The Man Who Stole Banksy biedt een warboel aan interviews en verschillende meningen ★★☆☆☆

De ‘gestolen’ Banksy: een plak beton met een gewicht van vier ton. Beeld filmbeeld

In 2007 maakte de Britse kunstenaar Banksy een muurschildering in Bethlehem die door een Palestijnse handelaar met slijptollen werd uitgezaagd. Het resultaat, een plak beton met een gewicht van vier ton, werd verkocht op veilingsite eBay. Documentairemaker Marco Proserpio neemt het incident (was het diefstal? Of gewoon kunsthandel?) als uitgangspunt voor een film over straatkunst en de bijbehorende eigendomskwesties, de Israëlische muur, de rol van westerse kunstenaars in de rest van de wereld, de oververhitte kunstmarkt en nog een handvol andere onderwerpen, die zonder duidelijke ordening over de kijker worden uitgestort. 

De documentaire (met sporadische vertelstem van Iggy Pop) biedt een warboel aan interviews en verschillende meningen, waarbij soms interessante gezichtspunten opduiken. Het inkijkje in de Palestijnse gemeenschap is intrigerend, maar blijft een nauwelijks uitgediepte zijlijn, net als de zoektocht naar de waarde van openbare kunst. De hectische, iets te zelfbewuste guerrillastijl van Proserpio, een voormalig MTV- en commercialregisseur, maakt het er niet overzichtelijker op. 

Documentaire
Regie Marco Proserpio.
93 min., in 16 zalen.

Bronvermelding

Het gehussel met verschillende tijdsdimensies blijft geforceerd voelen ★★★☆☆

Drama

Regie Julie Bertuccelli

Met Catherine Deneuve, Chiara Mastroianni, Laure Calamy, Alice Taglioni, Samir Guesmi.

94 min., in 32 zalen.

Aan de acteurs ligt het niet, maar deze verfilming van Lynda Rutledges roman krijgt te weinig schwung mee van regisseur Bertuccelli en haar twee coscenaristen.

‘Mooie dingen verheffen de ziel’, vindt de bejaarde, dementerende Claire Darling (Catherine Deneuve). Toch gooit ze haar complete antieke inboedel te grabbel, omdat ze een teken heeft gekregen dat dit de laatste dag van haar leven zal zijn. Terwijl het gazon van haar landhuis in een drukbezochte rommelmarkt verandert, glippen Claires vleesgeworden herinneringen er letterlijk doorheen. Ook voor dochter Marie (Chiara Mastroianni, dochter van Deneuve en Marcello Mastroianni) en dier jeugdvriendin Martine (Laure Calamy) lopen verleden en heden door elkaar, terwijl je als toeschouwer langzaam de tragische geschiedenis van huize Darling ontrafelt. Deneuve (met smaakvol warrig haar) en haar tegenspelers zijn fijn, maar regisseur Julie Bertuccelli en haar twee coscenaristen geven deze verfilming van Lynda Rutledges roman te weinig schwung; het gehussel met de verschillende tijdsdimensies blijft geforceerd voelen. Verrassende ontknoping, dat dan weer wel.

Bronvermelding

Is er een markt voor de politiek incorrecte ‘rechtse’ film?

Vince Vaughn en Mel Gibson in Dragged Across Concrete.

Dragged Across Concrete

Actie

★★★☆☆

Regie S. Craig Zahler.

Met Mel Gibson, Vince Vaughn, Tory Kittles, Jennifer Carpenter.

158 min., in 44 zalen.

Een film als Dirty Harry zou vandaag de dag niet meer gemaakt worden, stelde Clint Eastwood toen hij zich als eregast in Cannes voor een groot publiek liet interviewen, in 2017. ‘Veel mensen vonden die film politiek incorrect. Zo begon het tijdperk waarin we ons nog steeds bevinden. Nu is iederéén politiek correct.’

Dirty Harry, de politiethriller van Don Siegel uit 1971, introduceerde Harry Callahan: de door Eastwood vertolkte agent in San Francisco, die zich, anders dan zijn collega’s, níét neerlegt bij het falende liberale stadsbestuur, dat de gewone burger in de steek laat. Harry veegt de straten schoon zonder zich te bekommeren om de rechten van het straattuig, en jaagt op een doorgedraaide moordende hippie. Een effectieve, maar ook ‘fascistische’ film, oordeelde de invloedrijke Amerikaanse criticus Roger Ebert. ‘Een rechtse fantasie’, schreef zijn collega Pauline Kael van The New Yorker. ‘Dirty Harry is a rotten pig’, scandeerden demonstranten, maar de relatief goedkope thriller bleek een publiekshit en deed de verkoop van .44 Magnum-revolvers in de winkels pieken.

Clint Eastwood in Dirty Harry. Beeld Getty

Vijftig jaar later tracht een filmstudio in Dallas, ver weg van Hollywood, het ongelijk van Eastwood te bewijzen: het kan heus nog, zulke films. Het in 2015 opgerichte Cinestate, gevestigd aan een rustige laan in een oude wijk van de oliestad, timmert aan de weg met krap gebudgetteerde producties waarin geharde Amerikanen orde op zaken stellen. Pulpfilms zijn het, opgetuigd met niet al te dure jarentachtigsterren als Don Johnson en Kurt Russell, en de wat jongere Vince Vaughn, de in Hollywood op een zijspoor belande oud-comedy-acteur die geen geheim maakt van zijn conservatieve standpunten: tegen abortus, voor wapenbezit. 

Op Fox News, in het item ‘films maken in het Trump-tijdperk’, legde studiobaas en Cinestate-oprichter Dallas Sonnier (41) uit hoe hij hoofdrolspelers in zijn films cast, met behulp van de ‘Texaanse neventest’. Als zijn neven uit Louisiana de beoogde acteur niet kennen, wordt het niks. Oscargenomineerde Timothée Chalamet bijvoorbeeld, uit het homoseksuele-liefdesdrama Call Me by Your Name: ‘Die kennen mijn neven dus niet.’

Bone Tomahawk (te zien op Netflix) was de eerste Cinestate-productie, een western waarin cowboys afrekenen met een kannibalistische indianentroep. Twee jaar later, in 2017, was er de publiekshit Brawl in Cell Block 99, met Vaughn als gedetineerde patriot (‘de kleuren van de vlag zijn niet rood, wit en burrito’) die een halve – Mexicaanse – gevangenispopulatie uitroeit om het ongeboren kind van zijn vrouw te redden. Exploitatiefilms die hier en daar wel worden uitgebracht in de bioscoop, maar vooral winst opleveren via de digitale platforms. 

Bone Tomahawk.

Studiobaas Sonnier kende een curieuze levensloop: zijn beide (gescheiden) ouders werden vermoord door jaloerse (ex-)partners. Hij werkte als producent in Hollywood, maar vond dat de studio’s de scripts daar te veel filterden. Vanuit Dallas wil hij, geholpen door een investering van een oliebarones, ‘authentiekere’ films maken. Zoals Run, Hide, Fight, een geplande Cinestate-productie over een meisje dat terugschiet wanneer ze in de klas te maken krijgt met schoolschutters; zo leerde ze dat van haar wapendragende ouders.

Dragged Across Concrete, vanaf deze week te zien in de Nederlandse bioscopen, is vooralsnog de grootste productie van de studio. Een onderhoudende misdaadthriller met Vince Vaughn en Mel Gibson als twee agenten die worden geschorst als er een met een telefoon geschoten filmpje opduikt van hun ruwe arrestatie van een Latijns-Amerikaanse drugsdealer, en een nieuwszender vervolgens zinspeelt op racisme. De politiechef, gespeeld door Don Johnson, vindt ook dat het minder hardhandig kon, maar houdt een vergoelijkend betoog: ‘Uitgemaakt worden voor racist op het forum van deze tijd is zoiets als worden beschuldigd van communisme in de jaren vijftig. (…) De entertainmentindustrie, voorheen bekend als het nieuws, heeft behoefte aan schurken.’

S. Craig Zahler. Beeld Getty

S. Craig Zahler, de 46-jarige Amerikaanse scenarist en regisseur van Dragged Across Concrete (én van Bone Tomahawk en Brawl in Cell Block 99), is tevens romanschrijver en lid van de blackmetalband Realmbuilder. Voor hij in zee ging met de Cinestate-studio in Dallas, verkocht hij al jarenlang met regelmaat scripts aan de Hollywoodstudio’s, maar die werden uiteindelijk nooit opgepikt. Bij de wereldpremière van Dragged Across Concrete op het filmfestival van Venetië was er lof voor het eigenzinnige, wat trage tempo van zijn film en het reliëf van de personages; ongebruikelijk voor dit slag harde politiethriller. 

Vince Vaughn in Brawl in Cell Block 99.

Maar er was ook kritiek, met name onder Amerikaanse critici: er zouden in de film onfrisse ideeën worden gespuid. Zo schuwen Gibson en Vaughns agenten de terloops racistische of seksistische opmerking niet, al zijn de echt nare racisten in Dragged Across Concrete de wrede bankovervallers met wie ze te maken krijgen. Gemaskerde en schietgrage lui, die honds omspringen met de voor hun miljoenenroof ingehuurde chauffeurs: twee zwarte criminelen, van wie er een geld wil verdienen voor zijn gehandicapte broertje. 

Opvallend is een kleine rol van een vrouwelijke bankemployee: de film trekt veel tijd uit om te tonen hoe zij zich op de ochtend van de eerste werkdag sinds haar bevalling thuis met grote moeite losrukt van haar baby, om – spoiler – in de bank prompt aan flarden te worden geschoten. Er valt moeilijk een pleidooi voor werkende moeders in te herkennen. Maar regisseur Zahler benadrukt in interviews graag dat hij, anders dan de makers van Oscarwinnende films als het gettodrama Moonlight en het slavernij-epos 12 Years a Slave (‘dat zijn didactische films’), géén sociaal-politieke boodschappen in zijn films stopt. Tegen de website The Daily Beast zei hij: ‘Ik snap waarom sommige mensen mijn films conservatief noemen, maar dat is juist omdat er géén duidelijke didactische of zelfs belerende bedoelingen achter zitten. Ik schrijf wat ik zelf pakkend vind, en ik ga een scène, de etnische afkomst van een personage of een dialoog niet aanpassen omdat iemand het misschien op een bepaalde manier interpreteert, of zich beledigd voelt.’

Bronvermelding

‘Ik wil mezelf zo goed mogelijk neerzetten, en geen showversie van mezelf’

Prinses Amalia tijdens Koningsdag 2019 in Amersfoort. Beeld ANP

Welke zin? 

‘Ik wil mezelf zo goed mogelijk neerzetten, en geen showversie van mezelf.’ Was getekend: Catharina-Amalia Beatrix Carmen Victoria (Amalia), Prinses van Oranje, Prinses der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, oudste dochter van koning Willem-Alexander der Nederlanden en koningin Máxima, op 28 april te Amersfoort.

Waarom die zin?

Omdat het ‘interview’ dat zij aan drie tv-journalisten gaf per definitie geen spontaan gesprekje kon zijn. ‘In Amersfoort werd Amalia voorzichtig naar voren geschoven’, berichtte de Volkskrant op gezag van de eigen koningkijker. Alles wat het arme kind (15) zegt, ligt dan op een weegschaaltje. Over elk woord is dus nagedacht, elke letter is ingestudeerd en voorbesproken met de lakeien van de RVD. En dit is wat daaruit kwam.

Wat viel op?

De vroeg-volwassen formuleringen van de puber. ‘Het is af en toe nog even onwerkelijk voor mij om te realiseren dat dit echt mijn leven is, maar ik heb het altijd heel leuk’. Vooral het woordje ‘maar’ spreekt hier boekdelen, maar dat terzijde. Het ging om die andere quote. ‘Jezelf neerzetten’, dat klinkt al behoorlijk meta. Het is de taal van de Idols-generatie, van Instagrammers die hun bestaan zien bevestigd aan de hand van het aantal likes, hartjes en emoticons. Dat kun je een 15-jarige niet aanwrijven. Het toont eerder dat de prinses niet in een luchtkasteel leeft, maar met beide benen op de virtuele aarde staat.

Nog meer?

Je hoeft geen republikein te zijn om in de monarchie een poppenkast te zien. De essentie van de monarchie stoelt nu juist op de showversie. Daarom bevat die ene zin zo’n prachtige paradox. Amalia zit op een oerdegelijk gymnasium te ’s Gravenhage. Ongetwijfeld leerde ze daar in de lessen Grieks over de paradox van Epimenides, oftewel die van de Kretenzer die zegt dat alle Kretenzers leugenaars zijn en de vraag wat dat zegt over de betrouwbaarheid van die uitspraak? Amalia die zegt dat ze geen showversie van zichzelf wil neerzetten, roept een soortgelijke paradox op. 

Dus wat weten we nu? 

Of ze meende het (maar dat kunnen wij onderdanen dus niet weten), óf de showversie van Amalia is er een die alleen maar doet alsof ze geen showversie van zichzelf wil neerzetten. De gymnasiast kent haar klassieken, maar voor simpeler zielen blijft dus de vraag hoe zij zichzelf nu wil neerzetten.

Bronvermelding

Liefde voor een otter en spanning tussen de benen: deze special bekijkt de liefde van alle kanten

Het is lente en dat zullen we weten ook. Ik ook van jou, is de titel van een special van productiehuis Mediawater over de liefde. Vier de liefde, is de aanprijzing op de cover. Goed idee, maar ook wat vaag. We krijgen niet meteen vlinders in de buik.

Uitgever en hoofdredacteur Peter van Dijk legt in zijn voorwoord het een en ander uit. ‘Liefde is alles’ staat erboven. Liefde is ook ‘de mysterieuze kracht in ons leven’.

Over de motivatie om Ik ook van jou te maken schrijft hij: ‘Omdat het zo bijzonder is dat wij van een ander kunnen houden. Omdat de liefde ons zoveel geeft en ons altijd weer verrast. Liefde is alles. Liefde is leven, zei Ghandi al.’ 

Zonder twijfel had Gandhi dat goed gezien. Zo heeft iedereen zijn eigen definitie van liefde. Op een pagina met citaten komt onder meer John Lennon aan het woord: ‘We kregen het cadeau van de liefde, maar liefde is als een kostbare plant. Je kunt deze niet zomaar in de kast laten staan. Je moet ’m water blijven geven.’ Niet zijn beste tekst, zullen we maar zeggen.

In Ik ook van jou wordt de liefde van alle kanten bekeken. Het gaat over verliefdheid natuurlijk, over relaties en relatietherapieën, over seks en, verrassend, dierenliefde. Je kon wachten op de kattengek, maar er werd ook een man gevonden die een rusthuis voor koeien beheert (‘Bij koeien kan ik mezelf zijn’) en een vrouw wier leven in het teken staat van een otter. 

De otter heet Pip. De vrouw nam de otter mee uit een dierenpark waar ze werd verwaarloosd door haar moeder. ‘Pip is echt een kroelkip bij mij. Ze ziet mij als haar moeder en tolereert niemand anders.’ De vriend van de vrouw is hier de grote verliezer. Pip bijt hem en ze kunnen nooit samen op vakantie. ‘Ik breng meer tijd met Pip door dan met mijn vriend.’

Nee, dan de stellen die al een eeuwigheid bij elkaar zijn, zoals Freerk (96) en Annie (92). Ze zijn 72 jaar samen. Hun geheim: ‘Je moet ook wel eens wat toegeven, niet altijd je eigen zin doordrijven.’ Daar zullen Johan en Frank, beiden 68, het mee eens zijn. Ze hebben al 45 jaar een relatie. En iets wat ‘avonturen’ wordt genoemd.

Frank: ‘Mijn liefde voor Johan zit in mijn hart. Daar komt niemand bij of tussen. Die avonturen zijn echt van een heel ander niveau: die spanning zit tussen mijn benen.’

Bronvermelding

Kampioen in kostenefficiënte landbouw

Vorig jaar bezochten 397.312 mensen het Kröller-Müller Museum in Nationale Park De Hoge Veluwe. De drukste maand was augustus, (55823), en het rustigst januari (12510). Woensdag 31 oktober was door het mooie najaarsweers de drukste dag van het jaar met 3081 bezoekers. De rustigste dag was donderdag 18 januari, met 147 bezoekers.

Van de Nederlandse bezoekers komt iets meer dan de helft voor de Van Gogh-collectie, en 30% speciaal voor de beeldentuin.

Bronvermelding

Magisch, hoe dit Japanse animatiemeesterwerk je naar filosofische inzichten voert ★★★★★

Een still uit Mirai.

Ieder mens is een fonkelend knooppunt van verleden, heden en toekomst, voortdurend in wording en toch compleet zichzelf. Ronduit magisch, hoe het Japanse animatiemeesterwerk Mirai je naar zulke filosofische inzichten voert, terwijl de film ‘slechts’ lijkt te gaan over een kleine jongen en zijn pasgeboren zusje.

De 4-jarige Kun (ingesproken door actrice Moka Kamishiraishi) heeft het goed met zijn ouders. Eigenlijk hoeft er niemand bij, in het door Kuns vader ontworpen huis – een patiowoning die met zijn binnentuin en terrasachtige verdiepingen een personage op zich blijkt.

Maar dan is er opeens zusje Mirai (‘Toekomst’). Natuurlijk wist Kun dat hij een zusje kreeg, maar het is toch iets anders om haar daadwerkelijk te zien. Fijn, zoals schrijver-regisseur Mamoru Hosoda de komst van Mirai inluidt met sneeuwvlokjes; het meisje blijkt aanvankelijk zelf zo wit als sneeuw.

De rust is van korte duur. Door de zorg voor Mirai dreigen mama (Kumiko Aso) en papa (Gen Hoshino) Kun uit het oog te verliezen. Het jongetje zal dus zelf iets moeten doen tegen zijn jaloezie, de woede en agressie die hem overvallen nu hij niet langer enig kind is. Maar misschien heeft hij toch de hulp van anderen nodig, of ze nu echt bestaan of niet.

In Mirai, tijdens de laatste Academy Awards genomineerd voor de Oscar voor Beste animatiefilm, houdt cineast Hosoda de scheidslijn tussen fantasie en werkelijkheid doelbewust vaag. Of beter gezegd: alles is echt, zolang het voor Kun echt is. Dus of ze nu daadwerkelijk plaatsvinden of verzonnen zijn, het doet niets af aan de cruciale ontmoetingen die Kun heeft.

Eerst treft hij zijn in een prins veranderde hond (Mitsuo Yoshihara). Later Mirais tienerversie (Haru Kuroki), mama als kind, zijn overleden opa als stoere jongeman (Koji Yakusho) en misschien ook de puber die hij zelf zal worden. De een leert hem met zijn angsten om te gaan, de ander met verdriet. Op zichzelf staande, maar ook onlosmakelijk verbonden episodes zijn het, zoals de uit elkaar geschoven verdiepingen van de woning één thuis vormen. En voortdurend versmelt in Mirai het alledaagse met het wonderbaarlijke, het allerkleinste met het allergrootste.

Dankzij Hosodo’s uiterst subtiele animatiestijl wordt het landschap van de film bovendien het landschap van Kuns ziel. De binnentuin transformeert tot een gigantische vlinderkas of de binnenplaats van een kasteelruïne. Of neem de scène waar Mirai-als-tiener Kun streng toespreekt, en hij letterlijk door zijn verdriet wordt overspoeld. Hosoda filmt de twee vanachter het brede raam van de woonkamer, terwijl het kleurenpalet ietwat groenblauw is, zodat het lijkt alsof de personages in een groot aquarium staan. Kuns tranen stijgen op als bubbels en er zwemmen steeds meer visjes voorbij. Uiteindelijk vlucht hij luid huilend weg, suizend door een kleurige vissenkolk.

Zulke momenten, sommige vederlicht en andere ontregelend als een koortsdroom, vormen de opmaat naar de aangrijpende, door tijd en ruimte dwarrelende finale. Zwevend in de lucht ziet Kun zijn grootouders, jong en flirtend. Waar was hij geweest als zij elkaar nooit hadden gevonden?

Mirai biedt een complete wereld, gevat in het grenzeloze perspectief van een enkel kind.

Mirai
Animatie
★★★★★
Regie Mamoru Hosoda.
Met de stemmen van Moka Kamishiraishi, Kumiko Aso, Gen Hoshino, Mitsuo Yoshihara, Haru Kuroki, Koji
Yakusho.
98 min., in 15 zalen.

Kun.

Bronvermelding

Inspiratie voor zijn fantasyfilms vindt hij in zijn eigen huiskamer: ‘Geweldig om als ouder je kindertijd te herbeleven’

De inspiratie voor zijn sublieme fantasyfilms vindt de Japanse regisseur Mamoru Hosoda (51) in zijn eigen huiskamer.

Mamoru Hosoda (51) was tot voor kort het best bewaarde geheim van de­ ­Japanse animatiefilm. Daar begint verandering in te komen: bij de ­Oscaruitreiking begin dit jaar gold Hosoda als de spannende out­sider in de animatiecategorie, dankzij de ­nominatie voor zijn schitterende film Mirai (2018).

Sinds de wereldpremière op het filmfestival van ­Cannes, vorig jaar mei, wordt Mirai door pers en publiek geroemd als de toegankelijkste en persoonlijkste film van de Japanse regisseur. Met een even eenvoudig als vindingrijk uitgangspunt – een 4-jarig jochie weet zich geen raad met de geboorte van zijn zusje en vlucht in een fantasie­wereld in de achtertuin – rijgt Hosada de mooiste observaties en inzichten aaneen over opgroeien, ouderschap en veranderende familiewaarden.

Zijn eerste stappen in de animatiewereld zijn hier ogenschijnlijk mijlenver van verwijderd. Begin deze eeuw werkte Hosada voor de commerciële Japanse animatiestudio Toei Animation, dat onder meer het razendpopulaire Dragon Ball Z maakte. Hij had net een speelfilmversie van de vergelijkbare populaire franchise Digimon (2000) afgeleverd toen het grote Ghibli, het Disney van Japan, bij hem aanklopte. Er lag een kant-en-klaar scenario voor een grote fantasyanimatie klaar: Hosoda kreeg het aanbod de film te regisseren in de stijl van animatiemeester en Ghibli-oprichter Hayao Miyazaki, die zelf wereldwijd furore maakte met Princess Mononoke (1997) en Spirited Away (2001). Tot verrassing van de studio bedankte Hosoda voor de eer. Het bleek niet mogelijk onder de Ghibli-vlag de film te maken die hij wilde maken. (De film in kwestie, Howl’s Moving Castle, werd uiteindelijk door Miyazaki zelf geregisseerd en geldt als een  Ghibli-klassieker.)

Mamoru Hosoda bij de Academy Awards. Beeld Getty Images

Hosada koos voor het pad der geleidelijkheid – alles om trouw aan zichzelf te blijven. Daarmee is hij zich de afgelopen decennia gaan onderscheiden van de concurrentie: Hosada maakt fantasierijke, maar toch in de eerste plaats menselijke en persoonlijke animatiefilms. Dat werd steeds beter mogelijk, zei hij in Cannes, na de oprichting van zijn eigen Studio Chizu. Nu is de goedlachse vijftiger animatieregisseur, scenarist, studiobaas en huisvader ineen;  vier rollen die onlosmakelijk met elkaar zijn verbonden. ‘Ik maak de films die ik wil maken. Zonder tussenkomst van een producent, zonder het verzoek om andermans verhalen te verfilmen.’

Summer Wars (2009), over een schooljongen die op bezoek bij een meisje voor de ogen van haar oma moet doen alsof hij haar vriendje is? Gemaakt in de periode vlak na zijn huwelijk. Het sublieme Wolf Children (2012), over een meisje dat verliefd wordt op een weerwolf en de rest van de film in geestige en mooie scènes twee hondkinderen moet opvoeden? Gemaakt na de dood van zijn moeder, toen hij voor het eerst ging nadenken over ouderschap. The Boy and the Beast (2015), waarin een jongetje levenslessen krijgt van een beerachtig fantasiewezen? Gemaakt na de geboorte van zijn zoon.

Mirai volgde na de geboorte van uw dochter. Hoe zag u daarin een film?

‘Mijn oudste zoon was 2  jaar oud en zag in zijn nieuwe zusje een wezen dat plotseling alle aandacht had gestolen. Hij kreeg last van driftbuien, deed alsof hij haar wilde aanvallen. Uiteraard staken mijn vrouw en ik daar een stokje voor, maar af en toe liet ik de situatie op z’n beloop. Ik vond het ook intrigerend. Ik ben zelf enig kind en leerde pas op school met andere kinderen omgaan: de emotie van mijn zoon was nieuw voor mij.’

De vader in Mirai is huisvader, net als u, de moeder werkt buiten de deur. Gaat dit bij u thuis ook zo?

Geamuseerde blik. ‘U denkt wellicht: Japan is een land van eeuwenoude tradities, de rolverdeling in het gezin zit muurvast. Maar niets is minder waar. De thuissituatie in de film is míjn situatie: mijn vrouw werkt en ik zorg voor de kinderen, mits ik niet aan een film werk. Aangezien Japan wat dit betreft in een overgangsfase zit, een moment waarop het voor het gezin vanzelfsprekend raakt om te zoeken naar de vorm die het best bij hen past, vond ik het belangrijk om zo’n modern gezin in de film te laten zien.’

Mirai zit vol visuele grapjes. Het jongetje houdt van speelgoedtreintjes en gebruikt de opengeklapte laptop van zijn vader als tunnel. Uw huiskamer is zichtbaar een bron van inspiratie.

‘Dat vind ik zo leuk aan spelende kinderen, ze verzinnen voortdurend dingen waarvan je denkt: waar komt dát nou weer vandaan? Toen ik begon als filmmaker voelde ik mij geïnspireerd door andere filmmakers – de grote meesters tegen wie je opkijkt, terwijl ze eigenlijk ver van je af staan. Tegenwoordig word ik meer geraakt door mijn directe omgeving. Ik vind het geweldig hoe je als ouder via de ogen van je kinderen je eigen kindertijd kunt herbeleven, door kopje-onder te gaan in de belevingswereld van je kind. Dat gevoel probeer ik met Mirai te verbeelden.’

In de achtertuin belandt de zoon in een fantasiewereld, waarin hij de tienerversie van zijn babyzusje ontmoet. Hoe komt zo’n sciencefictionelement in zo’n persoonlijke film terecht?

‘Ik vraag mijn kinderen elke ochtend wat ze die nacht hebben gedroomd en mijn zoon vertelde op een keer dat hij een oudere versie van zijn zusje had gesproken. Op zo’n moment denk ik: ik wil óók zo’n gesprek in de toekomst met mijn dochter. Na het ontbijt begin ik dan meteen te schrijven. Het voelde volkomen natuurlijk binnen dit verhaal. Ik dacht tijdens het schrijven aan de tijd waarin ik werd geboren en mijn ouders jong waren. Binnenkort gaat mijn zoon voor het eerst naar school: hij stelt daarover veel vragen, waardoor ik vanzelf terugdenk aan mijn eerste schooldag. Je kind zien opgroeien ís tijdreizen.’

Japanse animatie na Studio Ghibli

De laatste film van de grote Japanse animatiestudio Ghibli wordt in 2020 verwacht (How Do You Live?  van de 78-jarige medeoprichter Hayao Miyazaki, voor de zoveelste keer teruggekeerd uit pensioen). Studio Chizu van Mamoru Hosada, opgericht in 2011, lijkt een kandidaat om in Ghibli’s voetsporen te treden. ‘Studio Chizu is zo klein dat een tyfoon het kantoor in één keer zou kunnen verplaatsen’, zei hij al eens relativerend.  ‘Maar ik heb in elk geval mijn eigen studio.’

Bronvermelding