Celebrity Call Centre was soms de moeite waard, maar gaat van geen enkele jongere een tv-kijker maken

Hij had een ‘klein probleempje’, vertelde de anonieme beller. ‘Als ik mijn vriendin mee naar huis heb en ze blijft slapen en zo, en we willen het doen, maar m’n ouders zijn thuis, dan euh ja, dat komt meestal niet heel handig uit zeg maar. Heb jij misschien nog tips en tricks?’

De telefonist was radio-dj Bram Krikke. Hij dacht even na en zei: ‘Een hotelletje, is dat een optie? Gewoon voor een paar tientjes een overnachting.’ Dat was ‘zeker wel een goeie’, vond de beller. Kennelijk was hij daar niet zelf op gekomen.

Dit is zo’n beetje het niveau van het nieuwe BNNVara-programma Celebrity Call Centre, een concept uit een Engelse benefietshow. ‘Echte mensen’ met ‘echte problemen’, zo benadrukt de voice-over telkens, bellen naar beroemdheden voor advies. Omdat BN’ers, dat is breed bekend, heel goed advies kunnen geven.

In de eerste aflevering, zondag op NPO 3, waren dat onder meer presentator Ryanne van Dorst en schrijver Herman Brusselmans. De meeste problemen waren onbeduidend. Zelfs influencer Juultje Tieleman (19) vroeg zich af hoe het met de jeugd ging toen ze gebeld werd door een meisje dat beter op selfies wilde staan.

Toen Tieleman daarna door een jongen werd gebeld die angstaanvallen in het openbaar vervoer had, verbond ze hem snel door met Brusselmans. Hij vertelde dat hij vroeger jarenlang met angst had gekampt en gaf het beste antwoord mogelijk: ‘Heb je al een therapeut opgezocht? Dat moet je zeker doen.’

Celebrity Call Centre. Beeld BNNVara

Daarna kreeg Van Dorst ook een ‘gevoelig telefoontje’: een queer non-binaire moslim van Filipijns-Nederlandse komaf vroeg zich af hoe om te gaan met ‘driedubbele discriminatie’. Je moet je bek opentrekken, zei Van Dorst. ‘Maar ik wil ook niet op mijn geweten hebben dat jij straks in het ziekenhuis ligt met een driedubbele non-binaire neusbreuk.’

Door dit soort momenten, wanneer een luisterend oor, een gedeelde ervaring en een beetje humor een verschil konden maken voor de bellers, was Celebrity Call Centre soms even de moeite waard. Om een moment later weer teleur te stellen door een jongen die onzeker is over het ‘formaat van mijn menneke’ drie keer giechelend aan elkaar door te verbinden.

In deze onzekere tijden voor NPO 3 vraag je je weleens af of de zendermanagers en omroepbestuurders blind zijn voor de discussies over amusement en BN’ers op tv. Het programma doorbreekt taboes en is voor jongeren bedoeld, wordt dan gezegd, zij kijken eerder als het luchtig is en als ze een bekende kop zien.

Wellicht, maar een bekende kop van YouTube en Instagram op televisie zetten gaat geen enkele jongere een tv-kijker maken. Bovendien is het internet zo’n beetje gemaakt voor een anoniem gesprek over de grootte van geslachtsdelen. Zo bekeken viel het nog mee dat al die ‘echte mensen’ de moeite namen om te bellen. 

Bronvermelding

Al is ze bijna 80, Mavis Staples klinkt nog steeds uniek ★★★★☆

Mavis Staples. Beeld Getty Images

Over een paar weken wordt ze 80, maar nog altijd beschikt Mavis Staples over die krachtige, diepe bariton die ze al in de jaren zestig liet horen toen ze deel uitmaakte van de Staple Singers. Het tempo ligt in Carré hooguit wat lager dan we ons herinneren van hits als Respect Yourself van de door haar vader, Roebuck ‘Pops’ Staples, geleidde familieband.

Haar vader overleed in 2000, ook haar zusters uit de zanggroep leven niet meer. Maar het is opvallend hoe sterk en daadkrachtig Mavis zelf de laatste jaren voor de dag komt. Sinds jongere liedjesschrijvers als Wilco’s Jeff Tweedy en Ben Harper zich over haar ontfermd hebben, heeft ze een paar indrukwekkende platen gemaakt, met  liedjes die precies passen bij haar stembereik en waarin ze alle ruimte krijgt voor melodische wendingen.

Soul en gospel, hoop en daadkracht vloeien prachtig samen in Carré donderdag. Gitarist Rick Holmstrom zet met precies dezelfde treffende noten de lijnen uit als Pops Staples destijds deed. Drummer Stephen Hodges speelt eenvoudige shuffle-patronen en een tweekoppig koortje zorgt voor een stevig vangnet.

Mooi hoe de stem van Donny Gerrard lijkt op die van Staples’ in 2000 overleden vader, als hij haar aanmoedigt in Slippery People, het in 1984 door de Staple Singers gecoverde Talking Heads-liedje.

Nog mooier wordt het als Staples het aloude For What It’s Worth van Buffalo Springfield inzet. De zangeres neemt het publiek mee terug naar de jaren zestig, toen hun muziek de soundtrack vormde bij talloze demonstraties.

Een liedje als Respect Yourself heeft vijftig jaar later evenmin iets aan zeggingskracht en betekenis ingeboet. Opvallend ook hoe Staples’ recente werk daar aansluiting bij vindt. We Get By, Change en Anytime worden met diezelfde hoopvolle begeestering gebracht als oude, klassiek geworden liedjes en klinken eigenlijk net zo tijdloos.

Staples’ stem is iets gruiziger geworden en ze zingt wat kortademig, maar nog altijd klinkt ze uniek. Haar muziek biedt troost maar spoort tegelijkertijd aan tot actie. Precies zoals vijftig jaar geleden. Het slot van het concert is voorbeeldig. Het publiek is tijdens No Time For Crying naar voren gedrongen. Staples en de band blijven steeds opnieuw de regel ‘We got work to do’ zingen als ze van het podium gaan. Dat is al leeg als het publiek nog altijd meezingt en de maat klapt. Dit is geen afscheid van een op leeftijd geraakte soullegende, maar een aansporing haar werk voort te zetten. Het onrecht is nog lang niet de wereld uit. Handen uit de mouwen en aan het werk.

Gijs Groenteman gaat in onze illustere archiefkast in gesprek met mensen die hem hebben verwonderd. Rapper Pepijn Lanen, schrijver Paulien Cornelisse en kunsthandelaar Jan Six passeerden al de revue.

Bronvermelding

We waren op het best geklede feestje van Nederland

De Nationale Opera & Ballet vierde vrijdagavond zijn jaarlijkse Young Patrons Gala, waar naar verluidt de best geklede feestgangers van Nederland te vinden zijn. De Volkskrant was erbij en vroeg aan de gasten: wie bent u, wat doet u hier en wat draagt u?

Wie of wat zijn Young Patrons?
Om de vergrijzing in de zaal tegen te gaan bedacht Nationale Opera & Ballet een ‘vriend van’-systeem om relatief jonge mensen aan zich te binden. Voor 500, 1000 of 2500 euro per jaar (belastingaftrekbaar!) kunnen mensen onder de 40 begunstiger van het gezelschap worden. Naar rato krijgen zij privileges: kaarten voor het jaarlijkse gala, kijkjes achter de schermen, lezingen, een lunch met de artistieke leiding en zo meer. Er zijn momenteel 180 young patrons waarvan 80 procent voor de goedkoopste optie heeft gekozen.

Stephanie van Rappard. Beeld Marie Wanders

Hoe heet je? Stephanie van Rappard

Hoe jong ben je? 33

Wat doe je? Ik ben behalve moeder ook CEO en oprichter van de onafhankelijke reiswebsite gloobles.com.

Wat doe je hier? Ik ben van het begin af aan betrokken bij dit gala, volgend jaar vieren we het alweer voor de vijfde keer. Ik ben chairman van de Steering Committee en initiator van de Young Patrons Circle en het Young Patrons Gala. Daar ben ik reuze trots op.

Wat draag je? Een witte jumpsuit van het Britse merk Galvan London, opgezet door vrouwen voor vrouwen. Mijn oorbellen zijn van Schaap + Citroen.

Angelo Elizabeth. Beeld Marie Wanders

Hoe heet je? Angelo Elizabeth

Hoe jong ben je? 31

Hoe jong voel je je? 21

Wat doe je? Ik ben style influencer op Instagram en heb mijn eigen tassenlijn.

Wat doe je hier? Mijn vriend en ik zijn uitgenodigd door American Express.

Wat draag je? Blazer van Asos, korte wijde broek van een Thaise markt, bril van het Japanse merk Eyevan, horloge en ringen van Cartier. Het tasje is vintage Balenciaga.

Wat zijn je favorieten qua opera en ballet? Ophelia en Le Nozze di Figaro.

Beeld Marie Wanders
Aurora Sales-Puig. Beeld Marie Wanders

Hoe heet u? Aurora Sales-Puig

Wat doet u hier? Ik ben er omdat ik er altíjd ben. Ik heb een abonnement en bezoek elke opera die hier uitkomt, ik ben er dol op. Voor mijn scheiding gingen we altijd met vier echtparen, maar daarna ben ik verhuisd en is het contact wat losser geworden, dus nu ga ik alleen. Ook de moeite waard. Met iemand samen zou gezellig zijn, maar ik kom voor de opera.

Hoe jong bent u? Vijfenzeventig, dus young patron ben ik niet, haha. Maar ik zat net in de auto nog te denken: ik tennis nog hetzelfde als toen ik 30 was. Dus als je me vraagt hoe oud ik me voel? Veertig. Ik moet niet overdrijven.

Laura Somers. Beeld Marie Wanders

Hoe heet je? Laura Somers

Hoe jong ben je? 45

Hoe jong voel je je? 39

Wat doe je? Ik heb een tweedehandskledingzaak, de Ruilhoek, in de Amsterdamse Maasstraat.

Wat doe je hier? Ik had zin om met mijn vriendin een avondje uit te gaan. We hebben kaartjes gekocht.

Wat draag je? Een jurk uit de winkel. Geen idee welk merk, maar ik trok hem aan en hij zat als gegoten.

Wat is de laatste balletvoorstelling die je gezien hebt? Igone de Jongh in Carré.

Maia Makhateli. Beeld Marie Wanders

Hoe heet je? Maia Makhateli

Hoe jong ben je? 33

Wat doe je hier? Ik werk hier! Ik ben eerste soliste in het ballet. Vanavond hoef ik eens niet op te treden, maar zit ik in het publiek. Da’s zeldzaam. Ik denk dat ze me een avond rust gunnen; gisteren trad ik op in Hamburg, morgen hier, volgende week in Italië, daarna naar China. En dan eindelijk vakantie. Tien dagen Aruba met man en zoon.

Wat heb je aan? Mijn outfit is van Mo Benchellal, een Nederlandse ontwerper met wie het geweldig klikt. Hij heeft deze jurk speciaal voor vanavond in drie dagen in elkaar gezet. Ik was niet eens in de buurt om te passen, maar zie: het is weer top.

Nella Ngingo. Beeld Marie Wanders

Hoe heet je? Nella Ngingo

Hoe jong ben je? 25

Wat doe je? Ik ben fotomodel.

Wat doe je hier? Ik ben uitgenodigd door Vogue en mocht mijn schatje meenemen, fotograaf en creative director Yves Saïdi.

Wat draag je? Een jurk van de Nederlandse ontwerper David Laport. En een hoofdband en armband van mijn tribe, de Tutsi’s uit Burundi. Ik ben er geboren en getogen. Door deze sieraden heb ik thuis altijd bij me.

Ekaterina Honselaar. Beeld Marie Wanders

Hoe heet je? Ekaterina Honselaar (40)

Wat doe je hier? Ik kom oorspronkelijk uit Rusland, maar ben met een Nederlandse man getrouwd. Ik heb hier een impresariaat; ik haal Russische artiesten naar Nederland. Zo ken ik ook veel Russen die hier dansen. Nee, ik ben geen genodigde, ik heb mijn kaartje gewoon moeten kopen. Het kostte 115 euro.

Wat draag je? Deze jurk heb ik gehuurd in Den Haag, waar ik woon. Ik heb nog een eigen jurk bij me, wat gewoner, voor als deze te véél zou zijn. Maar die kan in de garderobe blijven, toch?

Celine Bernaerts. Beeld Marie Wanders

Hoe heet je? Celine Bernaerts

Hoe jong ben je? 29

Hoe jong voel je je? Op dit moment 12. Ik voel me echt een Disneyprinses in deze jurk! Thuis voel ik me vaak 40plus, als ik op de bank hang.

Wat doe je? Ik ben make-upartiest.

Wat doe je hier? Mijn agent Lena Sommerdijk van bureau L’Agency is een Young Patron, zij heeft me meegenomen.

Wat draag je? Een jurk uit de nieuwe collectie van de Nederlandse ontwerper Mo Benchellal. Hij heeft hem helemaal aangepast aan mijn maten.

Marjolein van Zanten. Beeld Marie Wanders

Hoe heet je? Marjolein van Zanten

Hoe jong ben je? 38

Wat doe je hier? Ik werk bij The Wunderkammer, de bloemisten die hier vanavond de florale aankleding hebben gedaan. Ik doe daar marketing en pr. Ik ben hier geen young patron, nee, maar wel bij het Rijksmuseum en het Stedelijk. Daar krijg je ook lezingen en evenementen, maar het is wat goedkoper. De meeste young patrons hier zijn nogal well to do, vanuit de familie. Dat ben ik niet, maar ik vind het wel belangrijk om de kunsten te steunen, het is echt mijn passie. Ik ga op vrijdagavond liever naar een opening in een museum dan naar de kroeg.

Wat heb je aan? De jurk, ik weet het merk niet, kostte 300 euro in een winkeltje op de Ten Katemarkt. Ik heb hem voor een bruiloft gekocht vorige maand. Het tasje is een eigen ontwerp, ik laat ze maken door vrouwen in Marokko. De ketting komt uit zo’n wereldwinkel.

Diipa Khosla. Beeld Marie Wanders

Hoe heet je? Diipa Khosla

Hoe jong ben je? 28

Wat doe je? Ik ben influencer en gezicht van een aantal merken.

Wat doe je hier? ‘Ik ben uitgenodigd samen met mijn Nederlandse man, een vriend van Stephanie van Rappard, die dit evenement heeft bedacht. Ik kom uit India. Ik heb mijn man ontmoet in Utrecht, waar we allebei mensenrechten studeerden. Hij is nu diplomaat, ik heb een Instagramaccount met bijna een miljoen volgers.’

Wat draag je? Een jurk van Ermanno Scervino, schoenen van Aquazurra. De diamanten van Messika om mijn hals zijn verzekerd voor 400 duizend euro, maar die gaan dus morgen weer terug.

Bo Tarenskeen. Beeld Marie Wanders

Hoe heet je? Bo Tarenskeen

Hoe jong ben je? 38

Wat doe je hier? Ik ben hier om de avond van cachet te voorzien, haha. Ik ben geen young patron, want ik ben theatermaker, dus daar heb ik het geld niet voor. Omdat ik hier wat mensen ken met wie ik heb samengewerkt, heb ik een uitnodiging gekregen.

Wat draag je? Dit is een Havana double breasted in witte seersucker van een Italiaans merk. Zulke pakken droeg de nazi-architect Albert Speer altijd. Ik speelde hem in een voorstelling die ik heb gemaakt en daar heb ik dit pak aan overgehouden.

Beeld Marie Wanders
Valentijn de Hingh. Beeld Marie Wanders

Hoe heet je? Valentijn de Hingh

Hoe jong ben je? 29

Wat doe je? Ik ben model, dj en schrijver.

Wat doe je hier? Ik ben uitgenodigd door Nationale Opera en Ballet.

Wat draag je? Een zelfgemaakte jurk. Nogal schaamteloos geïnspireerd op een ontwerp van Valentino, maar in dit geval is het dus een Valentijno. Ik heb er vier volle dagen aan gewerkt en ben aangenaam verrast dat-ie zo goed gelukt is.

Jeff Aurik. Beeld Marie Wanders

Hoe heet je? Jeff Aurik

Hoe jong ben je? 23

Hoe jong voel je je? Mentaal rond de 40.

Wat doe je? Ik ben danser. Momenteel sta ik in Mamma Mia! in de Jaarbeurs in Utrecht. Daarna ga ik Kinky Boots doen.

Wat doe je hier? Mijn vriend Daniel Robert Silva is coryphée bij het Nationale Ballet, ik ben met hem mee.

Wat draag je? Jasje en rok van Asos. Het is de eerste keer dat ik een rok draag, en het voelt goed. Ik identificeer me als non-binair, en dit was een mooie gelegenheid om in het lang te gaan. Het was alleen even moeilijk op het toilet.

Frederique Beaumont. Beeld Marie Wanders

Wie ben je? Frederique Beaumont 

Hoe jong ben je? 35

Wat doe je? Ik werk als verandermanager bij ABN Amro.

Wat doe je hier? Als young patron kreeg ik een uitnodiging. Ik heb het wel een beetje van huis uit meegekregen: met mijn ouders ging ik weleens naar de opera en ook met het gymnasium waar ik op zat. Ik vind het belangrijk om kunst te steunen, maar dit is vooral een leuk uitje, hoor. Het eerste sinds ik moeder ben geworden. Onze dochter is vier maanden. Ze heet Odette, net als de zwanenprinses in Het Zwanenmeer.

Wat draag je? De jurk? Die heb ik gewoon bij Zalando besteld.

Wendeline Wijkstra. Beeld Marie Wanders

Hoe heet je? Wendeline Wijkstra

Hoe jong ben je? 29

Wat doe je? Ik dans in het corps de ballet van het Nationale Ballet.

Wat doe je hier? Ik heb opgetreden vanavond. Ik droomde als klein Zeeuws meisje van avonden als deze.

Waar kom je precies vandaan? Uit Oost-Souburg op Walcheren. Onze achtertuin grensde aan die van Danny Blind, en Paskal Jakobsen van Bløf woonde om de hoek. Zo groot is Oost-Souburg niet.

Wat draag je? Een oud bruidskorset en een tweedehands bruidsrok. Het vest met tule komt uit Napels.

Dionne Stax. Beeld Marie Wanders

Hoe heet je? Dionne Stax

Hoe jong ben je? 34

Hoe jong voel je je? Voor altijd 30.

Wat doe je? Ik ben presentatrice.

Wat doe je hier? Ik ben uitgenodigd. Dat gebeurt wel vaker, maar nu ik van baan veranderd ben heb ik meer tijd, dus kon ik eindelijk ook echt gaan, met een vriendin.

Wat draag je? Een geleende jurk van de Nederlandse ontwerper Claes Iversen.

Welke voorstelling wil je ooit nog zien? Alles met Igone de Jongh. Ik woon in de buurt, dus dat moet lukken.

Linda Tol. Beeld Marie Wanders

Hoe heet je? Linda Tol

Hoe jong ben je? 34

Wat doe je? Ik ben influencer, maar je mag me ook digital talent of creator noemen.

Wat doe je hier? Ik ben uitgenodigd door Vogue, de mediapartner van het gala. Ik was toevallig in Amsterdam, dus heb ik die uitnodiging met alle plezier aangenomen.

Wat draag je? Een jurk van Paco Rabanne, die ik speciaal uit Parijs heb laten komen, en schoenen van Bottega Veneta.

Ga je vaker naar de opera? Zeker. Ik woon in Milaan, en daar ga ik weleens naar de Scala.

Bronvermelding

Deze zomer draait het Van Gogh om één vaas zonnebloemen

Volgens conservator Nienke Bakker had Van Gogh direct door dat zijn Zonnebloemen iets bijzonders waren.

Waarom werden nu uitgerekend Van Goghs zonnebloemen zijn populairste schilderijen? Nienke Bakker, senior conservator van het Van Gogh Museum, heeft daar wel een verklaring voor – drie, eigenlijk. De zonnebloemen, zegt ze, werden zo beroemd omdat ze én al vroeg vaak werden geëxposeerd, én omdat ze het goed doen op een reproductie, én omdat ze zo vrolijk zijn. Hang er een poster van in je woonkamer, en je haalt de zon in huis. Aan één van die zonnebloemenwerken, die uit de eigen collectie, wijdt het Van Gogh Museum haar zomertentoonstelling.

Wie die expositie bezoekt moet zijn verwachtingen temperen. Van de vijf andere bewaard gebleven schilderijen van zonnebloemen in een vaas die Van Gogh tussen augustus 1888 en januari 1889 maakte (één ging in de Tweede Wereldoorlog verloren) bleven er exact vijf hangen op hun vaste plek, in musea in respectievelijk Tokio, München, Philadelphia, Londen en bij een anonieme particulier. De betreffende instellingen lenen ze niet uit. Te onmisbaar, te kwetsbaar; hetgeen overigens ook geldt voor de versie die het Van Gogh Museum zelf bezit, zo bevestigde recent onderzoek – daarover verderop meer. Jammer, maar begrijpelijk. Het gemis wordt opgevuld met onder meer een videovijfluik van de zonnebloemschilderijen op locatie en andere bloemstillevens van Van Gogh en tijdgenoten; de eigen zonnebloemen zijn bovendien voor het eerst te zien in recto en verso, inclusief het houten latje dat Van Gogh aan de bovenzijde toevoegde om de compositie te verruimen.

Schetsen van vazen met zonnebloemen, in: schetsboek uit Parijs en Auvers-sur-Oise, 1890. Beeld Petra en Erik Hesmerg

Vincent begon serieus werk te maken van bloemstillevens toen hij zich vestigde in Parijs in 1886. Iedereen daar schilderde bloemen: Manet, Pissarro, Fantin-Latour. Er zat handel in. Broer Theo, kunsthandelaar, deed er goede zaken mee. Wellicht moedigde hij Vincent aan om ook bloemen te schilderen; wellicht was hij zelf al aangestoken door wat-ie zag. Hoe dan ook, in de zomer van 1886 schilderde Vincent niks anders dan bloemen: gladiolen, asters en ook zonnebloemen. De zomer daarop concentreerde hij zich uitsluitend op die laatsten. Vincent gaf ze weer tegen een ongedefinieerde, contrastrijke achtergrond en besteedde veel aandacht aan hun fysionomie, het patroon van de zaden, de kleurgradaties van het blad. Hij exposeerde ze naast ander werk in een Parijs eterijtje, waar hij er twee ruilde met de Fransman Paul Gauguin. Zijn belangrijkste zonnebloemen, echter, schilderde hij in Arles in de zomer van 1888.

De reden dat-ie eraan begon, vertelt Nienke Bakker, had te maken met diezelfde Gauguin. Vincent had de schilder uitgenodigd om bij hem in Arles in te trekken, en in koortsige afwachting van diens komst, én met de complimenten voor de Parijse zonnebloemen nog in het achterhoofd, begon hij aan een serie schilderijen van een set zonnebloemen in een vaas ter decoratie van Gauguins atelier. Gebroken geel, veronesegroen en koningsblauw: die kleuren stonden Vincent voor ogen. Het effect waarop hij mikte was dat van een venster in een gotische kerk. In tien dagen schilderde hij de bloemen vier keer, een race tegen de klok. Toen waren ze uitgebloeid. Gelukkig had-ie nu de schilderijen, kleurrijk en krachtig, vooral in het handschrift. Onvergetelijk, zogezegd. Tijdens en na Gauguins verblijf maakte hij hierop nog drie variaties.

Gauguin en de Zonnebloemen

In november 1888 schilderde Paul Gauguin een portret van Vincent werkend aan de Zonnebloemen. Dat werk is niet gedaan naar het leven, aangezien het zonnebloemenseizoen toen al lang voorbij was. Later vroeg Gauguin Vincent per brief hem de zonnebloemen tegen de gele achtergrond te sturen, aangezien hij dat werk beschouwde als de essentie van de ‘Vincent-stijl’. Van Gogh weigerende, maar maakte een variatie op dat schilderij. 

Van Gogh had direct door dat zijn zonnebloemen iets bijzonders waren, meent Bakker. Het waren dan ook de zonnebloemen die hij wenste te exposeren op de Les Vingt expositie in Brussel in februari 1890 – op het krabbeltje dat hij maakte als ontwerp van zijn presentatie aldaar, zie je ze in rudimentaire vorm terug. Ook de buitenwereld was overtuigd van de kwaliteit van de werken. Na van Goghs dood in 1890 werden ze in een mum van tijd een symbool voor de kunstenaar zelf: vurig, maar snel opgebrand. Voor de omslag van de catalogus van het eerste Van Gogh-retrospectief in het Stedelijk in 1892 ontwierp de graficus Richard Roland Holst bijvoorbeeld een melodramatische illustratie van een zonnebloem met een halo. En de Hollandse impressionist Isaac Israëls, die een van de schilderijen van 1916 en 1920 te leen had, beeldde het af op de achtergrond van een portret van een anonieme, topless poserende brunette, óók een zonnige verschijning trouwens.

De afgelopen jaren, vertelt Nienke Bakker, is de versie uit het Van Gogh Museum onder leiding van Ella Hendriks (professor conservering en restauratie van cultureel erfgoed aan de UvA) intensief onderzocht. Dat heeft nieuwe inzichten opgeleverd inzake de plek die het inneemt binnen de reeks (het is inderdaad een variatie op het werk dat nu in de National Gallery hangt) en de staat waarin het verkeert: stabiel-fragiel. Ingrijpend restaureren bleek niet mogelijk. Licht restaureren wel, wat ook gebeurde. De storende retouches op de breuk van het doek en de lat zijn bijvoorbeeld opgeschoond. Het lijkt klein bier, maar, zegt Nienke Bakker, esthetisch is het toch een stap voorwaarts.

Het onderzoek heeft ook nieuwe kennis opgeleverd over de oorspronkelijke kleuren van het schilderij. Die verschilden van de huidige. Lichtblauw was lila; het oranjebruin van de bloemen was geel. Van Goghs Zonnebloemen waren eenvoudigweg veel feller dan het schilderij zoals wij het nu kennen, hetgeen in de expositie fraai wordt geïllustreerd aan de hand van een reconstructie gemaakt door schilder Charlotte Caspers (onder meer bekend van het tv-programma Het Geheim van de Meester). Wie het ophing in z’n woonkamer had eigenlijk geen lampen meer nodig.

Van Gogh en de Zonnebloemen: een meesterwerk onderzocht is tot en met 1 september te zien in het Van Gogh Museum in Amsterdam.

Waar interessante en spraakmakende verhalen online en in de krant ophouden, gaat het Volkskrantgeluid verder. Wat is een zwart gat precies? En hoe gaat het eraan toe in tbs-klinieken? Onze verhalenmakers leggen het uit.

Bronvermelding

Deadwood: the movie, toch nog een waardig slotakkoord voor de steengoede serie ★★★★☆

Deadwood: the movie

★★★★☆

Naar een serie van David Milch

Met Tymothy Olyphant, Ian McShane, Molly Parker

Te zien op Ziggo/HBO

Je zou de populariteit van moderne televisieseries kunnen categoriseren naar aanleiding van het rumoer dat het slot van een serie onder de fans veroorzaakt. Zie: The SopranosLost, en vooral Game of Thrones. Daarvan was geen sprake toen Deadwood er na drie seizoenen mee ophield. Deadwood (door The New York Times onlangs uitgeroepen tot een van de twintig beste series van de laatste twintig jaar – sinds The Sopranos) was nog volop bezig toen HBO besloot dat er geen vierde seizoen kwam. En daarmee was het afgelopen – en onvoltooid. Voor eeuwig leek het, naarmate de jaren verstreken en de reputatie van de serie langzaam groeide. En dat laatste kon makkelijk, want de makers hadden geen kans gekregen het te verknallen.

De serie was drie seizoenen lang een portret van een gemeenschap in South Dakota in de jaren zeventig van de 19de eeuw, een historische plek die we zien groeien van veredeld goudzoekerskamp tot klein stadje, van een karrespoor waar het recht van de sterkste geldt tot een stadje waar de contouren van een nieuwe samenleving zichtbaar worden. Je zou, grote woorden, kunnen zeggen dat Deadwood gaat over de geboorte van de Verenigde Staten, maar dan in de vorm van een fantastisch vunzig spektakel, met bordelen, luizen, modder, bloederige vetes en een stel formidabele personages die de taal van Shakespeare combineren met 1,5 maal per minuut het woord ‘fuck’ (iemand heeft dat uitgerekend). En dan hebben we het nog niet eens over het woord ‘cocksucker’ gehad.

Deadwood, met als voornaamste tegenkrachten sheriff Seth Bullock (Timothy Olyphant) en bordeelhouder Al Swearengen (Ian McShane), is vooral zo geslaagd omdat je volledig wordt ondergedompeld in een andere wereld. Na drie seizoenen zit je diep in het (grotendeels miserabele) leven van de bewoners en passanten zit.

Deadwood: the movie speelt zich af tien jaar na het slot van de oorspronkelijke serie. De stad is iets volwassener geworden en viert het moment dat South Dakota de veertigste staat van Amerika wordt (een historische gebeurtenis die in 1889 plaatsvond). Het scenario is van de legendarische David Milch, die naast Deadwood ook televisiegeschiedenis schreef als schrijver voor Hill Street Blues en schepper van NYPD Blue. En het voelt meteen vertrouwd.

De moderne tijd arriveert in de vorm van het grootkapitaal en een conflict over land en door een aansluitende moord laait het oude Deadwood nog even op. Milch neemt mooi afscheid van zijn personages, een oude liefde wordt nog even tegen het licht gehouden, een sprankje hoop dooft uit, een prostituee neemt afscheid, een nieuw meisje arriveert en een bordeelhouder krijgt dan eindelijk de verdiende climax aan wat ongeveer de langste sterfscène uit de televisiegeschiedenis moet zijn.

En daarmee heeft Deadwood, een van de opmerkelijkste televisieseries uit de gouden periode, alsnog een waardig slotakkoord gekregen.

Bronvermelding

Een vrolijke, opgeruimde King Lear, die niet heel diep gaat, maar werkt als zomerse versnapering ★★★☆☆

Beeld Ben van Duin

In de King Lear van Holland Opera kijkt Koning Lear vanaf Fort Rijnauwen, nabij Utrecht, uit over zijn rijk. Hij voelt dat zijn tijd bijna gekomen is en besluit zijn land te verdelen onder zijn drie dochters. Goneril (Ekaterina Levental) en Regan (Kelly Poukens) komen prompt aanrijden in een Chevrolet Corvette uit 1961. De dames houden van glimmende voorwerpen. De jongste dochter Cordelia (Elisabeth Hetherington) komt gewoon aanlopen over het fraai uitgelichte kerkhof naast het fort. ‘Tell me who loves me most. The biggest share will go to thee’, zingt Lear (Wiebe-Pier Cnossen). Natuurlijk krijgen de oppervlakkige slijmballen alles en de oprechte Cordelia niks. Lears door iedereen vergeten bastaardzoon Edmund (Alexander de Jong) staat overigens ook met lege handen. Intriges blijven niet uit.

Beeld Ben van Duin

Holland Opera maakt van Verdi’s nooit afgemaakte opera King Lear (gebaseerd op het gelijknamige stuk van Shakespeare) een toegankelijk locatiespektakel op Fort Rijnauwen. De groep, die hier sinds 2005 regelmatig een opera speelt, is nog niet uitgekeken op deze plek. Met hulp van onder anderen componist Fons Merkies, librettist en regisseur Joke Hoolboom en muzikaal arrangeur Niek Idelenburg wordt deze Lear een vrolijk en opgeruimd zomerstuk dat niet zozeer ontroert of heel diep gaat, maar als zomerse versnapering goed te pruimen is. En zie, de meegenomen flesjes wijn worden links en rechts op de tribune ontkurkt.

De uitvoerenden zijn gewoon goed – van de solisten tot het koor en het Jong Nederlands Blazers Ensemble. Ook is er medewerking van vier dansers van het collectief 155. Hoewel hun gebreakdans en de stunts op motors weinig toevoegen, versterken hun scènes de videoclipachtige sfeer die deze opera voor alle leeftijden uitstraalt. Lekker kijken, kortom.

King Lear  van Giuseppe Verdi 

★★★☆☆

Door Holland Opera

Regie Joke Hoolboom

28/6, Fort Rijnauwen, Bunnink. Daar t/m 20 juli.

Beeld Ben van Duin

Gijs Groenteman gaat in onze illustere archiefkast in gesprek met mensen die hem hebben verwonderd. Rapper Pepijn Lanen, schrijver Paulien Cornelisse en kunsthandelaar Jan Six passeerden al de revue.

Bronvermelding

Cellist Irene Kok treft een milde, persoonlijke toon, waarin je verrassende diepten ontdekt ★★★☆☆

Op de balkons van de woningen rond het Wilhelminaplein worden de flessen cava opengetrokken. Beneden, op een gigantisch podium, stemmen de musici van het Noord Nederlands Orkest hun instrumenten. Ineens klimt een tiener met een sousafoon het podium op. Ze begint de baslijn van een jazznummer te blazen. Beneden, tussen het publiek, reageert een jongen met een tuba. En dan stromen ze van links en rechts het plein op, de leden van de harmonie- en fanfareorkesten waar Friesland trots op is. CityProms, het vrij toegankelijke klassiekemuziekfestival van Leeuwarden, begint met een flashmob van koperblazers. Al snel vult het plein zich met ouders en hun kroost, feestend uitgaanspubliek en muziekliefhebbers.

‘Grenzen vervagen’ luidt het motto van de negende editie van het driedaagse muziekfeest, met aandacht voor amateurorkesten en de inzet van klassieke muziek in de zorg. Hoogtepunt van de zonnige openingsavond is het optreden van het Noord Nederlands Orkest met de cellist Irene Kok (29). Na een tintelend gespeelde Ouverture Ruslan en Ludmila van Mikhail Glinka zitten de orkestleden klaar voor serieuzer werk. Sjostakovitsj’ Eerste celloconcert, met zijn wrange marsritmes, is voor het publiek even schakelen. Kok kiest voor een milde, persoonlijke toon, waarin je verrassende diepten ontdekt. In de buitenlucht, tegen de zon in turend, verloopt haar spel  niet vlekkeloos maar samen met de ervaren dirigent Damian Iorio krijgt het stuk een waardige uitvoering. Mooi dat juist in het kalme tweede deel de zon achter de gebouwen rondom het plein verdwijnt. Na haar toegift, De zwaan uit Saint-Saëns’ Carnaval der dieren, krijgt Irene Kok een enthousiast applaus.

Het openingsfeest is dan nog maar net begonnen. Met het Jazz Orchestra of the Royal Concertgebouw gaat Leeuwarden de nacht in.

Glinka, Sjostakovitsj, Tsjaikovski door Irene Kok

Noord Nederlands Orkest o.l.v. Damian Iorio

★★★☆☆

Klassiek

 Festival CityProms, Leeuwarden. 28/6, Wilhelminaplein, Leeuwarden. 

Gijs Groenteman gaat in onze illustere archiefkast in gesprek met mensen die hem hebben verwonderd. Rapper Pepijn Lanen, schrijver Paulien Cornelisse en kunsthandelaar Jan Six passeerden al de revue.

Bronvermelding

Grove taal en een wonderschoon toneelbeeld gaan prima samen in de Ilias van Konvooi ★★★★☆

Zo mooi, maar o-zo-bedrieglijk. Je ontdekt in een duinpan op Terschelling (tijdens festival Oerol) een magisch patroon van blauwe paaltjes, in slagorde opgesteld tegen een heuvel van zand. Aan de rand, afgetekend tegen een hemelsblauwe horizon, staan vier silhouetten: soldaten in een harnas van alweer dat betoverend blauw. Harmonieus zingend dalen ze het slagveld af. Dit gaat een esthetische Ilias worden, denk je. Door een nieuwe club van jong muziektheatertalent, Konvooi geheten, onder de hoede van Orkater in het kader van De Nieuwkomers.

Beeld Ben van Duin

Maar dan beginnen ze te praten, deze vier grofgebekte Griekse soldaten. De botte, ongevoelige legeraanvoerder Agamemnon, de onkwetsbaar gewaande held Achilles, zijn neef en beste vriend Patroklos en de slimme, twijfelende Odysseus. Corpshumor, daar lijkt hun hooghartige taalgebruik vol vernederende machtswellust en vrouwonvriendelijke ‘geintjes’ nog het meeste op. 

Even botst het, die grove taal en dat wonderschone toneelbeeld. Maar dan realiseer je je dat de Grieken zich tijdens de Trojaanse Oorlog gedragen moeten hebben als dronken barbaren, mede door het lange wachten. Dus zo ver zitten deze bekvechtende soldaten er niet naast. Bovendien betwisten ze een belangrijk onderwerp: de zin(loosheid) van oorlog en het bijbehorende verlies van mensenlevens. Een morele strijd die hier nota bene begonnen is om een vrouw – een elegante travestierol van de zingende acteur Jesse Mensah, die in wapperend roze tule als Helena aan de horizon verschijnt. Wij weten dat Odysseus de list met het Paard van Troje nog moet bedenken, zij niet. 

Dan komen dood, waanzin en onmacht toch hard aan, daar in het zand. Hopelijk verzint Konvooi een even spannend decor tijdens Festival Over het IJ, in het beton van A’dam-Noord, en later in de theaters.

Ilias door Orkater / De Nieuwkomers / Konvooi

★★★★☆

16/6, Duinkuil Zilt, Terschelling (tijdens Oerol)

Regie: Belle van Heerikhuizen

Nog te zien: 5 t/m 14/7, Over het IJ Festival, Amsterdam. Tournee t/m 21/11

Gijs Groenteman gaat in onze illustere archiefkast in gesprek met mensen die hem hebben verwonderd. Rapper Pepijn Lanen, schrijver Paulien Cornelisse en kunsthandelaar Jan Six passeerden al de revue.

Bronvermelding

Porchetta maken met Dario Cecchini: ‘Een dier doden is beslist niet niks’

De wereldberoemde slager Dario Cecchini (63) was in Nederland, en verspreidde luidruchtig zijn blijde boodschap van goed vlees: ‘Carrrrrrne Diem!’ 

Het lijkt een verfijnd folkloristisch blaasinstrument, de zilveren Toscaanse hoorn met drie pijpen die Dario Cecchini tijdens festiviteiten om zijn nek heeft hangen. Maar de penetrante herrie die het ding produceert als de slager het aan zijn mond zet, doet meer denken aan een voetbaltoeter – je schrikt je wezenloos.

Cecchini, die in zijn opvallende rood-wit-groene slagersoutfit en rode klompen doet denken aan de mascotte van een Italiaanse salamifabriek (Flipje van Tiel met een hakbijl) grijpt op het voor hem georganiseerde diner in Amsterdam regelmatig naar zijn hoorn. Als hij het woord wil – ‘PEEEP, buoooona-seeee-rrrra!’ – als hij op het punt staat zijn die ochtend zelfgemaakte varkensrollade aan te snijden – ‘HONK PEEEP: póóórrrrr-chè-tttttaaaa’ – en gewoon, als zijn tomeloze enthousiasme hem even te veel wordt – RENG HONK PEEEP. Bij voorkeur tilt hij vervolgens het dichtstbijzijnde stuk vlees boven zijn hoofd, en roept in grauwend Italiaans en met een satergrijns iets van ‘Carrrrne! Carrrrne! Carrrrrne diem!’ Om dan los te barsten in gezang of een passage uit Dante’s Divina Commedia. Dario Cecchini is de bekendste slager ter wereld, óók vanwege zijn uitmuntende vlees en vakmanschap. Maar laten we het zo zeggen: dat hij daarnaast zo’n uitbundig, fotogeniek feestnummer is, doet zijn cultstatus beslist geen kwaad.

Beeld Els Zweerink

Het is twaalf uur eerder als de slager per taxi arriveert bij de worstmakerij van Brandt & Levie, het bedrijf van drie jonge chefs die hij tien jaar geleden de kunst van het drogeworstmaken leerde en op wiens uitnodiging hij in Nederland is. Door een gecancelde vlucht heeft hij nog geen drie uur geslapen, maar de espresso slaat hij af – hij loopt onmiddellijk door naar het varken dat op het hakblok voor hem klaarligt. Eerst tilt hij met zijn vingertoppen een hagelwit, gesteven schort uit zijn rode rolkoffer en laat het over zijn schouders zakken. Eén voor één pakt hij zijn messen uit en legt ze kaarsrecht op het blok, het puntige fileermes, het machete-achtige zwaard, het korte Japanse mes met de parelmoertekening dat hij ooit van een dankbare stagiair kreeg – alsof het religieuze voorwerpen zijn. Dan strekt hij zijn vingers als een concertpianist – of slaat hij een kruis? – en zegt: ‘Allora. We maken porchetta. Ik voel me meteen beter als ik kan werken.’

Porchetta is een feestelijk Italiaans vleesgerecht, een half varken zogezegd, ontbeend en opgerold, gevuld met knoflook en typisch Toscaanse kruiden als wilde tijm en venkelpollen en geroosterd. Het is vrijwel altijd te koop in de Antica Macelleria Cecchini in het Italiaanse Ponzano in Chianti – een plek die, zeker nu de eigenaar een eigen aflevering van Netflix’ succesvolle culinaire documentaireserie Chef’s Table heeft gekregen,  een bedevaartsoord voor foodies is geworden. De excentrieke Cecchini verwierf in Italië al beroemdheid toen hij in 2001, op het hoogtepunt van de BSE-crisis, onder grote mediabelangstelling de laatste bistecca alla fiorentina (de beroemde Florentijnse T-bone steak met het vanwege de dierziekte verboden bot erin) ten grave droeg. Naast zijn winkel, waar altijd harde muziek wordt gedraaid en de klanten worden vergast op wijn, brood met reuzel, vleeswijsheden en nog meer Dante-citaten, heeft hij in Panzano ook nog drie restaurants: één met hamburgers, één met bistecca en één met traditionele gerechten van de incourante delen. De gasten schuiven allemaal bij elkaar aan en smullen van het vlees en van de verhalen van hun uitbundige gastheer. Dario, klinkt het, heeft het feest aan zijn broek hangen.

Toch heeft deze achtste in het slagersgeslacht van Panzano ook een serieuze kant. Terwijl hij met snelle bewegingen van zijn fileermes vakkundig het varken voor zich ontbeent, vertelt hij hoeveel verdriet het hem doet hoe achteloos mensen tegenwoordig met vlees omgaan. ‘Wij aten thuis alles wat in de slagerij niet goed verkocht werd. Snuiten, longen, milt, hart, bloed – mijn eerste bistecca kreeg ik pas op mijn 18de.’ Een dier, wil hij maar zeggen, bestaat uit meer dan de filet. ‘Ik krijg zo vaak de vraag: Wat is het beste stukje? Dat is er niet. Je moet het héle dier eren. Het is héílig voedsel, een offer waarmee je niet lichtzinnig mag omgaan.’

Beeld Els Zweerink

Met gulle hand strooit hij de helgele venkelpollen over de binnenzijde. Eigenlijk had hij geen slager willen worden, maar dierenarts. Maar toen zijn beide ouders vroeg overleden, moest hij winkel overnemen. ‘Maar het welzijn van het dier is voor mij nog altijd centraal. Het is voor mij niet belangrijk van wat voor chic ras een dier is, of uit welk land het komt. Voor mij zijn er eigenlijk maar twee soorten vlees: Artisinale – welopgevoed, eerlijk gedood, geslacht en gekookt door een liefhebbend ambachtsman – of industrieel. Ik wil alleen werken met dieren die een goed leven hebben gehad – dat is het belangrijkste, daar begínt het allemaal mee. Vlees is een stukje van een leven geweest, een dier doden is beslist niet niks.’

Het zijn woorden die hij die middag zal herhalen voor de volle zaal Nederlandse slagers, en ’s avonds opnieuw bij het uitverkochte diner, en mensen krijgen er geen genoeg van. Het is die rare mengeling van uitzinnigheid en gevoelige introspectie die Cecchini ongrijpbaar en onweerstaanbaar maakt: het ene moment kraait en joelt hij als een kind en blaast hij op zijn toeter, het volgende is hij bijna tot tranen toe geroerd is door het feit dat een dier moet sterven. Op de vraag of hij dan ooit overwogen heeft vegetariër te worden: ‘Vegetáriër? Natúúrlijk niet! Ik ben immers slager, net als al mijn voorvaderen!’

Door de moderne veehouderij werd veel vlees eten de normaalste zaak van de wereld – wat Cecchini met zijn verhalen- en rituelenrijke benadering doet, is het weer bijzonder en feestelijk maken, of zelfs, zoals hij het noemt, ‘heilig’. Maar dan wel met de lichtgetikte heiligheid van een bacchantisch ritueel.

Als de porchetta op is, wil iedereen met Dario op de foto. ‘Carrrrrrrrne’, roept hij schaterend naar de camera, en hij knijpt de twee vrouwen die een selfie met hem maken zo stevig in de bovenarm dat ze allebei een verschrikt kreetje uitstoten en vervolgens in meisjesachtig giechelen uitbarsten.

Het bleef nog lang onrustig bij Brandt & Levie.

Porchetta van varkensbuik

1. Uitbenen

Voor een porchetta  à la Dario Cecchini heb je een complete zijde van een welopgevoed varken nodig – dat is dus het buikspek met de lende er nog aan, ruim genoeg vlees voor veertig mensen. Zo’n unit past niet in de meeste thuisovens. Dit recept gaat daarom uit van een uitgebeende varkensbuik (zónder lende, maar mét het zwoerd en ribvlees er nog aan) van een kilo of zes, voor 12 tot 15 mensen. U kunt ook de helft of eenderde daarvan nemen.

2. Insnijden

Leg het spek op de snijplank met het vel naar boven en snijd met een zeer scherp mes het vel in de lengte vijf keer in.

3. Kruiden

Bestrooi het vlees met ruim zout: minimaal een handvol. Knijp 8 tenen knoflook uit met een knoflookpers of rasp ze op een fijne rasp en wrijf de puree direct op het vlees.  Rooster drie eetlepels zwarte peperkorrels en vier eetlepels venkelzaad even in een droog pannetje en maal ze grof in een vijzel. Strooi ook dat over het vlees, samen met een 2 eetlepels gedroogde tijm. Wrijf alles goed in alle hoeken en gaatjes. Leg takken verse rozemarijn in de lengte op het vlees.

4. Opbinden

Rol de buik zo strak mogelijk op tot een soort boomstammetje, zorg dat de naad aan de onderkant ligt. Bind de boel goed vast met zo’n 15 stukjes bindtouw. Bestrooi de buitenkant ook met een handvol zout. Je kunt het spek nu eventueel door de helft snijden, als het onhandig groot is. Pak het in in plastic en leg in de koelkast – hoe langer hoe beter, tot drie dagen.

5. Roosteren

Verwarm de oven voor op 150 graden. Leg het vlees op een rekje met een ovenschaal eronder. Rooster twee uur (bedruip af en toe met het vet) – een thermometer is hier handig: de kerntemperatuur moet iets boven de 70 graden zijn. Zet de oven dan op vol (260) en rooster het vlees af tot de korst knapperig en bruin is. Laat een half uur rusten onder folie en snijd aan met een groot kartelmes.

Waar interessante en spraakmakende verhalen online en in de krant ophouden, gaat het Volkskrantgeluid verder. Wat is een zwart gat precies? En hoe gaat het eraan toe in tbs-klinieken? Onze verhalenmakers leggen het uit.

Bronvermelding

Millennials zwemmen massaal de Elfstedentocht

Beeld Colourbox

Millennials springen massaal in de Friese wateren om de Elfstedentocht te zwemmen. Geïnspireerd door Maarten van der Weijden halen zij ook geld op, signaleert de millennialwatcher.

‘Ik heb altijd van een goede challenge gehouden’, zegt Teun Strootman (29), terwijl hij in borstcrawl door Sneek zwemt. ‘De Ice-bucket-challenge, de Iron Man, zes weken niet drinken – ik heb het allemaal geprobeerd. Dit leek me de juiste volgende stap.’

‘De Kickstarter-campagne van mijn nieuwe start-up kwam nog niet echt van de grond’, zegt ondernemer Yara Maassen (31). ‘Toen ik zag dat Maarten bijna 4 miljoen euro had opgehaald, dacht ik: dit is de boost die ik nodig heb.’

Ze doet de hele tocht in vlinderslag. ‘Dat past bij onze merknaam, The Butterfly Effect. We verkopen een app die je helpt met beslissingen maken, per keuze berekent de app de effecten op je leven. Millennials houden ervan om van alle opties de beste te kiezen.’

‘Ik probeer awareness te kweken voor de bore-out’, zegt Teo Nguyen (27). ‘We praten veel over burn-out, maar bore-outs, dat je te weinig uitgedaagd wordt op je werk, zijn net zo’n groot probleem. Wie de hele livestream van mijn tocht volgt, zal een beetje een bore-out ervaren.’

Bronvermelding