moet. ‘Mijn zoon Pierre zegt weleens: ‘Verdomme man. Nou ziet-ie weer alleen dat ene wat niet klopt.’’

Bent u ooit tevreden?

‘Ja hoor. The Second Waltz (van Dmitri Sjostakovitsj, red.) was in 1995 mijn doorbraak hier in Nederland. Ik heb toen een miljoen cd’s verkocht in een jaar. Om dat te vieren heb ik hier op het Vrijthof gespeeld, met 150 dansparen waarvan de dames allemaal een prinsessenjurk droegen. Toen we repeteerden in het Mecc, sprongen de tranen in mijn ogen. Ik zag wel dat een jurk te kort of te lang was, maar de aanblik was prachtig.’

Dan wendt hij zich tot de fotograaf. ‘Is dit geen mooie foto?’

‘Nee’, zegt zij.

‘Vind ik wel.’

Het begint te regenen. We lopen naar het neoclassicistische gebouw de Hoofdwacht om te schuilen in de galerij. Bijkomend voordeel: we worden er minder opgemerkt.

Wordt u weleens moe van de aandacht?

‘Nee, alleen als fans me claimen. In het begin van mijn carrière was ik in Frankrijk. Een jong jongetje stond op een plein viool te spelen met een rokje aan. Ik zie door alles heen dat zijn vader en moeder hem dat laten doen. Zij zeiden tegen mij: ‘Hij is doodziek, hij heeft nog twee maanden te leven, je moet nu echt met hem spelen.’ ‘Dat ga ik niet doen’, zei ik. Ik geloofde er geen reet van. Hij leeft nu nog. Dit soort dingen komen heel vaak voor.’

Met selfies makende fans in Maastricht. Beeld Rebecca Fertinel

Wat gebeurt er met uw Johann Strauss Orchestra als u ermee stopt? Wordt de traditie doorgegeven?

‘Dat weet ik niet. Toen de Strauss-jongens dood gingen, is hun orkest ook opgehouden.’

Zijn er mensen die u nadoen?

‘Ik geloof het niet. Maar het is waarschijnlijk toch moeilijker dan je denkt, met tweehonderd man rond de wereld reizen.’

Krijgt u genoeg erkenning in Nederland?

‘Intussen wel. Het is hetzelfde gegaan als bij André van Duin. Toen hij begon, vonden mensen hem wel erg platvloers. Totdat NRC ineens zei dat hij goed was. Toen was het goed.’

Een muziekredacteur van NRC schreef in 2013 over u dat u net zo verfijnd was als een Big Mac. Wat doet dat u?

‘Niet heel veel meer. Als iemand in het begin van mijn carrière schreef dat ik niet goed speelde, raakte me dat, omdat ik vind dat ik wel goed speel. Maar sinds ik zie dat mijn succes oprecht is en collega’s zeggen dat ze veel respect voor me hebben, krijg ik geen buikpijn meer van de kritiek. Natuurlijk zou ik graag ook bij NRC in de smaak vallen. Dat zit in mij. Ik vind het leuk om in de smaak te vallen.’

Kranten recenseren het Concertgebouworkest, maar uw concerten niet.

‘Nooit.’

En als ze komen, schrijven ze geen recensies, maar reportages.

De Volkskrant heeft ooit een optreden in de Ziggo Dome gerecenseerd. Er waren zoveel buitenlanders, dat ik na de pauze besloot de helft in het Engels te doen. ‘Steenkolenengels’, schreef de journalist daarover. Maar zo erg is mijn Engels volgens mij niet.’

Vindt u dat de kranten ieder jaar naar het Vrijthof moeten komen?

‘Nee, want ik wil mijn publiek zien. Ik zie meteen: dát is iemand van de krant. Omdat zo iemand niet meedoet! Die zit niet te lachen, niet te huilen, niet te dansen. Ga dan achter een boom zitten of zo.’

André, niet gedateerd. Beeld Privéarchief Rieu
André en zijn vrouw Marjorie in Gent. Beeld Privéarchief Rieu
Rieu met zijn gezin. Beeld Privéarchief Rieu

U heeft weleens critici op het podium gevraagd.

‘Ja, dat was in het begin van mijn carrière. Een Limburgs lolligheidje. Het waren twee beruchte Limburgse critici, die altijd cynisch moesten schrijven. Ik dacht: ik nodig ze allebei uit op het podium om mee te spelen. Ik had de een belletjes gegeven en de ander een zweep. Ze brachten er geen zak van terecht. Tot grote hilariteit van de zaal.’ Lachend: ‘Ze hebben nooit meer cynisch geschreven.’

De assistent vraagt of Rieu nog moet poseren. De fotograaf laat blijken dat ze genoeg beelden heeft, geeft Rieu een hand en vertrekt. Rieu: ‘Ja, zij heeft de World Press Photo.’

Even later wenkt zijn assistent dat het halve uur al een poosje verstreken is. ‘Laat maar, ik klets nog wel even met de jongens. We hebben zoveel tijd verloren door die klotefoto’s.’

Rieu vertelt gefascineerd te zijn door het heelal. Hij leest er boeken over van de Britse natuurkundige Stephen Hawking. ‘Waarom zijn we hier? Wat doen we hier? Dat vind ik ontzettend interessant. Ik heb er zo mijn eigen ideeën over. Ik weet nog dat de docent aardrijkskunde op de lagere school zei dat Europa, Afrika, Noord- en Zuid-Amerika vroeger één continent vormden. Ja, ik zag allang dat ze in elkaar pasten, zei ik toen. Dat vond die man maar niks.’

Was u een slim kind?

‘Nee, helemaal niet. Mijn moeder dacht dat ik debiel was. Serieus! Ik geloof dat ik op mijn tweede nog geen woord gezegd had.’

Op zijn 5de had Rieu een viool in handen. Zijn vader, de dirigent, eiste volledige toewijding van zijn kinderen. Terwijl vriendjes buiten voetbalden, volgde Rieu lessen in solfège, gehoortraining. ‘Het was een harde leerschool. Een kind wil nooit iets wat moet, en ik moest en zou viool leren spelen.’

Hoe was het om onder uw vader in het orkest te zitten?

‘Niet leuk. Er heerste een ambtenarensfeer. En het was ongemakkelijk. ‘Daar komt het zoontje-van’, collega’s dachten dat ik voorgetrokken werd. ‘Daar moeten we zeker aardig tegen doen, terwijl we die man haten.’ Het was de tijd dat dirigenten nog voor het leven werden benoemd, hè. Toen mijn vader stopte, werd het leuker voor mij.’

Heeft u het daar met uw vader over gehad?

‘Nee, ik had een moeilijke relatie met hem. We hebben nooit veel gesproken en in die tijd deden we dat zeker niet.’

Kinderen Rieu (André is de tweede van voren). Beeld Privéarchief Rieu
Uit het privéarchief. Beeld Privéarchief Rieu

Wat vond hij ervan dat u in 1978 het Maastrichts Salon Orkest oprichtte, de voorloper van uw Johann Strauss Orchestra?

‘Verschrikkelijk. Dat zei hij niet, maar dat wist ik gewoon. Ik speelde op bruiloften en partijen. Daarvoor had hij me niet naar het conservatorium gestuurd.’

Heeft u ooit erkenning van hem gekregen?

‘Hij is ooit naar een concert van mij in Heerlen gekomen, maar hij is halverwege weggegaan. Hij heeft nog een brief geschreven. ‘Als iemand het kan, dan is het André Rieu’, stond daarin. Maar hij heeft het nooit zijn zegen gegeven, hij heeft me nooit omhelsd. Dat vond ik wel erg. Ik denk dat zoiets heel belangrijk is voor kinderen. Aan de andere kant heb ik het wel aan zijn tucht en genen te danken dat ik hier sta.’

Uw vader overleed in 1992. Vindt u het jammer dat hij uw grote doorbraak niet heeft meegemaakt?

‘Dat weet ik niet. Ik weet ook niet of hij het zou appreciëren. Mijn moeder heeft heel lang geleefd, en die heeft er ook nooit iets over gezegd.’

Waarom niet?

‘Omdat ze nooit in mij geloofden. Mijn zus was hun alles. Zij was veel brutaler. Ik sta nu wel op een podium, maar ben erg verlegen. Ik zat in een hoekje gelukkig te zijn.’

Heeft u ooit stappen ondernomen om de relatie met uw ouders te verbeteren?

‘Ja, ik ben in therapie gegaan. Meer dan veertig jaar geleden, samen met mijn vrouw Marjorie. Maar die man zei meteen: ‘Jij moet verder in je leven.’ En zo is het ook.’ Na een stilte: ‘Zo jongens, we doen nog vijf minuten.’

Hij wijst naar het noorden, naar de McDonald’s. ‘Daar zat een restaurant, daar heb ik bijzondere herinneringen aan.’ Francis Poulenc (1899-1963), een van de grootste componisten van de 20ste eeuw, kwam elk jaar bij de familie Rieu op bezoek. ‘Dan liepen we na een concert naar dat restaurant. Hij at als een Fransman, heel indrukwekkend. En de sopraan die hij meenam, Denise Duval, over haar droom ik nog. Ze heeft me een keer in bad gedaan. Ze had zo’n typisch, Frans parfum, ik ruik het nog.’

Dan, na ruim een uur, gebaart assistent Marie dat de tijd er echt op zit. Waar moet Rieu ineens zo snel naartoe? ‘Ik wilde een nieuwe keuken. Dat mocht van mijn vrouw, op voorwaarde dat ik voor haar zou koken.’ We nemen afscheid. Daar loopt hij, langs de Servaas. Hij moet boodschappen doen.

De kerstconcerten van André Rieu vinden plaats op 20, 21 en 22/12 in Mecc, Maastricht.

CV André Rieu

1949 – geboren in Maastricht als zoon van dirigent André Rieu sr.

1968-1977 – studeert aan de conservatoria van Luik, Maastricht en Brussel, les van o.a. Herman Krebbers

1975 – trouwt met jeugdliefde Marjorie, met wie hij twee zonen krijgt

1978 – richt het Maastrichts Salon Orkest op, treedt op in bejaardentehuizen en op bruiloften

1979-1991 – tweede violist in het Limburgs Symfonie Orkest

1987 – breidt ensemble uit en verandert naam in Johann Strauss Orchestra

1994 – doorbraak: scoort een hit met The Second Waltz (Sjostakovitsj)

1995 – treedt op in Olympisch Stadion voorafgaand aan Ajax-Bayern München in de halve finale van de Champions League

2009 – staat in top-10 bestverkopende artiesten: behaalt een omzet van 67 miljoen euro en verkoopt wereldwijd 835 duizend concertkaarten

2018 – Rieus meest succesvolle jaar

Bronvermelding

André Rieu (70) blikt vooruit én terug: ‘Mijn moeder dacht dat ik debiel was. Serieus!’

Violist, orkestleider en Maastrichts fenomeen André Rieu wordt dinsdag 70. Geen reden om het rustig aan te doen, want in december houdt hij zijn kerstconcerten. Op stap door de stad van de musicus die ‘in alles’ een control freak is. 

Hoe lang hij met de Volkskrant door Maastricht gaat wandelen, vraagt André Rieu (69) aan zijn met perszaken belaste assistent, de Duitse Marie. ‘Een half uur’, zegt zij. ‘Eine halbe Stunde?! Mooi, dan hoef ik niet zoveel handtekeningen uit te delen.’ Drie minuten later vraagt Rieu hoeveel pagina’s het stuk in de krant krijgt. ‘Vier?’ Hij wendt zich tot Marie. ‘Jij hebt zes gezegd. Maar ik vroeg me eerlijk gezegd al af wat er met de Volkskrant is gebeurd, dat ze zes pagina’s aan André Rieu willen besteden.’

We hebben voorgesteld om door Maastricht te wandelen, te beginnen op het Vrijthof, epicentrum van de Rieu-verering – hier geeft hij jaarlijks zijn openluchtconcerten die door duizenden mensen worden bezocht. Dit jaar gaf hij er zijn honderdste. Al snel blijkt dat het misschien toch niet zo’n goed idee was hier af te spreken. Ook op een druilerige herfstmiddag blijkt hij een magneet voor voorbijgangers die een handtekening of een selfie willen – Rieu staat zijn fans afwisselend te woord in vloeiend Frans, Duits, algemeen Nederlands en Maastrichts. Bij de vierde selfiesessie in vijf minuten: ‘Jongens, dit gaat allemaal van jullie tijd af.’

Nog een hindernis: in die halbe Stunde moeten ook de foto’s worden genomen. Rieu vraagt de fotograaf of hij voor de cafés moet poseren. Te rommelig, zegt de fotograaf, door alle fietsen die ervoor geparkeerd staan. ‘Waar komt u vandaan?’, vraagt Rieu. ‘België’. Rieu: ‘In Nederland fietsen wij.’

De aanleiding voor onze komst is feestelijk. Rieu, de wereldberoemde violist en koning van de wals, verantwoordelijk voor een bedrijf met 210 man personeel van wie 100 man in vaste dienst, viert op 1 oktober zijn 70ste verjaardag. Voor veel mensen is het bereiken van die leeftijd een reden om eens goed te reflecteren. Wat heb ik bereikt? Wat wil ik nog doen? Heeft André Rieu nog dromen?

Hij is net terug uit Wenen, waar hij filmopnamen heeft gemaakt voor zijn nieuwe album, Happy days. Daarvoor deed hij een serie optredens in Colombia (‘daar ben ik heel groot’). Dit jaar treedt hij op in zeventien landen. Hij draagt een blauwe jas van het luxemerk Stefano Ricci, een spijkerbroek boven blauwe suede schoenen en houdt zijn handen in zijn zakken. Naast persvrouw Marie zijn er nog twee mannelijke assistenten bij, van wie een vooral op de uitkijk staat.

U wordt 70. De pensioengerechtigde leeftijd heeft u al een tijdje bereikt. Hoe lang gaat u nog door?

‘Nog heel lang. Ik word 140, daarvan ben ik overtuigd. Maar daar moet je wel wat voor doen. Geen alcohol, veel sport. Ik doe aan krachttraining.

‘Onlangs kocht ik een potje yoghurt waarop een prijsvraag stond. De hoofdprijs was een jaar minder werken. Dat is natuurlijk een fout, suggereren dat werken vies is. Als je, zoals ik, werken leuk vindt, scheelt dat veel.’

Als we de André Rieu-variant van Risk zouden spelen: zijn er plaatsen op de wereld waar nog iets voor u te halen valt?

‘Meer te halen’ klinkt wel heel negatief, heel hebberig. Met die instelling reis ik niet de wereld rond. China is nog lastig, daar moeten we alles doen zoals de regering wil, daar heb ik geen zin in, maar ik schijn er erg populair te zijn. Zeg, wordt het een leuk stuk over mij of een klotestuk?’

Zijn er plekken waar u nog zou willen spelen?

‘Overal waar mensen en zalen zijn. Naar Bogotá kon ik pas dit jaar toe omdat er nooit zalen waren die groot genoeg zijn. Ik heb een arena nodig waar 10, 15 duizend mensen in passen, anders lijd ik verlies. Ik ben niet gesubsidieerd.’

Rieu wordt, niet voor het laatst, onderbroken. ‘Mogen we op de foto met u?’, vragen twee oudere vrouwen. Dat mag. Daarna richt Rieu zich opnieuw tot zijn assistent. ‘Wanneer staat het stuk in de krant? Op mijn verjaardag. Dan moeten ze ook over het Mecc schrijven. Ik ga daar in december kerstconcerten geven, dat wordt iets heel moois. Dus de helft van het stuk gaat over het Mecc.’

André Rieu als baby. Beeld Privéarchief Rieu
André met zijn eerste en te grote viool. Beeld Privéarchief Rieu

Rieu vertelt over zijn pogingen in Maastricht een concertzaal te realiseren. Ooit moet in de Limburgse hoofdstad een André Rieu Dome verrijzen. ‘Nu hebben we niets hier. Mijn vader pleitte al voor een mooie concertzaal aan de andere kant van de Maas, maar die kwam er niet. We hebben alleen een theater (het Theater aan het Vrijthof) waar ook concerten worden gegeven. En er passen maar negenhonderd mensen in. Als ik daar op zou treden, zou ik net de broodjes in de pauze kunnen betalen.’

Als we richting de basiliek van Sint Servaas lopen en Rieu zich beklaagt over een reclamezuil die in de weg staat voor een foto, merkt een horde studenten van de toerismeklas van de Breda University de violist op. Een meisje uit Sint-Maarten vraagt om een selfie. Het helpt haar vriendinnen over een drempel – binnen een halve minuut staan er zestig mensen om hem heen. ‘Nu durven ze allemaal’, zegt Rieu. Geduldig poseert hij met de studenten. Als iemand hem vraagt of ze hem storen tijdens het interview, met een grijns: ‘Kom maar. Ik ben de baas, niet zij.’

Rieu is misschien wel de beroemdste Nederlander in het buitenland. Geen enkele klassieke artiest verdiende meer met optredens dan de 550 miljoen dollar van de Limburger, schreef het Amerikaanse tijdschrift Billboard in 2018. Vooral in Australië is Rieu geliefd. Van 2008 tot en met 2010 was hij daar de bestverkochte artiest. In 2009 bezette hij negen plaatsen in de top-10 bestverkochte dvd’s.

Tegelijkertijd is hij de minst representatieve klassieke musicus. Rieu maakt sinds begin jaren negentig shows waarin de muziek – vooral marsen en walsen, denk aan An der schöne blauen Donau van Johann Strauss junior – de voorstelling dient. Het visuele spektakel, met grote decors en weelderige kostuums, is minstens zo belangrijk. In de regel zijn klassieke concerten akoestisch, die van Rieu worden versterkt en waar er doorgaans niet tussen de stukken door wordt gepraat, is Rieu juist een ceremoniemeester.

Het contrast met waar hij ‘vandaan’ komt, kan niet groter. Rieu begon zijn loopbaan als tweede violist in het Limburgs Symfonie Orkest, waar zijn vader, André Rieu senior, van 1949 tot 1980 de dirigent was. Junior speelde nog één jaar onder zijn leiding mee.

André Rieu in Israël. Beeld Marcel van Hoorn
Tijdens de Amerikaanse tournee, in Los Angeles. Beeld Marcel van Hoorn

Heeft u nog een band met het orkest?

‘Ik heb daar geen gevoelens bij.’ Inmiddels is het Limburgs Symfonie Orkest met Het Brabants Orkest gefuseerd tot de Philharmonie Zuidnederland. ‘Een mislukking. Brabant heeft niks, Limburg heeft niks. Ze moeten het gewoon Maastricht Philharmonic noemen! Maastricht is super hot. Het is hier begonnen met die treaty (het Verdrag van Maastricht van 1992, waarbij de Europese Unie werd opgericht). En ik heb ook mijn steentje bijgedragen om de stad op de kaart te zetten.’

Wat zou u veranderen als u het voor het zeggen had bij de Philharmonie Zuidnederland?

Rieu gaat niet in op de vraag. ‘Ik had een gesprek met Dominic… Die bassist van het Koninklijk Concertgebouworkest en dat tv-programma, Maestro. Seldis ja, een fantastisch aardige vent. Hij zei dat ze jeugdconcerten moesten doen en zo. Want ze hebben subsidie nodig hè. Nou, dat weet ik uit ervaring: dat zijn niet de leukste opdrachten. Toen zei ik: bouw gewoon een grotere zaal. Vraag 100 euro per plek. Nu kunnen er, wat is het, negentienhonderd man in die zaal en moet dat orkest zijn handje op houden bij de staat.

‘Je kunt het Concertgebouw toch niet slopen?’, zeggen mensen dan. ‘De zaal met de mooiste akoestiek ter wereld!’ Maar je kunt er ook een nieuwe zaal naast bouwen, met nóg mooiere akoestiek. Je moet groot durven denken. Het kan!’

Hoe ziet u uw betekenis voor de klassieke muziek?

‘Dat is maar hoe je het bekijkt. Er zijn mensen die zeggen: ‘Omdat Rieu de ouverture van La traviata (een opera van Giuseppe Verdi) speelt, gaan mensen naar La traviata. Misschien, dat zou leuk zijn. Maar mijn grootste betekenis voor de muziek is toch wel dat ik de mensen raak die ernaar luisteren. Gelukkig zijn dat er heel veel, van alle klassen en geledingen. Als je bent geraakt door een stuk en je moet huilen, heb ik alles bereikt.’

Ondertussen wordt de fotosessie hervat. ‘Ein bischen tiefer!’, zegt Rieu tegen zijn assistent, die op verzoek van de fotograaf haar baas met een reflectiescherm probeert te belichten. ‘Nog iets meer. Ja, nu heb je me.’

Is deze bemoeizucht nou een pose?

‘Nee. Ik zie in mijn ooghoeken dat zij daar staat en dat dat scherm geen enkele zin had, en nu heeft dat het wel.’

Bent u een controlfreak?

‘Ja, in alles.’ Hij dirigeert met zijn vinger dat het scherm nog iets lager moet. ‘Mijn zoon Pierre zegt weleens: ‘Verdomme man. Nou ziet-ie weer alleen dat ene wat niet klopt.’’

Bent u ooit tevreden?

‘Ja hoor. The Second Waltz (van Dmitri Sjostakovitsj, red.) was in 1995 mijn doorbraak hier in Nederland. Ik heb toen een miljoen cd’s verkocht in een jaar. Om dat te vieren heb ik hier op het Vrijthof gespeeld, met 150 dansparen waarvan de dames allemaal een prinsessenjurk droegen. Toen we repeteerden in het Mecc, sprongen de tranen in mijn ogen. Ik zag wel dat een jurk te kort of te lang was, maar de aanblik was prachtig.’

Dan wendt hij zich tot de fotograaf. ‘Is dit geen mooie foto?’

‘Nee’, zegt zij.

‘Vind ik wel.’

Het begint te regenen. We lopen naar het neoclassicistische gebouw de Hoofdwacht om te schuilen in de galerij. Bijkomend voordeel: we worden er minder opgemerkt.

Wordt u weleens moe van de aandacht?

‘Nee, alleen als fans me claimen. In het begin van mijn carrière was ik in Frankrijk. Een jong jongetje stond op een plein viool te spelen met een rokje aan. Ik zie door alles heen dat zijn vader en moeder hem dat laten doen. Zij zeiden tegen mij: ‘Hij is doodziek, hij heeft nog twee maanden te leven, je moet nu echt met hem spelen.’ ‘Dat ga ik niet doen’, zei ik. Ik geloofde er geen reet van. Hij leeft nu nog. Dit soort dingen komen heel vaak voor.’

Met selfies makende fans in Maastricht. Beeld Rebecca Fertinel

Wat gebeurt er met uw Johann Strauss Orchestra als u ermee stopt? Wordt de traditie doorgegeven?

‘Dat weet ik niet. Toen de Strauss-jongens dood gingen, is hun orkest ook opgehouden.’

Zijn er mensen die u nadoen?

‘Ik geloof het niet. Maar het is waarschijnlijk toch moeilijker dan je denkt, met tweehonderd man rond de wereld reizen.’

Krijgt u genoeg erkenning in Nederland?

‘Intussen wel. Het is hetzelfde gegaan als bij André van Duin. Toen hij begon, vonden mensen hem wel erg platvloers. Totdat NRC ineens zei dat hij goed was. Toen was het goed.’

Een muziekredacteur van NRC schreef in 2013 over u dat u net zo verfijnd was als een Big Mac. Wat doet dat u?

‘Niet heel veel meer. Als iemand in het begin van mijn carrière schreef dat ik niet goed speelde, raakte me dat, omdat ik vind dat ik wel goed speel. Maar sinds ik zie dat mijn succes oprecht is en collega’s zeggen dat ze veel respect voor me hebben, krijg ik geen buikpijn meer van de kritiek. Natuurlijk zou ik graag ook bij NRC in de smaak vallen. Dat zit in mij. Ik vind het leuk om in de smaak te vallen.’

Kranten recenseren het Concertgebouworkest, maar uw concerten niet.

‘Nooit.’

En als ze komen, schrijven ze geen recensies, maar reportages.

De Volkskrant heeft ooit een optreden in de Ziggo Dome gerecenseerd. Er waren zoveel buitenlanders, dat ik na de pauze besloot de helft in het Engels te doen. ‘Steenkolenengels’, schreef de journalist daarover. Maar zo erg is mijn Engels volgens mij niet.’

Vindt u dat de kranten ieder jaar naar het Vrijthof moeten komen?

‘Nee, want ik wil mijn publiek zien. Ik zie meteen: dát is iemand van de krant. Omdat zo iemand niet meedoet! Die zit niet te lachen, niet te huilen, niet te dansen. Ga dan achter een boom zitten of zo.’

André, niet gedateerd. Beeld Privéarchief Rieu
André en zijn vrouw Marjorie in Gent. Beeld Privéarchief Rieu
Rieu met zijn gezin. Beeld Privéarchief Rieu

U heeft weleens critici op het podium gevraagd.

‘Ja, dat was in het begin van mijn carrière. Een Limburgs lolligheidje. Het waren twee beruchte Limburgse critici, die altijd cynisch moesten schrijven. Ik dacht: ik nodig ze allebei uit op het podium om mee te spelen. Ik had de een belletjes gegeven en de ander een zweep. Ze brachten er geen zak van terecht. Tot grote hilariteit van de zaal.’ Lachend: ‘Ze hebben nooit meer cynisch geschreven.’

De assistent vraagt of Rieu nog moet poseren. De fotograaf laat blijken dat ze genoeg beelden heeft, geeft Rieu een hand en vertrekt. Rieu: ‘Ja, zij heeft de World Press Photo.’

Even later wenkt zijn assistent dat het halve uur al een poosje verstreken is. ‘Laat maar, ik klets nog wel even met de jongens. We hebben zoveel tijd verloren door die klotefoto’s.’

Rieu vertelt gefascineerd te zijn door het heelal. Hij leest er boeken over van de Britse natuurkundige Stephen Hawking. ‘Waarom zijn we hier? Wat doen we hier? Dat vind ik ontzettend interessant. Ik heb er zo mijn eigen ideeën over. Ik weet nog dat de docent aardrijkskunde op de lagere school zei dat Europa, Afrika, Noord- en Zuid-Amerika vroeger één continent vormden. Ja, ik zag allang dat ze in elkaar pasten, zei ik toen. Dat vond die man maar niks.’

Was u een slim kind?

‘Nee, helemaal niet. Mijn moeder dacht dat ik debiel was. Serieus! Ik geloof dat ik op mijn tweede nog geen woord gezegd had.’

Op zijn 5de had Rieu een viool in handen. Zijn vader, de dirigent, eiste volledige toewijding van zijn kinderen. Terwijl vriendjes buiten voetbalden, volgde Rieu lessen in solfège, gehoortraining. ‘Het was een harde leerschool. Een kind wil nooit iets wat moet, en ik moest en zou viool leren spelen.’

Hoe was het om onder uw vader in het orkest te zitten?

‘Niet leuk. Er heerste een ambtenarensfeer. En het was ongemakkelijk. ‘Daar komt het zoontje-van’, collega’s dachten dat ik voorgetrokken werd. ‘Daar moeten we zeker aardig tegen doen, terwijl we die man haten.’ Het was de tijd dat dirigenten nog voor het leven werden benoemd, hè. Toen mijn vader stopte, werd het leuker voor mij.’

Heeft u het daar met uw vader over gehad?

‘Nee, ik had een moeilijke relatie met hem. We hebben nooit veel gesproken en in die tijd deden we dat zeker niet.’

Kinderen Rieu (André is de tweede van voren). Beeld Privéarchief Rieu
Uit het privéarchief. Beeld Privéarchief Rieu

Wat vond hij ervan dat u in 1978 het Maastrichts Salon Orkest oprichtte, de voorloper van uw Johann Strauss Orchestra?

‘Verschrikkelijk. Dat zei hij niet, maar dat wist ik gewoon. Ik speelde op bruiloften en partijen. Daarvoor had hij me niet naar het conservatorium gestuurd.’

Heeft u ooit erkenning van hem gekregen?

‘Hij is ooit naar een concert van mij in Heerlen gekomen, maar hij is halverwege weggegaan. Hij heeft nog een brief geschreven. ‘Als iemand het kan, dan is het André Rieu’, stond daarin. Maar hij heeft het nooit zijn zegen gegeven, hij heeft me nooit omhelsd. Dat vond ik wel erg. Ik denk dat zoiets heel belangrijk is voor kinderen. Aan de andere kant heb ik het wel aan zijn tucht en genen te danken dat ik hier sta.’

Uw vader overleed in 1992. Vindt u het jammer dat hij uw grote doorbraak niet heeft meegemaakt?

‘Dat weet ik niet. Ik weet ook niet of hij het zou appreciëren. Mijn moeder heeft heel lang geleefd, en die heeft er ook nooit iets over gezegd.’

Waarom niet?

‘Omdat ze nooit in mij geloofden. Mijn zus was hun alles. Zij was veel brutaler. Ik sta nu wel op een podium, maar ben erg verlegen. Ik zat in een hoekje gelukkig te zijn.’

Heeft u ooit stappen ondernomen om de relatie met uw ouders te verbeteren?

‘Ja, ik ben in therapie gegaan. Meer dan veertig jaar geleden, samen met mijn vrouw Marjorie. Maar die man zei meteen: ‘Jij moet verder in je leven.’ En zo is het ook.’ Na een stilte: ‘Zo jongens, we doen nog vijf minuten.’

Hij wijst naar het noorden, naar de McDonald’s. ‘Daar zat een restaurant, daar heb ik bijzondere herinneringen aan.’ Francis Poulenc (1899-1963), een van de grootste componisten van de 20ste eeuw, kwam elk jaar bij de familie Rieu op bezoek. ‘Dan liepen we na een concert naar dat restaurant. Hij at als een Fransman, heel indrukwekkend. En de sopraan die hij meenam, Denise Duval, over haar droom ik nog. Ze heeft me een keer in bad gedaan. Ze had zo’n typisch, Frans parfum, ik ruik het nog.’

Dan, na ruim een uur, gebaart assistent Marie dat de tijd er echt op zit. Waar moet Rieu ineens zo snel naartoe? ‘Ik wilde een nieuwe keuken. Dat mocht van mijn vrouw, op voorwaarde dat ik voor haar zou koken.’ We nemen afscheid. Daar loopt hij, langs de Servaas. Hij moet boodschappen doen.

De kerstconcerten van André Rieu vinden plaats op 20, 21 en 22/12 in Mecc, Maastricht.

CV André Rieu

1949 – geboren in Maastricht als zoon van dirigent André Rieu sr.

1968-1977 – studeert aan de conservatoria van Luik, Maastricht en Brussel, les van o.a. Herman Krebbers

1975 – trouwt met jeugdliefde Marjorie, met wie hij twee zonen krijgt

1978 – richt het Maastrichts Salon Orkest op, treedt op in bejaardentehuizen en op bruiloften

1979-1991 – tweede violist in het Limburgs Symfonie Orkest

1987 – breidt ensemble uit en verandert naam in Johann Strauss Orchestra

1994 – doorbraak: scoort een hit met The Second Waltz (Sjostakovitsj)

1995 – treedt op in Olympisch Stadion voorafgaand aan Ajax-Bayern München in de halve finale van de Champions League

2009 – staat in top-10 bestverkopende artiesten: behaalt een omzet van 67 miljoen euro en verkoopt wereldwijd 835 duizend concertkaarten

2018 – Rieus meest succesvolle jaar

Bronvermelding

Parijs mocht zich in de handen wrijven met al die migrant-kunstenaars ★★★☆☆

Werken van Chagall op de expositie Migranten in Parijs. Beeld Stedelijk Museum Amsterdam

Eerlijk gezegd heb ik altijd een liefde-haat-relatie met Parijs gehad. Mooie stad natuurlijk. Met zijn boulevards, terrasjes, fin-de-siècle kiosken, de groene stoeltjes aan de Tuilerieën-vijver en zinken togen waaraan je staand een noisette of glaasje rode huiswijn kan drinken.

Maar het eeuwige gedweep over de onvermijdelijke romantiek van absint, clochards en Gitanes Maïs-sigaretten komt me ook wel eens de neus uit. De Fransozen met hun haute cuisine van exquise liflafjes, ingewikkelde sauzen en stoofpotjes boeuf bourguignon waarin steevast een pakje roomboter is verwerkt. Het patriottische geronk over Bordeaux, Bourgogne en Pétrus alsof niemand buiten Frankrijk weet dat je van druiven wijn kan maken. Of het ophemelen van de Franse schilderkunst als ware het la plus belle peinture du monde, door de lichtvoetige penseelstreek, lelies in troebel water en oh-la-la-naakten in gespikkeld zonlicht.

Het zou goed zijn voor al die Fransen (en francofiele Nederlanders) om eens naar het Stedelijk Museum af te reizen. Voor een portie gezonde relativering. Reden is de collectietentoonstelling Migranten in Parijs waarin een beeld wordt gegeven van welke kunstenaars er al zo, in de eerste helft van de 20ste eeuw, naar de lichtstad vertrokken om er beroemd en bekend te worden. 

Natuurlijk waren dat Piet Mondriaan, Marc Chagall en Pablo Picasso, naar wie de tentoonstelling is vernoemd. Maar ook, hou u vast: Sonia Delaunay, Chaim Soutine, Soumanou Vieyra, Wilfredo Lam, Kees van Dongen, Jan Sluijters, Ossip Zadkine, Joaquín Torres-García,  Emmy Andriesse, Karel Appel, Eva Besnyö, Sonia Delaunay, Gisèle Freund, Natalia Goncharova, Wassily Kandinsky, Germaine Krull, Jacques Lipchitz, Paula Modersohn-Becker, Marlow Moss, Diego Rivera, Gino Severini en Sophia Warburg, to name a few.

Belangrijke stempel

Wie de tentoonstelling bezoekt, krijgt het idee dat de Fransen zelf nauwelijks een rol van betekenis speelden, wat misschien wel eens zou kunnen kloppen. Iedereen die er destijds toe deed kwam uit het buitenland. Sterker, zonder migranten, de ‘vreemdeling’, had de kunstscene van Parijs helemaal niet zo’n belangrijke stempel op de ontluikende wereld van de moderne kunst gedrukt. 

Parijs mocht blij zijn dat al deze migrant-kunstenaars die verhuisden voor het artistieke milieu, de verzamelaars en galeriehouders die er woonden (en ook veelal uit het buitenland afkomstig waren) – en vooruit, ook voor de coq au vin en glaasjes rode huiswijn. Op hun beurt zorgden de buitenlandse kunstenaars voor nieuwe invloeden, een andere beeldtaal, onbekende technieken, verrassende smaken. 

Migranten in Parijs mag een historische correctie willen uitdragen, de expositie is natuurlijk ook een duidelijk actuele vingerwijzing. Namelijk: dat de kunst gebaat is bij invloeden van buitenaf. Dat ‘het vreemde’ noodzakelijk is. En dat het eens tijd werd om niet langer met een Eurocentristische, witte, bevooroordeelde exclusiviteitsbril naar de kunstwereld te kijken. En in het bijzonder naar de verzameling van het Stedelijk. 

Omdat die blik de weg opent naar nieuwe inzichten en ontdekkingen, afgaande op de hoeveelheid werk die nu aan de muur hangt, maar (te) lang in de kelder stond. Het past allemaal in de contemporaine discussie, waarbij topics als ‘inclusiviteit’, ‘emancipatie’, ‘meer vrouwen’, ‘andere culturen’, ‘minderheden’ en ‘ethiek’ de agenda bepalen. 

Spijtig dat de meeste werken suf, want levenloos naast elkaar zijn opgehangen, maar de winst zit ’m in de ­geschiedherschrijving. Door die andere blik begrijp je nu in elk geval beter dat de Joodse Litouwer Chaim Soutine in Frankrijk probeerde te assimileren door een van de topwerken uit het Louvre, Rembrandts Geslachte os, artistiek te evenaren. En dat Chagall, als Wit-Russische jood, met zijn exotische kleuren en thematiek stuitte op antisemitische sentimenten onder de Fransen. 

Of hoe bijzonder het was dat de Nederlander Kees van Dongen in Parijs een portret maakte van de Roemeens-Griekse gravin Anna de Noailles, die net met de Légion d’Honneur was onderscheiden. Nog even afgezien van alle onbekende kunstenaars die onze, inderdaad bevooroordeelde, coq-au-vinsmaak op de proef stellen – zoals dat ook de laatste tijd steeds meer gebeurt.

Migranten in Parijs. Chagall, Picasso, Mondriaan en anderen. Stedelijk Museum, Amsterdam. T/m 2/2.

Slaapmiddel

Op zich is een tentoonstelling over buitenlandse kunstenaars in Parijs slaapverwekkend. Elk museum organiseert er wel eens een mega-grote overzichtstentoonstelling over, met veelal inwisselbare namen. Op dit moment is in Louvre Abu Dhabi de expositie Rendezvous in Paris: Picasso, Chagall, Modigliani & Co (1900 – 1939) te zien. Tot vorig jaar in het Van Gogh Museum: Nederlanders in Parijs 1789-1914. Van Spaendonck, Jongkind, Van Gogh, Van Dongen, Mondriaan. Een paar jaar geleden in Museum De Fundatie: Van Gogh tot Cremer – Nederlandse kunstenaars in Parijs, met, jawel, ook Kees van Dongen, Karel Appel en Piet Mondriaan.

Bronvermelding

Somber drama Age of Rage is een uur lang spannend ★★★★☆

Scene uit Afe of Rage. Beeld Sanne Peper

Wat heb je aan je witte privileges, als je elke dag met honger naar school moet? De Toneelmakerij trapt zijn jeugdtheaterseizoen gelijk goed af met Age of Rage (14+), een heftig discussiestuk waarin de thema’s armoede en racisme naast elkaar worden gehouden.

Jibbe Willems schreef een tekst die grotendeels bestaat uit licht ontvlambaar materiaal. Centraal staat een wit meisje van 16 (Frieda Barnhard). Ze is boos en zit in de politiecel. Wat ze precies heeft gedaan, blijft lang onduidelijk, maar dat het iets ernstigs is, blijkt wel uit de nieuwsberichten die op video voorbijkomen. 

Ze is niet alleen boos, maar ook slim, vindt ze zelf. Ze doet toch immers gymnasium? Of deed, want ze is geschorst. Wat is er met dit veelbelovende, talentvolle meisje gebeurd? Dat is de vraag waarmee Willems en regisseur Wieke ten Cate deze reconstructie van een jeugddrama een uur lang spannend houden.

Scene uit Afe of Rage Beeld Sanne Peper
Scene uit Afe of Rage Beeld Sanne Peper

De boodschap is weinig hoopgevend, en wordt hier bovendien onverbloemd opgediend. Armoede krijgt zelfs de sterksten eronder, als de schaamte maar lang genoeg wordt gevoed – van voedselbank, en je schoolboeken in Aldi-tassen tot misplaatst medelijden van docenten. Dat de zwarte politica die ‘het kwaad’ lokaliseert in de witte achterstandsbuurt van het meisje het mikpunt wordt van haar woede, is ten slotte niet onaannemelijk meer.

Gelukkig is het niet alleen maar kommer en kwel. De overige spelers zoeken de karikaturale trekjes van hun personages op voor een vleugje humor en relativering, vooral Chiem Vreeken is daarin bedreven. Maar bovenal schittert Barnhard hier als de stem van de verloren redelijkheid, waarmee deze discussie steeds vaker wordt gevoerd.

Age of Rage van Jibbe Willems door De Toneelmakerij, regie Wieke ten Cate. Gezien: Theater Bellevue, Amsterdam, 28/9. Tournee t/m 30/11.

Bronvermelding

Porgy Franssen voelt zich thuis in zijn rol van wereldvreemde professor ★★★★☆

Maartje van de Wetering en Porgy Franssen in Peachez. Beeld Ben van Duin

Met Noem het maar liefde, een toneelstuk van Ilja Leonard Pfeijffer, maakte Toneelgroep Maastricht een van de beste voorstellingen van het afgelopen seizoen. Een meanderende zoektocht naar liefde was het, verpakt in een rockconcert en tragikomedie ineen. Het Maastrichtse gezelschap heeft nu wederom een Pfeijffer op het repertoire genomen: Peachez, een bewerking van zijn gelijknamige roman uit 2016. Eigenlijk is dit een prelude of epiloog op Noem het maar liefde, want ook dit keer gaat het om de hunkering naar aandacht, gezien worden, een lichaam. Kortom: noem het maar liefde.

Sarah Peachez is haar naam, en op zeker moment komt zij in contact met een al wat oudere hoogleraar in de Latijnse letterkunde. Dat contact gaat per mail, eerst volkomen toevallig, daarna wordt het gestructureerder, vooral omdat de professor nieuwsgierig wordt en Peachez vasthoudend brutaler. Na het aanvankelijk aftasten, verandert de conversatie en wordt ze gaandeweg persoonlijker, en zelfs erotisch. De vrijgezelle professor die met zijn hoofd in de boeken en oude poëzie leeft, wordt losser, het meisje explicieter. Als ze via Google een zoektocht naar elkaars werkelijke leven ondernemen, blijkt Peachez een fotomodel in Las Vegas voor pornosites. Windt dit de professor op, of stoot hem dit juist af?

Dat is het uitgangspunt van deze virtuele romance die een verrassende wending krijgt als de professor daadwerkelijk op reis gaat om Peachez in het echt te ontmoeten. De lezer van de roman weet hoe dat afloopt: hij eindigt in een gevangenis in Buenos Aires. Waarom? Dat houden we op deze plek nog even geheim.

Woorden als hoofdrol

In het theater wordt dat traject voorbeeldig gespeeld door Porgy Franssen en Maartje van de Wetering, in een serene, bijna abstracte regie van Michel Sluysmans. In de nondescripte ruimte spelen de woorden een hoofdrol: zowel uitgesproken door beide acteurs als af en toe geprojecteerd. Daarnaast zijn er wat schaars verlichte zetstukken, een strak lichtplan en een grijze achterwand waarop regen overgaat in tranen. Dit is de anonieme regelkamer van een hoopvolle liefde die nooit zal ontluiken.

In de fraaie scenografie van Michiel Voet brengen Franssen en Van de Wetering hun boekenpersonages tot leven en voeden onze verbeelding. Pfeijffer excelleert wederom in licht barok taalgebruik en poëtische omschrijvingen van diepe gevoelens. Die taal past uiteraard heel goed bij de wereldvreemde professor en Franssen voelt zich in die rol meer dan thuis. Prachtig hoe hij aarzelend begint, met zijn erudiete volzinnen, gaandeweg ontdooit en zelfs ontspoort. Van de Wetering is de perfecte vertolker voor de rol van verleider Peachez: mooi, aards, mysterieus. Tussen hen in speelt Axl Peleman droevige liefdesliedjes en zingt Peachez er eentje wonderschoon mee.

Dat het spel van de verleiding hier eindigt in een desillusie, kan de liefde uiteindelijk niet breken. ‘Ik geloof, omdat het absurd is’, zegt de professor. Ook in zijn fantasie kan hij leven.

Peachez

Theater

★★★★☆

Naar de roman van Ilja Leonard Pfeijffer door Toneelgroep Maastricht; bewerking en regie Michel Sluysmans. Gezien 28.9 in De Bordenhal Maastricht, daar t/m 13.10. Tournee.

Bronvermelding

Wie eenmaal een ‘zitpositie’ bij Celine verdiend heeft, laat die niet snel meer gaan

De Nederlandse pers had bij gratie Gods een handvol plekken toebedeeld gekregen voor de show van het modehuis Celine. Dat is een behoorlijk populair en invloedrijk merk, dus waren we verguld dat we uitgenodigd waren, met zitplaatsen nog wel. Soms krijg je een lullige standing, en moet je buiten als laatste wachten tot je naar binnen mag  – al bestaat er sinds kort ook priority standing: eenoog in het land der blinden.

Carla Bruni en Catherine Deneuve tijdens de Celine show. Beeld Getty Images

Maar goed, we mochten dus zitten, bij Celine. Dat het op de zesde rij was, soit. Toen kwam er een mail van de pr-jongen. De boodschap luidde, vertaald: ‘Vanwege een verminderde zitcapaciteit kunnen we u niet de verdiende zitpositie verstrekken.’ Alle Hollanders waren rücksichtslos van rij F naar rij G verplaatst. Mokkend baanden we ons de avond van de show een weg door de meute mensen die zich had verzameld op Place Vauban om arriverende beroemdheden als K-popster LISA (nooit van gehoord maar wel 25,5 miljoen volgers op Instagram) te zien. Eenmaal binnen bleek niemand van de Nederlanders ook daadwerkelijk op rij G te zitten, maar stoïcijns op de ‘verdiende zitpositie’ rij F. Toen een Duitse journalist, die ongetwijfeld van rij E naar rij F was gedegradeerd, braaf haar plek kwam zoeken, deden we allemaal of onze neuzen bloedden. De Duitse moest zich ertussen proppen. Achter ons waren meerdere plekken vrij. Vóór ons, op rij A, werd LISA door een batterij paparazzi scheel geflitst. 

Van de show zag ik vrij weinig. Door door de vijf rijen hoofden voor ons en omdat Carla Bruni, Sylvie Vartan en Cathérine Deneuve aan de overkant van de catwalk zaten. Die hebben met zijn drieën nog geen half miljoen volgers, maar wie maalt er om K-popsterren en de nieuwe kleren van de keizer als er ware diva’s in de zaal zijn?

Bronvermelding

Dagboekfragment: het arme volk wordt niet een-, maar twee- en driemaal geplunderd

Strakonitz, 1 oktober 1620

In de stad Strakonitz deelden we ons onderkomen met de eerwaarde heren van het klooster van de Johanniter Orde. De kerk was leeggeroofd en verwoest. Mansfeld (legerleider, red.) schijnt hier twee centenaars liturgische voorwerpen van zilver te hebben meegenomen en omgesmolten.

De ongelukkige bewoners werden daarna ook nog door het keizerlijk leger geplunderd. Het is de aard van deze oorlog in Oostenrijk en Bohemen; weinigen worden door het vuur gespaard.

Ook vandaag weer zagen we brandende velden en dorpen. Alle ­steden zijn twee- tot driemaal ­geplunderd. Er zijn schitterende landerijen, maar geen lieden die ze kunnen beheren.

Het krijgsvolk uit Beieren legt de boeren met geweld heffingen op. Duizend stuks vee van allerhande aard zijn mee naar Beieren gevoerd.

4 oktober

We zagen een wonderlijk tafereel: een vrouw die haar zuigeling in een mand op het hoofd droeg, omdat ze haar handen vol reisgoed had. Het is onvoorstelbaar hoeveel last een vrouw op dergelijke wijze kan vervoeren. Haar rug, hoofd en handen waren beladen, en daarbij torste ze nog allerhande bundels op haar heupen.

Ik zag ook een vrouw die een musket als een man droeg en daarbij op dezelfde wijze was beladen. Maar waarom noteer ik deze ongerijmde taferelen? Je komt ze zonder ophouden tegen.

Jeremias Drexel (1581-1638), jezuïet en hofpredikant van hertog Maximiliaan I van Beieren tijdens de Dertig­jarige Oorlog. Ingekort fragment uit Peter Milger: Gegen Land und Leute. Bertelsmann, 1998. 

Bronvermelding

In The Swallows of Kabul willen Breitman en Gobbé-Mévellec Kabuls schoonheid vangen

The Swallows of Kabul. Beeld filmbeeld

Heel even, in de Franse animatiefilm The Swallows of Kabul, laten regisseur Zabou Breitman (59) en animator Eléa Gobbé-Mévellec (34) zien hoe het leven er in de Afghaanse hoofdstad aan toe ging vóór de taliban aan de macht kwamen. We zien een bioscoop badend in een warme gloed, de deuren open, mensen wandelen lachend naar buiten. Dan, een tel later: de realiteit onder het regime. Het gebouw is nu een krot, grauw en verlaten.

En toch ontwaren we zelfs in dit krot een verborgen schoonheid. Alsof het gebouw slechts in een soort sluimerstand verkeerd, klaar om ooit, als de tijden veranderen, de inwoners van Kabul weer plezier te geven.

Zoveel mogelijk schoonheid ontwaren in tijden van bittere ellende, zonder het leed van de Afghaanse burgers te bagatelliseren, dat was de opmerkelijke aanpak van Breitman en Gobbé-Mévellec. De één is een gelouterde actrice en regisseur in de Franse film- en theaterwereld, de ander een relatief onervaren animatietalent, samen besloten ze een animatiefilm te maken van de Franse bestseller The Swallows of Kabul (2002) van Yasmina Khadra (een pseudoniem van Mohammed Moulessehoul).

Waarom ze kozen voor een waterverfachtig kleurenpalet? ‘We zijn nooit in Afghanistan geweest’, zegt Breitman in Cannes, waar de film afgelopen mei in wereldpremière ging. ‘We hebben Kabul uitvoerig bestudeerd via foto’s en documentaires. Algauw viel op hoe specifiek de lichtval is, heel helder, alsof het licht de omgeving een beetje zachter maakt. Uiteindelijk werkte het hopelijk in ons voordeel dat we de stad niet persoonlijk kenden: we keken met andere ogen, wellicht vielen ons juist daarom zulke dingen op.’ Animator Gobbé-Mévellec vult aan: ‘Vergelijk het met kijken naar een schilderij: soms moet je een paar stapjes naar achteren zetten om alle details te kunnen waarderen.’

Het verhaal gaat over een jong en ouder liefdeskoppel die beiden op hun eigen manier worstelen met alledaagse gruwelen: wat te doen als je langs een publieke steniging wandelt? Sla je op de vlucht of blijf je, om je directe omgeving nog iets van menselijkheid en waardigheid te geven?

Hun animatiestijl maakt zelfs de gruwelijkste scènes op een bepaalde manier intiem, vindt Breitman. ‘Neem het moment waarop Moshen, de man van het jonge koppel, een publieke steniging bijwoont en ook een steen oppakt omdat iederéén stenen gooit. Dat was voor mij tijdens het lezen van de roman een begrijpelijke en tegelijk volstrekt onbegrijpelijke scène. Precies dat greep me aan: dit gedrag is in zo’n situatie helaas maar al te menselijk. We willen niet shockeren, maar hopen dat onze stijl het mogelijk maakt over de moraliteit van die situatie na te denken.’

Ook opvallend zijn enkele beelden die het perspectief van een boerkadraagster tonen – een perspectief dat op een gegeven moment in de film met het uitzicht van een gevangene wordt vergeleken. Animator Gobbé-Mévellec: ‘Dat idee komt van de clip Burka Blue van Burka Band, een groep van drie vrouwen die electro maken, zingen en op een gegeven moment vanonder een boerka filmen. Een dapper protest, zeker als je bedenkt dat alle kunstuitingen onder de taliban verboden waren.’

Eléa Gobbé-Mévellec (links) en Zabou Breitman op het Filmfestival van Cannes. Beeld Getty

Bronvermelding

De Dansers overtreffen zichzelf met een voorstelling die werkt als antidepressivum ★★★★★

Shake Shake Shake door De Dansers. Beeld Jane Stockdale

Die groepsnaam is een familiaire erfenis, heeft met het anagram Ed Sanders te maken en moet vooral niet letterlijk worden opgevat: De Dansers uit Utrecht bestaat niet uit dansers. Oké, drie leden zijn opgeleid aan dansacademies, twee geschoold aan conservatoria en een is van huis uit cultureel antropoloog; hij deelt de leiding met een choreograaf. De Dansers is echter vooral een geuzennaam voor een beweeglijke band vol rauwe danspoëten, een jonge groep die rockt, swingt, rolt, zingt, raast, zucht en rijmt. Met songs die ergens over gaan: de ratrace naar de top, de domper van worden geleefd (All my days are sold, none of them are free) en het rillend wegslingeren van woede en ellende. Nu, met hun dansconcert Shake Shake Shake, overtreft de groep zichzelf.

Op Oerol was de buitenversie al een hit. Een verkorte editie stond op De Parade, Zwarte Cross en Lowlands. In het theater zijn de duinen vervangen door wanden van paardendekens. De performers bijten niet meer in het zand maar kruipen als viervoeters tevoorschijn vanonder plastic spatlappen. Guy Corneille, met vier gitaren en een loopstation, is een soort leadzanger, met songs die stoppen zonder te eindigen. In zijn groene overall zwenkt hij over platforms, gooit dansers over zijn schouder en start ritmes met zijwaartse passen. Hans Vermunt legt een bodem met akkoorden op keyboards, goochelt met woorden en sluit aan bij gekke loopjes. Wannes De Porre danst en zuigt op sax. Ruben van Asselt drumt op alles, borstkassen en ademappels incluis. En Yoko Ono Haveman en Marie Khatib-Shahidi zorgen met verstilde duetten voor bedrieglijke rust. Achter de schermen trekt Josephine van Rheenen alle touwtjes strak. Een voorstelling die werkt als antidepressivum: Clear the head, make some room, keep it light, start anew.

Shake Shake Shake door De Dansers Beeld Jane Stockdale

Shake Shake Shake door De Dansers.

28/9, Paardenkathedraal, Utrecht.

Tournee t/m 9/1

Bronvermelding