Wie doet het? reduceert seksualiteit tot rondzwaaiende dildo’s en speeltjes grabbelen

De seksquiz ‘Wie doet het?’ zal de schaamte onder tieners niet verminderen. 

In het weinig opwindende seksprogramma Wie doet het? (KRO-NCRV, NPO 3) moeten twee duo’s raden welke ontboezemingen bij welke bekende Nederlander horen, die zijn te zien op een videomuur. Grootste verrassing: acteur Hassan Slaby werd al op zijn 11de ontmaagd. Ook test presentator Jan Kooijman de kennis van de kandidaten. ‘Bevat een theelepel sperma evenveel calorieën als een bordje gekookte asperges? Ja, dertig calorieën.’ Op zijn Instagram noemt Kooijman het programma een ‘sympathiek quizje’ voor ‘mensen tussen de 13 en 18’.

Ik probeerde door de ogen van een puber te kijken, maar ik vraag me af of de doelgroep hierop zit te wachten. Tieners vinden alles al op YouTube, dus kun je die om tien uur ’s avonds naar de publieke omroep lokken? Kooijman probeert het luchtig te houden (‘hatsiekiedee!’), maar als hij na een verhaal over naaktzwemmen op een afstandsbediening drukt, emoji’s in beeld verschijnen en er ‘whoa, awkward!’ door de studio klinkt, wordt de sfeer, nou ja, awkward. Zijn perfecte voorkomen, coole houding en glimmende pornobloesje contrasteren ook nogal met de gespreksstof, zoals de slijmerige eerste zoen en onzekerheden over de piemelgrootte. Pubers zullen denk ik meer aannemen van een jonge seksvlogger als Linda de Munck, die juist haar imperfecties etaleert. 

De publieke omroep is bovendien al verziekt door eindeloos veel spel- en quizprogramma’s, met al dan niet bekende koppen. Dat format was tien jaar geleden al uitgewoond. Wie doet het? reduceert seksualiteit tot rondzwaaiende dildo’s en speeltjes grabbelen in de ‘friemeldoos’. En dat is jammer, want het programma wil tieners juist nuttige kennis bijbrengen. Dat lukt niet echt als komiek Steven Brunswijk het pijnlijke seksstandje ‘de kapotte brug’ uitlegt en de kandidaten het moeten uitbeelden met opblaaspoppen. De persoonlijke anekdotes van het bekende ‘bedpanel’ zijn ook niet bepaald onthullend, ze doen vooral lollig.

Misschien ben ik de afgelopen weken wel te veel verwend door Sekszusjes TV, gemaakt voor het onlinekanaal van NPO 3 en eerder al besproken door collega Emma Curvers. In de vijfdelige webserie laten de zussen Krista en Marcelle Arriëns zien hoe seksuele voorlichting wél moet. Ze zijn grappig, maar ook ontwapenend en durven zich vooral kwetsbaar op te stellen, door thema’s te behandelen vanuit hun eigen ervaring, zoals de visie op hun vulva en het wel/niet doorslikken van sperma. Ik gun de zussen dus meer zendtijd, ook op de lineaire tv.

De sekszusjes filteren gevoelige thema’s door fijn VPRO-absurdisme, met creatief knutselwerk, trippy liedjes en een superslome voice-over. Wie doet het? roept ook een zekere nostalgie op, maar dan niet op de goede manier. Het doet me denken aan het ongemakkelijke Schooltv, met weetjes en waarschuwingen, plus wat onnodige technische toeters en bellen. Voor écht gedurfde shows over seksualiteit moeten jongeren dus toch naar YouTube, waar het instituut Spuiten en Slikken ook naartoe is verhuisd. Maar goed, dat weet de jeugd allang.

De seksquiz ‘Wie doet het?’ met Jan Kooijman. Beeld KRO-NCRV

Bronvermelding

Na 75 jaar beleeft de laatste revue die in kamp Westerbork werd opgevoerd, een reprise

Na 75 jaar beleeft de laatste revue die in kamp Westerbork werd uitgevoerd een reprise. Haar titel, Total Verrückt, deed recht aan de macabere werkelijkheid van het oorlogsvertier.

Op 31 augustus 1943 verblijft de Joodse journalist Philip Mechanicus (1889-1944) al driekwart jaar in Durchgangslager Westerbork. Maar hij houdt niet op zich te verbazen over de macabere werkelijkheid van het kamp, voor de meeste bewoners de laatste halteplaats vóór Auschwitz. ‘Dit keer werd er, terwijl het transport zich in beweging zette, gedanst’, schrijft hij in zijn dagboek. ‘Het staat er: gedanst. Er is al sedert enige tijd een revue in voorbereiding. Alsof Westerbork op zichzelf al niet genoeg revue was.’

Daarmee doelt hij op de geregelde transporten naar het omineuze oosten in combinatie met de banale alledaagsheid van de kleine stad die Westerbork toen was. Er wordt een speelplaats voor de kinderen ingericht: ‘Vier wippen, twee rekstokken, een zandbak’. Op de appèlplaats worden wedstrijden in uiteenlopende disciplines afgewerkt: ‘Hardlopen, estafettelopen, touwtrekken voor seniores en juniores’, noteert Mechanicus. ‘Ironisch sprak men van: trans-sportwedstrijd.’

Mechanicus beschrijft een ‘opgeschoten jongen met spiernaakt, gebruind lichaam achter een handkar. Op zijn rechterborst de helgele Jodenster, vastgeplakt met leukoplast. ’ En hij noteert de reprimande van een moeder voor haar dochter die met een ‘vies gezicht’ naar haar toetje kijkt. ‘Hoor eens, als je je pudding niet opeet, ga je zónder mammie op transport.’ Maar het toppunt van absurdisme werd wel gevormd door de zes revues die tussen juli 1943 en juni 1944 in kamp Westerbork werden uitgevoerd.

Een liefhebberij van de kampcommandant

‘Het speelgoed van Gemmeker’, werden de revues genoemd. Ofwel: een liefhebberij van kampcommandant Albert Konrad Gemmeker (1907-1982). Een dure liefhebberij. Aan de kostumering en de decors van de voorstellingen besteedde hij maar liefst 25 duizend gulden. Hij liet een orkestbak en een podium optrekken met hout dat afkomstig was van de gesloopte synagoge in het naburige Assen. En Gemmeker kon beschikken over de fleur van de vooroorlogse revuewereld: de componisten Willy Rosen en Erich Ziegler – exponenten van het lichte genre – en de regisseur Max Ehrlich. Vóór de machtsovername van Hitler hadden zij met cabarets furore gemaakt in Duitsland. Na hun vlucht naar Nederland stichtten zij in Scheveningen het Theater der Prominenten.

In Westerbork vormen ‘de hofnarren van Gemmeker’, zoals Etty Hillesum (1914-1943) hen noemt, de ziel van het revue-gezelschap Gruppe Bühne. Ze genieten er een voorkeursbehandeling – hoe betrekkelijk dat onder die omstandigheden ook is. Rosen, die als ‘strafgeval’ in Westerbork arriveerde, krijgt er zelfs een huisje toegewezen. Een huisje met rood geruite gordijntjes, zoals Etty Hillesum misprijzend opmerkt. En ze komen bij Gemmeker over de vloer. ‘De artisten zijn geen gewone mensen’, schrijft Philip Mechanicus in zijn dagboek. ‘Dus ook geen gewone Joden.’ Op de vraag aan Ehrlich of de commandant van Westerbork een antisemiet is, antwoordt deze: ‘Jawohl, aber nicht für mich und dich.’

Gemmeker zelf zou hebben gezegd dat hij meer op sommige Joden is gesteld dan op zijn kameraden van de SS. Hij gaat door voor ‘gentleman’. Jonge bewoonsters van Westerbork – ‘onnozele bakvissen’, volgens Hillesum – zouden zelfs met hem dwepen. Zijzelf houdt het erop ‘dat hij voor een gentleman wel een ietwat zonderling ambt bekleedt’. Daarbij had zij kunnen verwijzen naar het feit dat Gemmeker een revue laat organiseren om het vertrek van het veertigduizendste deportatieslachtoffer te markeren.

Bij de première van de tweede revue, Humor und Melodie, zit Gemmeker vooraan, ‘gesecondeerd door zijn moeder, die onder het lamplicht zat te breien, en door mejuffrouw Hassel, zijn secretaresse’ – die tevens Gemmekers maîtresse zou zijn. De revue bestaat volgens Mechanicus – zelf geen liefhebber van het genre – uit ‘een mengeling van schetsen uit de oude doos en milde bespotting van toestanden en verhoudingen in het kamp. Geen enkel scherp woord, geen enkel wrang woord, maar een beetje lichte ironie, zo terloops geplaatst en de hoofdzaken mijdend.’ Kortom: ‘Operettemuziek bij een geopend graf.’ De commandant heeft ‘schik als een kind’, schrijft Mechanicus. ‘Zalig zijn de armen van geest.’

Pagina uit de Westerbork-revue Humor und Melodie, met opdracht aan kampcommandant Gemmeker: ‘Mit allen guten Wünschen.’ Beeld Collectie Herinneringscentrum Kamp Westerbork

Maar de reacties onder de Joodse bewoners van Westerbork, die de revue tegen betaling van een dubbeltje kunnen bijwonen, zijn gemengd. De jongeren in de zaal zijn ‘gul’ met applaus en begeleiden de liedjes met ‘gescandeerd handgeklap’. De ouderen – voor zover die zich aan de banaliteiten van een revue willen blootstellen – ‘bewaren het stilzwijgen’ of ‘verontschuldigen zich met de verklaring dat zij liever niet waren gegaan, maar dat zij later graag over alles van Westerbork willen meepraten’.

Erich Ziegler en Willy Rosen, de makers van de revue, geportretteerd in Humor und Melodie. Beeld Collectie Herinneringscentrum Kamp Westerbork

Begin juni 1944 – Philip Mechanicus en Etty Hillesum zijn dan al gedeporteerd – vindt in Westerbork de laatste revue plaats: Total Verrückt. Enkele jaren geleden stuitte neerlandica Mieke Tillema op de partituur en de tekst van het tweede deel van die revue, de ‘parodistische opera’ Ludmilla – 68 handgeschreven pagina’s, gebonden in gemarmerd karton.

In de revue worden als vanouds moppen getapt. Zoals over de vrouw die tegenover haar man opbiecht dat zij hem ontrouw is geweest, maar daar vergoelijkend aan toevoegt dat dit slechts tweemaal is gebeurd: eenmaal met het Don Kozakkenkoor en eenmaal met het Concertgebouworkest. Jetty Cantor, die Auschwitz zou overleven en jaren later op de Nederlandse televisie furore zou maken als Saar in Swiebertje, zingt ‘Ich hab es heut’ Nacht den Sternen erzählt, ich liebe Dich.’ Maar de revue gaat ook over gekte en dood. De ondertitel van Ludmilla luidt niet zonder reden: ‘Lijken aan de lopende band’.

Titelblad Westerbork-revue Total Verrückt, juni 1944. Beeld Collectie Herinneringscentrum Kamp Westerbork

Anders dan de voorgaande revues, beleefde Total Verrückt slechts één uitvoering. Waarom Gemmeker na juni 1944 het macabere vertier niet wilde voortzetten? ‘Déze revue is bij hem in het verkeerde keelgat geschoten’, vermoedt Tillema. ‘Vóór de pauze gingen alle sketches over waanzin, en aan het eind ligt iedereen dood op de grond. Mogelijk was de revue-liefhebber Gemmeker daar niet van gediend.’ Daar kwam bij, zegt Tillema, dat de krijgskansen op dat moment in het nadeel van nazi-Duitsland waren gekeerd. ‘Onder die omstandigheden werd amusement door de Duitsers niet meer gepast geacht. Op 3 augustus verbood Berlijn elke vorm van vermaak in de kampen. Maar in Westerbork was die regel al in juni van kracht. Met dien verstande dat er ná de laatste revue nog wel enige tijd bokswedstrijden, muziekuitvoeringen en schaakcompetities plaatsvonden.’

De partituur van Ludmilla is de ‘bijvangst’ van het onderzoek dat Tillema doet voor haar biografie van pianiste en schrijfster Ida Simons-Rosenheimer (1911-1960), die een jaar in Westerbork heeft moeten doorbrengen. Tillema vermoedt dat Erich Ziegler het boekwerk na de oorlog aan Simons heeft geschonken, getuige diens opdracht (in balpen) op het voorblad: ‘Aan mijn groote collega Ida Simons in vriendelijke gedachten toegewijd!’

De pianist en schrijver Ida Simons, in wier nalatenschap de Westerbork- revue ‘Ludmilla’ werd gevonden. Foto begin jaren ‘50. Beeld Privéarchief Marita Simons-Deen

Ziegler was de enige van de drie gewezen ‘hofnarren van Gemmeker’ die de oorlog heeft overleefd. Hij overleed in 1948. Zijn herontdekte ‘parodistische opera’ Ludmilla zal vrijdag voor het eerst sinds 1944 worden opgevoerd in de Uilenburger Synagoge in Amsterdam: ‘Ach, sind wir meschugge – jetzt spielen wir Ihnen eine Oper vor! Ludmilla, oder Leichen am laufenden Band.’

Dit stuk is gebaseerd op de boeken In Dépôt, Dagboek uit Westerbork van Philip Mechanicus (verschenen in 1964), Het denkende hart van de barak, Brieven van Etty Hillesum (1984), en tekst van en een interview met Mieke Tillema, auteur van de nog te verschijnen biografie van Ida Simons.

Voor de reprise van Ludmilla (het tweede deel van Total Verrückt) tekenen regisseur Eva Buchmann, dramaturg Ben Hurkmans en pianist Marcel Worms. De première vindt plaats op 3 mei om 20.15 in de Uilenburger Synagoge in Amsterdam. Van 6-10 juni zijn er uitvoeringen in het herinneringscentrum van het voormalige kamp Westerbork. Voor informatie en kaarten: uilenburgersjoel.nl. Volgende week verschijnt bij uitgeverij Balans de biografie van Gemmeker, geschreven door Ad van Liempt. Pianiste Ida Simons, in wier nalatenschap Ludmilla werd gevonden, schreef in 1959 de roman Een dwaze maagd, die in 2014 werd heruitgeven door uitgeverij Cossee.

Bronvermelding

Quasi-achteloos, maar doeltreffend stelt Mischa Blok in Liefdeslessen haar vragen ★★★☆☆

Mischa Blok. Beeld Foto: NPO

Wat Willibrord Frequin heeft geleerd van drie mislukte huwelijken, vraagt Mischa Blok in café Moeke Spijkstra in Blaricum. Frequin, zonder aarzeling: ‘Geen reet.’

Oud-journalist en oud-presentator Frequin (77) heeft dan al gezegd dat zijn huidige vrouw een lekker kontje heeft en ook enorm mooie borsten en dat hij nog steeds verliefd op haar is. ‘Maar ik loop niet meer de hele dag met een stijve piemel rond.’ Oké. 

Liefdeslessen heet de interviewserie waarmee Blok vorig jaar in november van start ging, op NPO Radio 1. Met bekende (Frans Bauer) en minder bekende (SLAM!-dj Bram Krikke) Nederlanders praat ze in hun favoriete cafés over de liefde. Omdat uit elk liefdesverhaal lessen kunnen worden getrokken, is haar vaste toelichting.

Blok (44) werkt sinds 2010 voor NPO Radio 1, onder meer als presentator van Radar Radio. (Leuk weetje tussendoor: in 2017 eindigde ze als tweede in de tv-quiz De slimste mens.) Ze heeft inmiddels zeventien afleveringen van Liefdeslessen gemaakt, met drie vrouwen en veertien mannen die, om onduidelijke redenen, nauwelijks worden geïntroduceerd. Als Frans Bauer zijn liefdesleven bespreekt, is dat geen bezwaar, maar bij bijvoorbeeld René van Meurs of Ed Struijlaart zal bij de meeste mensen niet meteen een lichtje gaan branden.

De gemiddelde lengte is ruim een halfuur. Zes gesprekspartners, Domien Verschuuren, Hans Schiffers, Bram Krikke, Jurgen van den Berg, Marieke Elsinga en Evelien de Bruijn, zijn ook radiomakers. De Hilversumse biotoop zou iets vaker verlaten mogen worden. 

Wie over de liefde praat, geeft veel van zijn eigen opvattingen prijs, zo blijkt. Blok weet waar ze op aan moet sturen. Uitstekende vraag aan Rob Geus (De Smaakpolitie): ‘De rubbertjes in de koelkast, maak jij die schoon of doet jouw vrouw dat?’ Het antwoord: ‘Mijn vrouw, ja, mijn vrouw.’

Geus heeft dan al gezegd dat een man een vrouw moet versieren, ‘want andersom klopt het niet.’ Hij is trots op zijn ‘vrouwtje’ en vindt het een enorme afknapper als vrouwen niet kunnen koken. ‘Ik heb er helaas in een verleden een paar gehad die dat niet konden.’

Frequin gaat nog een paar stappen verder. Hij heeft, zegt hij, ‘meer vrouwen gehad dan Jeroen Pauw’ en is ondanks een ziekte ‘nog steeds een heel geile man’. Een vrouw moet een rok dragen, vindt hij, en zichzelf verfraaien met rode lippenstift en rode nagellak, plus jarretelletjes en kousen met naad. ‘Van een vrouw die elke dag een spijkerbroek draagt, ga ik over de zeik.’

Altijd een dankbaar onderwerp, de liefde. Quasi-achteloos, maar doeltreffend stelt Blok in Liefdeslessen haar vragen.

Blok: ‘Hoe lastig is het om monogaam te zijn, als de hormonen door je lichaam gieren?’

Frequin: ‘Volgende vraag.’ 

Liefdeslessen
NPO, Avrotros
Via nporadio1.nl , iTunes

Bronvermelding

Aflevering drie van Game of Thrones was een puntje-op-de-stoel aflevering

Wie Game of Thrones volgt zal zich nauwelijks hebben verbaasd: het vlaggenschip van HBO ging afgelopen maandag op standje episch en het internet ontplofte. Na acht jaar te zijn verleid met een ‘winter’ die ‘coming’ is kregen we in The Long Night, aflevering drie van het slotseizoen, ein-de-lijk te zien wat die vermaledijde winter precies behelst. 

Vaktijdschrift Variety noteerde zelfs een heus Twitter-record: met 7,8 miljoen berichtjes over de daden van de jonge meesterstrijder Arya Stark, het lot van de kwaadaardige Night King, de waardige laatste kunsten van Carice van Houtens tovenares Melisandre en noem alle bewierookte sleutelmomenten maar op, werd het vorige gemeten record voor televisiedrama (5 miljoen tweets, ook Game of Thrones) verpulverd. Wie zijn sociale media opende zonder de serie te kijken, werd in een geestige meme vergeleken met twee lieve hoogbejaarden die stoïcijns binnen dineren terwijl buiten voor hun raam een ongekend vuurwerkpandemonium losbreekt.

Maar was de aflevering het het jarenlange wachten en al die zorgvuldig opgebouwde hype waard? Daarover viel te twisten – een deel van digitale hausse bestond in ieder geval niet uit onversneden juichkreten of geestige foto’s en filmpjes van een Groot Moment.

Het was in ieder geval wél een aflevering die liet zien wat televisiedrama anno 2019 vermag. Dat wil zeggen: dit was tv met de ambitie om uit je scherm te barsten, beelden die bij hun première doorgaans eigenlijk alleen aan grote bioscoopdoeken zijn voorbehouden. Neem alleen al de zinderende eerste tien minuten, waarin ook de sleutelfiguren in afwachting van een reusachtig leger voortschuifelende ondoden (en, vooruit, één ijsvuurspuwende zombiedraak) door verlammende doodsangst worden overmand. In een serie die haar status deels verkreeg door geregeld het type personages dat in fictie normaal gesproken altijd overleeft (want heldhaftig/goeiig/onschuldig) op gruwelijke wijze aan hun eind te laten komen, komt het uitzichtloze fatalisme van The Long Night met overtuiging tot zijn recht. 

Monsterklus

En was het niet schitterend-hartverscheurend en vooral heel erg cinema om dat peloton voor de goede zaak gestrikte Dothraki-strijders met vlammende zwaarden de inktzwarte nacht in te zien rijden, om die zwaarden in de verte vervolgens één voor één te zien doven? Regisseur Miguel Sapochnik, die eerder de scepter zwaaide over vergelijkbare afleveringen en met zijn talent voor massachoreografie zelfs een Emmy binnensleepte (voor Battle of the Bastards, die ene waarin het gezicht van oppermaniak Ramsay Bolton door honden wordt opgegeten) meldde overal ten overvloede dat voor het begin van zijn monsterklus een uitgebreide studie had gemaakt van de slagveldscènes in The Lord of the Rings-films van Peter Jackson. 67 minuten trok hij uit voor zijn veldslag, ook al een record in de geschiedenis van televisiedrama, op een totale speelduur van 82 minuten.

Het was een puntje-op-de-stoel-aflevering waarin het ondenkbare zomaar kon gebeuren, waarin een garantie op een goede afloop steeds opnieuw voor je ogen leek te verdampen, waarin kundig werd afgewisseld tussen spektakel op het slagveld en in de lucht, waar draken in de ijzige winterstorm om elkaar heen wentelden als ze niet verdwaalden, waar op gezette tijden werd teruggeschakeld naar scènes in door fakkels verlichte kerkers: daar werd Game of Thrones zowel volbloed thriller als verstild en introspectief. Qua fanservice, het op de wenken bedienen van de kijkers die ondanks alle onzekerheden de afgelopen jaren toch ruim de gelegenheid kregen om een aantal personages als onbetwiste favoriet in de armen te sluiten, leverde deze aflevering de ene na de andere voltreffer.

En daar zat toch ook een probleem – naast het aantal scènes dat zó onderbelicht was dat veel kijkers mopperden nauwelijks iets van de veldslag te kunnen zien (een stilistische keuze van de makers, laten we hier geen al te groot punt van maken). Uiteindelijk is deze aflevering te veel wat Game of Thrones pas de laatste seizoenen is geworden: spannend en spectaculair, maar als het puntje bij paaltje komt niet meer zo ontwrichtend als het ooit begon. Handig in het bieden waar de doorgewinterde kijker om vraagt, met hier en daar een subtiele variatie op het verwachtingspatroon, maar bang om hem of haar na al die jaren voor de borst te stoten.

Bronvermelding

Eindelijk winter in Game of Thrones: spannend en spectaculair, maar niet meer zo ontwrichtend

Vaktijdschrift Variety noteerde zelfs een heus Twitter-record: met 7,8 miljoen berichtjes over de daden van de jonge meesterstrijder Arya Stark, het lot van de kwaadaardige Night King, de waardige laatste kunsten van Carice van Houtens tovenares Milisandre en noem alle bewierookte sleutelmomenten maar op, werd het vorige gemeten record voor televisiedrama (5 miljoen tweets, ook Game of Thrones) verpulverd. Wie zijn sociale media opende zonder de serie te kijken, werd in een geestige meme vergeleken met twee lieve hoogbejaarden die stoïcijns binnen dineren terwijl buiten voor hun raam een ongekend vuurwerkpandemonium losbreekt.

Maar was de aflevering het het jarenlange wachten en al die zorgvuldig opgebouwde hype waard? Daarover viel te twisten – een deel van digitale hausse bestond in ieder geval niet uit onversneden juichkreten of geestige foto’s en filmpjes van een Groot Moment.

Het was in ieder geval wél een aflevering die liet zien wat televisiedrama anno 2019 vermag. Dat wil zeggen: dit was tv met de ambitie om uit je scherm te barsten, beelden die bij hun première doorgaans eigenlijk alleen aan grote bioscoopdoeken zijn voorbehouden. Neem alleen al de zinderende eerste tien minuten, waarin ook de sleutelfiguren in afwachting van een reusachtig leger voortschuifelende ondoden (en, vooruit, één ijsvuurspuwende zombiedraak) door verlammende doodsangst worden overmand. In een serie die haar status deels verkreeg door geregeld het type personages dat in fictie normaal gesproken altijd overleeft (want heldhaftig/goeiig/onschuldig) op gruwelijke wijze aan hun eind te laten komen, komt het uitzichtloze fatalisme van The Long Night met overtuiging tot zijn recht. 

Monsterklus

En was het niet schitterend-hartverscheurend en vooral heel erg cinema om dat peloton voor de goede zaak gestrikte Dothraki-strijders met vlammende zwaarden de inktzwarte nacht in te zien rijden, om die zwaarden in de verte vervolgens één voor één te zien doven? Regisseur Miguel Sapochnik, die eerder de scepter zwaaide over vergelijkbare afleveringen en met zijn talent voor massachoreografie zelfs een Emmy binnensleepte (voor Battle of the Bastards, die ene waarin het gezicht van oppermaniak Ramsay Bolton door honden wordt opgegeten) meldde overal ten overvloede dat voor het begin van zijn monsterklus een uitgebreide studie had gemaakt van de slagveldscènes in The Lord of the Rings-films van Peter Jackson. 67 minuten trok hij uit voor zijn veldslag, ook al een record in de geschiedenis van televisiedrama, op een totale speelduur van 82 minuten.

Het was een puntje-op-de-stoel aflevering waarin het ondenkbare zomaar kon gebeuren, waarin een garantie op een goede afloop steeds opnieuw voor je ogen leek te verdampen, waarin kundig werd afgewisseld tussen spektakel op het slagveld en in de lucht, waar draken in de ijzige winterstorm om elkaar heen wentelden als ze niet verdwaalden, waar op gezette tijden werd teruggeschakeld naar scènes in door fakkels verlichte kerkers: daar werd Game of Thrones zowel volbloed thriller als verstild en introspectief. Qua fanservice, het op de wenken bedienen van de kijkers die ondanks alle onzekerheden de afgelopen jaren toch ruim de gelegenheid kregen om een aantal personages als onbetwiste favoriet in de armen te sluiten, leverde deze aflevering de ene na de andere voltreffer.

En daar zat toch ook een probleem – naast het aantal scènes dat zó onderbelicht was dat veel kijkers mopperden nauwelijks iets van de veldslag te kunnen zien (een stilistische keuze van de makers, laten we hier geen al te groot punt van maken). Uiteindelijk is deze aflevering te veel wat Game of Thrones pas de laatste seizoenen is geworden: spannend en spectaculair, maar als het puntje bij paaltje komt niet meer zo ontwrichtend als het ooit begon. Handig in het bieden waar de doorgewinterde kijker om vraagt, met hier en daar een subtiele variatie op het verwachtingspatroon, maar bang om hem of haar na al die jaren voor de borst te stoten.

Bronvermelding

De Speld: Australië doet eenmalig mee aan Europese verkiezingen

Australië doet dit jaar voor één keer mee aan de Europese verkiezingen. Dat heeft Jean-Claude Juncker bekendgemaakt op een persconferentie. Australië is uitgenodigd om te vieren dat de Europese samenwerking bijna 67 jaar bestaat.

‘Debatten in het Europarlement worden al jaren op de voet gevolgd door miljoenen Australiërs’, zegt Australië-deskundige Bert Bokhoven. ‘Iemand als Judith Sargentini kan hier echt niet over straat. En alleen al bij het noemen van de naam Hans van Baalen begint iedereen te gillen. Dat Australië nu zelf een keer mag meedoen is geweldig voor alle EU-fans hier Down Under. Of zoals ze hier met een gek accentje zeggen: Europe, pretty important.

De deelname van Australië aan de verkiezingen heeft enige gevolgen voor het beleid de komende jaren. De verwachting is dat de Australische Europarlementariërs vol gaan inzetten op het verbod van pulsvisserij in de buurt van goede golven en strengere wetgeving willen omtrent backpackers. Ook hebben Australische partijen al de wens uitgesproken dat aboriginals eerlijk worden verdeeld onder alle Europese lidstaten.

Met Australië is afgesproken dat het Europees Parlement om de twee weken naar Darwin verhuist. Volgens Juncker is deze maatregel noodzakelijk om de goede vrede op het Europese continent te bewaren. ‘Sinds het begin van de Europese samenwerking in 1952 is er geen oorlog meer geweest. Dus.’

Critici vrezen dat Australië voor lange tijd zal meebeslissen over grote Europese wetgevingen. Die kritiek wordt door Juncker verworpen. ‘Nee hoor, ze gaan echt maar één keer meedoen. Punt.’

Australië wordt overigens geen grote kans toegedicht bij de Europese verkiezingen. De verwachting is dat de Oostenrijkse Europarlementariër Dido Kahm gaat winnen. Hij gaat verkleed als kip.

Bronvermelding

Australië doet eenmalig mee aan Europese verkiezingen

Australië doet dit jaar voor één keer mee aan de Europese verkiezingen. Dat heeft Jean-Claude Juncker bekendgemaakt op een persconferentie. Australië is uitgenodigd om te vieren dat de Europese samenwerking bijna 67 jaar bestaat.

‘Debatten in het Europarlement worden al jaren op de voet gevolgd door miljoenen Australiërs’, zegt Australië-deskundige Bert Bokhoven. ‘Iemand als Judith Sargentini kan hier echt niet over straat. En alleen al bij het noemen van de naam Hans van Baalen begint iedereen te gillen. Dat Australië nu zelf een keer mag meedoen is geweldig voor alle EU-fans hier Down Under. Of zoals ze hier met een gek accentje zeggen: Europe, pretty important.

De deelname van Australië aan de verkiezingen heeft enige gevolgen voor het beleid de komende jaren. De verwachting is dat de Australische Europarlementariërs vol gaan inzetten op het verbod van pulsvisserij in de buurt van goede golven en strengere wetgeving willen omtrent backpackers. Ook hebben Australische partijen al de wens uitgesproken dat aboriginals eerlijk worden verdeeld onder alle Europese lidstaten.

Met Australië is afgesproken dat het Europees Parlement om de twee weken naar Darwin verhuist. Volgens Juncker is deze maatregel noodzakelijk om de goede vrede op het Europese continent te bewaren. ‘Sinds het begin van de Europese samenwerking in 1952 is er geen oorlog meer geweest. Dus.’

Critici vrezen dat Australië voor lange tijd zal meebeslissen over grote Europese wetgevingen. Die kritiek wordt door Juncker verworpen. ‘Nee hoor, ze gaan echt maar één keer meedoen. Punt.’

Australië wordt overigens geen grote kans toegedicht bij de Europese verkiezingen. De verwachting is dat de Oostenrijkse Europarlementariër Dido Kahm gaat winnen. Hij gaat verkleed als kip.

Bronvermelding

Hoe de Mona Lisa het beroemdste schilderij ter wereld werd

Wie de Mona Lisa gezien heeft, weet dat het maar een klein schilderij is. En toch is het paneel van Leonardo da Vinci het beroemdste schilderij ter wereld. Hoe is dat zo gekomen?

We kregen meer dan we gehoopt hadden: toen ik vorig jaar weer eens voor de Mona Lisa stond werden mijn medebezoekers en ik onverwacht getrakteerd op een performance van een jonge kunstenares, haar naam laat ik hier even in het midden. Ze zat op de balustrade voor het schilderij en scandeerde een leus die zich met enige dichterlijke vrijheid liet vertalen als: ‘Mona Lisa: mijn kut, mijn copyright’. Om ook de niet-Franstaligen in de zaal te bedienen, had ze het kruis van haar broek en onderbroek verwijderd opdat wij ter plekke de waar konden inspecteren waarvan het beeldrecht hier met zulk royaal elan werd bevochten. Later, nadat de beveiligers de kunstenares hadden afgevoerd, stond een groepje nog wat beduusde museumbezoekers zich hardop af te vragen waarom ze nu uitgerekend Leonardo’s meesterwerk had gekozen als achtergrond voor haar demonstratie. Niet vanwege het onderlijf-loze voorkomen van La Mona toch zeker? Welnee. Het was haar beroemdheid, sufferds.

Want beroemd is ze, Lisa. De beroemdste afbeelding ter wereld misschien wel, sowieso het beroemdste schilderij. Het meestbestudeerde en geparodieerde schilderij ook. Haar serene verschijning figureerde op 300 andere schilderijen en in meer dan 2.000 advertenties, waaronder voor shampoo (Mona Lisa met weelderige lokken), een kankerstichting (Mona Lisa met een kaal hoofd), tandpasta (Mona Lisa met stralende glimlach), datingsites (Mona Lisa met liefje) et cetera. Wie haar in the flesh wil zien, wordt het in het Louvre makkelijk gemaakt door pijlen met haar gezicht die door het hele museum te vinden zijn. Een mannetje of negen miljoen maakt daar jaarlijks gebruik van. Dat zijn vier keer zoveel mensen als er in eenzelfde periode naar het Rijksmuseum gaan.

Wat zien die mensen?

Een populieren-houten paneel van 77 bij 53 centimeter, met daarop een vrouw op een balkon met uitzicht op meren en bergen. Haar handen zijn zedig over elkaar geslagen. Haar blik is onpeilbaar. Ze oogt gelig, maar dat is het verkleurde vernis. Zij is Lisa del Giocondo, de jonge echtgenote van een Florentijnse zijdehandelaar, dochter, zuster, moeder, muze – het voorvoegsel Mona is een Italiaanse verkorting van Ma donna, mijn vrouw. Leonardo begon aan haar portret te schilderen in 1503, toen hij vanuit Milaan naar Florence was teruggekeerd, maar in 1517, twee jaar voor z’n dood, was hij er nog altijd niet mee klaar. Het is ontegenzeggelijk zijn bekendste werk. Maar waarom werd het dat?

Kwaliteit

Het heeft deels te maken met de grote artistieke kwaliteit. Wie het geluk heeft dichtbij te komen, zal versteld staan van de diepte van, en rijkdom aan, details: het patroon van de halslijn van Lisa’s jurk (geknoopte spiralen – Leonardo’s lievelingsmotief), de ragfijne sluier op haar haar, het heiige, prehistorisch ogende berglandschap op de achtergrond.

En dan is er natuurlijk de geroemde glimlach. Ze is er wel en niet. Het hangt ervan af hoe je naar het portret kijkt. Richt je blik direct op Lisa’s mond en ze kijkt serieus, op het strenge af. Maar vestig je de aandacht op haar handen of kruin, dan krullen haar mondhoeken. Het effect wordt veroorzaakt doordat onze ogen schaduwen dieper waarnemen naarmate deze zich meer aan de periferie van ons gezichtsveld bevinden. Lisa’s glimlach is, net als de doden, enkel vanuit onze ooghoek te zien.

De Mona Lisa. Beeld AFP

Vincenzo Peruggia

Maar haar roem heeft ook te maken met de mantel van mythen die het schilderij sinds de vroege 16de eeuw omhult. Het portret bood aanleiding tot de wildste speculaties. Het zou iemand anders voorstellen dan Giocondo (Leonardo in travestie, bijvoorbeeld) en deel uitmaken van een reeks vroegere Mona’s, waaronder die van Isle Worth, volgens de eigenaar de echte. Veel van deze theorieën zijn afkomstig van wat Leonardo-expert Martin Kemp liefkozend Leonardo loonies noemt, en dienen met een korrel zout te worden genomen, maar in de pers vinden ze vaak een gewillig oor. Echter, ze waren niet de bepalende reden dat La Joconde thans omgeven is door sterrenstof. Dat was de diefstal van het schilderij uit het Louvre in 1911 door een 32-jarige Italiaan.

Hij heette Vincenzo Peruggia en was huisschilder van beroep. Hij had in het Louvre gewerkt. Sterker, hij had kort ervoor Mona Lisa’s glazen lijst gemaakt. Meer dan twee jaar had Peruggia het schilderij in zijn bezit; twee lange jaren waarin de politie koortsachtig zocht naar de dief (zelfs Picasso was op zeker moment verdachte). Peruggia zat met zijn buit in z’n maag. Hij ondervond dat kopers voor de Mona Lisa dun gezaaid waren, de amateur. In november 1913 liep hij tegen de lamp toen hij het portret in Florence probeerde te verkopen (hij ondertekende met ‘Leonardo’). Ruim zeven maanden moest hij zitten.

De misdaad zelf had Peruggia vrij nonchalant gepleegd. Hij had zich de avond voor de bewuste maandag in het Louvre laten insluiten door zich in een bezemkast te verstoppen, kwam daar de volgende ochtend vroeg uit tevoorschijn, wachtte tot de ex-soldaat die de bewaking deed uit het zicht was, liep naar het paneel, verwijderde het uit z’n lijst, wikkelde het in z’n witte werkjas, vroeg een passerende loodgieter een van de buitendeuren voor hem open te maken en wandelde de zomerhitte in.

Het zou een dag duren voordat de museummedewerkers doorhadden dat het schilderij was gestolen. Tegen die tijd stond de Mona Lisa al lang bij Peruggia op de keukentafel.

Naar eigen zeggen handelde Peruggia uit patriottisme (hij meende – ten onrechte – dat het schilderij door Napoleon was geroofd, en wilde het terugbrengen naar de oorspronkelijke ontstaansplek in Italië), maar eigen gewin bleek ook een rol te hebben gespeeld. In de twee jaar dat Peruggia het schilderij in een appartement hield, maakte hij een lijst van handelaren en verzamelaars aan wie hij het zou proberen te verkopen. Aan zijn familie in Italië had hij geschreven dat ze spoedig rijk zou zijn. Zijn actie zette de Mona Lisa ontegenzeggelijk in de schijnwerpers, al was het in het verleden nooit werkelijk obscuur geweest. Schilder en biograaf Giorgio Vasari bejubelde het in de 16de eeuw al in zijn Vite, overigens zonder het in het echt te hebben gezien. Romantici dweepten ermee – het schilderij ontving liefdesbrieven. Een gestoorde minnaar schoot zich voor Mona’s  ogen door z’n kop. Ze was zeker een rijzende ster voordat Peruggia haar besloot te stelen. Echter, erna werd ze een waarachtig diva.

Annexatie door de massacultuur

Via de vele voorpagina-artikelen nam een publiek dat niet direct geïnteresseerd was in kunst namelijk kennis van haar bestaan. Culturele ramptoeristen, onder wie Franz Kafka en Max Brod, reisden af naar het Louvre om de lege plek te aanschouwen, zoals sommige kunstliefhebbers nog altijd afreizen naar het Isabella Stewart Gardner Museum in Boston om te zien waar de gestolen Rembrandts ooit hingen. In schitterende afwezigheid werd Lisa het middelpunt van een Mona-mania. Topless danseressen in de cabarets maakten zich op naar haar evenbeeld. Moderne kunstenaars, onder wie Duchamp, gingen met haar aan de haal. Ze verscheen op advertenties voor sigaretten en korsetten. Niet langer behoorde het portret slechts toe aan een minderheid van kunstenaars en intellectuelen. Ze was geannexeerd door de massacultuur. Als eerste.

Daarna gold de wet van de roem: wat bekend is wordt bekender. Lisa had een bijrol in Dan Browns kunsthistorische samenzweringsroman The Da Vinci Code, de Carters gebruikten haar beeltenis  als achtergrond voor de hoes van hun verzoeningsalbum Everything is love. Van relatief anonieme Florentijnse was Lisa verworden tot het meisje van wie iedereen houdt. Aan haar roem kun je je aangenaam warmen. Ben je een performance-kunstenaar op zoek naar maximale media-aandacht, dan kies je uiteraard haar standplaats als podium om uit de kleren te gaan.

Domani, domani

Leonardo da Vinci was een briljant kunstenaar, maar ook – zoals biograaf Walter Isaacson hem typeert – ‘de meester van het onvoltooide’. Meer dan een kwart van zijn schilderijen maakte hij niet af.

Bronvermelding

Wat zouden Rembrandt en Warhol van elkaar vinden?

Zelfportret van Andy Warhol. Beeld Reuters

Wat zouden Rembrandt en Warhol van elkaar vinden, wat zouden ze tegen elkaar zeggen, nu ze tegenover elkaar hangen in de Londense galerie van Gagosian? Aan de ene kant de oude meester met zijn verfpalet en een witte doek over zijn grijze haren. In zijn blikveld, in een belendende zaal, staart de vader van de popart hem aan, afgebeeld in fel rood tegen een zwarte achtergrond, met een pruik die onder stroom lijkt te staan.

De virtuele ontmoeting is het hoogtepunt van een bijzondere tentoonstelling waarbij de tronie van de Hollandse Gouden Eeuw het ijkpunt is. Visions of the Self: Rembrandt and now wil aantonen hoe het idee van een zelfportret door de eeuwen is geëvolueerd. Dat Rembrandt als uitgangspunt is genomen, is niet vreemd: er zijn weinig kunstenaars die zichzelf zo vaak hebben geschilderd. Een op de tien schilderijen van Rembrandt is een zelfportret. Vooral de ‘selfies’ van de late Rembrandt, vrij en verarmd, maken diepe indruk.

‘Zelfportret met twee cirkels’ van Rembrandt, ca. 1665. Beeld Historic England Photo Library

Een van de mooiste exemplaren, Zelfportret met twee cirkels, hangt in Kenwood House, het witte landhuis in Hampstead Heath. Het schilderij is onderdeel van de kunstcollectie die de eerste Graaf van Iveagh negentig jaar geleden schonk aan de Britse natie. Dankzij English Heritage, de huidige beheerder, kunnen kunstliefhebbers daar gratis en voor niets een indrukwekkende verzameling Engelse en Hollandse meesters zien, waaronder ook  De Gitaarspeelster van Johannes Vermeer, in de jaren zeventig ontvoerd geweest door de terroristen van de IRA.

Op een vreedzamer manier heeft Rembrandt zijn natuurlijke habitat nu tijdelijk verlaten. English Heritage en de Londense tak van Gagosian, een bekende galerie voor moderne kunst, zijn een samenwerkingsverband aangegaan waarbij oude en moderne kunst ‘converseren’. De expositie over zelfportretten is daarvan de aftrap, in wezen een vervolg op de expositie Facing the World: Self Portraits Rembrandt to Ai Weiwei, die drie jaar terug te zien was in de Schotse National Portrait Gallery. Indertijd was Rembrandt op 51-jarige leeftijd te zien, getooid met baret.

Goed gezelschap

Rembrandt, wiens 350ste sterfdag later dit jaar wordt herdacht, bevindt zich in Gagosian in goed gezelschap. Zo is het laatste zelfportret van Picasso te zien, een ets waarop de Spanjaard de dood in het gezicht staart. Een zaal verderop poseert een 16-jarige Damien Hirst met het hoofd van een dode man. Deze foto liet de jonge kunststudent nemen in een mortuarium waar hij schetsen aan het maken was; een soort anatomische les. De dood is ook aanwezig op het zelfportret van de aan aids stervende fotograaf Robert Mapplethorpe, die een stok met een doodshoofd vasthoudt.

Een speels idee van de Gagosian was om een abstract en mysterieus zelfportret van Roy Lichtenstein, een liefhebber van Rembrandt, te laten vergezellen van een zeer realistische, naakte mannequin van de beeldhouwer Charles Ray. De genoemde Picasso hangt samen met een geestig zelfportret van zijn geliefde Dora Maar. Portrait de femme bestaat uit niet meer dan drie rechthoeken met een paar ogen. Richard Prince komt het dichtst bij de essentie van een zelfportret met een op Facebook geplaatste foto, compleet met reacties en ‘likes’ van vrienden of bekenden.

Meerdere kunstwerken bewijzen Rembrandt eer. Dat van Glenn Brown bijvoorbeeld, de Amerikaanse kunstenaar die schilderijen van oude meesters vaak als basismateriaal gebruikt en van wie het Rembrandthuis in Amsterdam twee jaar geleden ook werk tentoonstelde. Of Jeff Koons, die een blauwe glazen bol voor een zelfportret van Rembrandt heeft gezet. De bevriende schilders Lucian Freud en Francis Bacon flankeren Rembrandt. Vooral laatstgenoemde leerde veel van Rembrandt, zoals het lef zichzelf eerlijk, genadeloos en met grove kwaststreken af te beelden.

Visions of the Self: Rembrandt and Now. Gratis te zien tot 18/5.

Bronvermelding

Domani, domani: de onvoltooide kunstwerken van Leonardo da Vinci

Beeld Philip Lindeman

In het voorjaar van 1481 begon de toen 29-jarige Leonardo da Vinci aan een schilderij op paneel, Aanbidding der wijzen. Het betrof een opdracht voor het net buiten Florence gelegen San Donato-klooster. Leonardo’s vader, die notaris was, hielp de kloosterbroeders aldaar met het opstellen van contracten in ruil voor twee kippen. Het was waarschijnlijk door zijn bemiddeling dat de jonge Leo de klus verwierf.

Hij maakte zich er niet gemakkelijk van af. Het geplande schilderij, toonden de voorstudies, had als grondvorm een spiraal met in het midden het Christuskind waar niet minder dan zestig figuren omheen zouden cirkelen: koningen, magistraten, soldaten, kinderen, ruiters te paard, een verdwaasd omkijkende kameel. Het was een werk dat, zoals Da Vinci’s biograaf Walter Isaacson schrijft, zou overlopen van ‘energie, emotie en leven’. Dat deed het ook, zij het anders dan verwacht. Nadat Leonardo het tweeënhalve meter brede paneel had gevuld met talloze mensen, beesten, ruïnes en bergen, scheidde hij er opeens mee uit. Hij stalde het paneel bij een vriend en verkaste naar Milaan. Zeven maanden had-ie eraan gewerkt. Nooit werd het voltooid.

Het was geen incident. Waarschijnlijk was er geen andere renaissancekunstenaar die zo veel kunstwerken onaf liet als Da Vinci. En dan gaat het alleen over kunstwerken, niet over uitvindingen, waarvan Leonardo er in zijn aantekenboeken talloze neerkrabbelde zonder er ook maar een te realiseren. Van de zeventien schilderijen waarvan bekend is dat ze van zijn hand zijn (onder andere Het Laatste Avondmaal, Maagd op de rotsen), is meer dan een kwart onafgemaakt; van de voorgenomen publieke beelden realiseerde hij er exact nul. Je kunt daaraan toevoegen dat werken die wij als voltooid beschouwen, zoals de Mona Lisa, in feite nooit voltooid werden, daar de schilder er tot aan z’n dood aan bleef schaven. Leonardo was een briljant man, ongeëvenaard in zijn verbeeldingskracht en inventiviteit, en op zijn naam staan enkele van de mooiste schilderijen en tekeningen ooit, maar hij was ook een chronische in-de-steek-later. Hij was, zoals biograaf Walter Isaacson hem treffend typeert, ‘de meester van het onvoltooide’.

Beeld Philip Lindeman

Externe omstandigheden

Daar had hij niet altijd zelf schuld aan. Soms dwongen externe omstandigheden Leonardo een klus voor onbepaalde tijd te parkeren. Voor het ruiterbeeld in opdracht van de doge van Milaan, Ludovico Sforza, (zie hieronder) voltooide hij bijvoorbeeld een kleimodel op ware grote en een giettent (een roosterwerk van ijzer dat de gietmal overeind hield, als was het een korset), maar toen men daadwerkelijk met gieten wilde beginnen, bleek het gereserveerde brons nodig voor kanonnen voor de naderende oorlog tegen de Fransen. Leonardo kon aan die ongelukkige timing weinig doen, maar veel van zijn andere gesjeesde projecten kwamen wel degelijk op zijn conto.

Een van de oorzaken hiervoor was Leonardo’s tomeloze nieuwsgierigheid. Naast schilder was hij ook muzikant, wiskundige, ornitholoog, waterbouwkundige, militair ingenieur en allround-uitvinder. In zijn sollicitatiebrief aan voornoemde Sforza presenteerde hij zich als ontwerper van bruggen, kanonnen, ‘gepantserde strijdwagens’, katapulten, voetangels, ‘machines voor aanval op zee’, openbare en publieke gebouwen, beelden (‘in brons, marmer en klei’), en, aan het eind van de opsomming, schilderijen. Daar zou men bedenker van het machinegeweer en de helikopter aan kunnen toevoegen, alsook van een recept voor blonde haarverf (‘neem noten en kook ze in loog en duw de haardos daarin’). Al die bezigheden hielden hem van het schilderen af. Toen Isabella d’Este, volgens Isaacson de ‘koppige first lady van Mantua’, via een tussenpersoon liet informeren of het nog wat ging worden met dat en profil-portret van haar, werd haar door de monnik in kwestie vriendelijk doch gedecideerd medegedeeld dat het hoofd van de maestro niet naar schilderen stond. ‘Werkelijk,’ schreef de tussenpersoon, ‘zijn wiskundige experimenten nemen zijn gedachten zo in beslag dat hij het aanzien van een verfkwast niet langer kan verdragen’. De wereld was domweg te interessant voor Leonardo om dag in dag uit portretten te fabriceren. Een kunstwerk voltooien lukte hem alleen wanneer hij bovenmatig door het onderwerp was gegrepen, en zelfs dan niet altijd.

Beeld Philip Lindeman

Een andere reden waarom Leonardo zijn schilderijen soms verweesd achterliet, was zijn perfectionisme. Zijn ambitie om het ultieme kunstwerk te maken werkte verlammend. Volgens de 16de-eeuwse schilder en kunstenaarsbiograaf Giorgio Vasari was wat Leonardo in zijn hoofd had ‘zo subtiel en zo wonderbaarlijk’ dat het onmogelijk was het foutloos uit te voeren. ‘Het leek hem’, schreef Vasari, ‘dat de hand niet in staat was de perfectie in de kunst te bereiken bij het uitvoeren van de dingen die hij zich voorstelde’. Zoiets speelde ook bij de Aanbidding der wijzen. De zestig geplande figuren op die voorstelling, nam Leonardo zich voor, zouden baden in een hemels licht. ‘Hij moet de moed verloren hebben toen hij nadacht over hoe hij de weerspiegelingen, die van de ene op de andere figuur vallen, in evenwicht kon krijgen en hoe hij die veelheid aan variabelen van licht, schaduw en emoties van zo’n massa mensen kon beheersen’, schrijft de Amerikaanse kunsthistorica Francesca Fiorani. Optische problemen loslaten zat niet in Leonardo’s karakter. Hij leverde liever niets, dan iets met onvolkomenheden.

500ste sterfdag

Donderdag 2 mei is het exact 500 jaar geleden dat Leonardo da Vinci stierf. Om dat te memoreren, worden er een jaar lang exposities aan de illustere uomo universale gewijd. Het Louvre, bijvoorbeeld, heeft de ambitie uitgesproken om in het najaar het grootste aantal schilderijen van Leonardo in één expositie ooit bijeen te brengen, wat er sowieso meer zijn dan vijf, het aantal dat het museum bezit, en minder dan zeventien, het totale aantal als authentiek erkende Leonardo’s.

Gebrek aan discipline

Er is nog een derde reden: gebrek aan discipline. Leonardo behoorde, zoals Isaacson schrijft, tot het type kunstenaar dat liever bedacht dan uitvoerde. Tijdens de fase van het verzinnen en uitvogelen was hij geestdriftig, maar wanneer alle stukken eenmaal op het bord stonden en de rush van de vondst was uitgedoofd, ontbrak het hem vaak aan innerlijke rust en zitvlees om de klus tot een goed einde te brengen. Men stelt zich voor hoe hij uitvluchten zocht wanneer de saaie stukjes zich aandienden. In de kern was hij een conceptueel kunstenaar.

Vond-ie zelf ook vervelend. In zijn jonge jaren beklaagde Leonardo zich geregeld dat er weinig uit zijn vingers kwam. ‘Het ontbreekt ons niet aan apparaten die die mistroostige dagen van ons meten, waarop het een genoegen zou zijn dat ze niet door onze vingers glippen zonder een herinnering aan ons achter te laten in de geest van de mensen’, noteerde hij in zijn aantekenboek rond de tijd dat hij z’n werk aan de Aanbidding der wijzen staakte. Leonardo’s beschermheren en andere opdrachtgevers ontging het evenmin dat hun protegé leed aan de ziekte van morgen. Talrijk zijn de aanvullende contracten waarmee men de schilder aan zijn afspraken probeerde te houden. De Florentijnse raadslieden die Leonardo de opdracht gaven voor een muurschildering van de slag bij Anghiari in het Palazzo Vecchio lieten contractueel bepalen dat Leonardo indien hij de klus niet binnen een jaar voltooide, al zijn toelagen moest terugbetalen. De kloosterbroeders van San Donato kwamen met een slim staaltje risicomanagement door de schilder zijn verf en andere materialen uit eigen zak te laten bekostigen en hem een deadline van dertig maanden te geven. Het haalde weinig uit, Leonardo staakte beide klussen halverwege.

Slechte beurten

Dat waren slechte beurten voor Leo. Het hoofd van de Florentijnse Republiek, Piero Soderini, liet zich na de afgebroken Slag bij Anghiari in een brief zeer negatief uit over de kunstenaar vanwege diens gebrek aan fatsoen jegens de burgers van Florence. Andere begunstigers van de kunsten passeerden hem vanwege zijn beroerde zakelijke reputatie. Toen Leonardo ongevraagd solliciteerde bij de machtige Florentijnse De’ Medici-familie om een schildering te maken ter nagedachtenis van de samenzwering waarbij Giuliano de’ Medici werd vermoord, ging men daar niet op in, en ook toen de daadkrachtige Paus Sixtus IV in 1481 een keurkorps van schilders in Rome ontbood ter decoratie van de Sixtijnse kapel ving hij bot. Men koos voor een doorpakker als Botticelli. Had men de klus overgelaten aan die draler uit Vinci, dan zou hij op de Dag des Oordeels nog niet klaar zijn.

De sympathie voor onvoltooide kunstwerken was in Leonardo’s tijd gewoon niet zo groot. Goede kunst, zo luidde de heersende opinie, moest een vervolmaakte afspiegeling zijn van de natuur, en daar het onvoltooide per definitie onvolmaakt was, kon het nooit goed zijn. Bovendien was het kunstbedrijf van het quattrocento niet ingericht op de verkoop van premature producten. Altaarstukken en fresco’s werden geleverd op contractbasis en behoorden te tonen wat maker en koper van tevoren overeenkwamen, tot aan het precieze aantal afgebeelde heiligen en de pigmenten voor de gewaden aan toe. Wij bestellen, u levert: zo kan men de verhoudingen samenvatten. En niemand bestelde een rudimentaire leeuw of een onafgewerkte jongenskop.

Wij denken anders over zulke stukken. Ruim honderd jaar moderne kunst heeft ons de evocatieve kracht van het onvoltallige doen waarderen. We willen niet dat alles voorgekauwd is. We willen zelf invullen. Je zag het aan de reacties op de recente Rubens-tentoonstelling in Boijmans van Beuningen. Rubens grote schilderijen, meende men eensgezind, waren spectaculair, maar zijn schetsen, ja, daar ging het hart werkelijk sneller van kloppen. Zij gaven een kijkje voor én achter de schermen. Voor de onvoltooide Leonardo’s geldt iets soortgelijks.

Interessant is in deze context de vergelijking die biograaf Isaacson maakt tussen Maria met kind en Sint-Anna (nu in het Louvre) en het karton dat als voorstudie ervoor diende (National Gallery, Londen); logischerwijs twee nagenoeg identieke voorstellingen. We zien het Christuskind dat net van de schoot van de Madonna is gesprongen en een heilige maagd die zelf weer op de schoot zit van de Heilige Anna, een Matroesjka van schootzitters. Wanneer Isaacson het schilderij in het Louvre ziet, is hij lichtelijk teleurgesteld. Ja, het is een optelsom van Leonardo’s kwaliteiten: het rokerige sfumato, de aaibare vacht van het lam, maar het is ook wat levenloos, wat gekunsteld. Nee, dan het karton! De schouder van de maagd oogt daar natuurlijker. De omhoog wijzende hand van de Heilige Anna oogt logischer, veel erop oogt logischer, suggestiever, mysterieuzer. Maria met kind en Sint-Anna is een werk waarvoor je je pet afneemt, tot in de kleinste details uitgewerkt, tot aan de kiezelsteentjes aan toe. Maar het karton is beter.

Vier onvoltooide werken van Leonardo da Vinci

Slag bij Anghiari (1503-05)

In 1503 begon Leonardo aan het ontwerp voor een wandschildering voor de Salone dei Cinquecento, de raadzaal van het Palazzo Vecchio in Florence. Het onderwerp was de Slag bij Anghiari (1440), waarbij de Florentijnen de Milanezen in de pan hakten. Zoals gebruikelijk ging Leonardo volledig op in zijn voorstudies, ontwerpen die volgens Isaacson meer getuigden van gepassioneerde nieuwsgierigheid dan dat ze direct nut hadden. Van de voorstelling zelf schilderde hij enkel het centrale deel: de strijd om het vaandel, een kluwen van paarden- en mensenlichamen. Dit keer werkte het materiaal niet mee. Leonardo had zich voorgenomen de schildering in olieverf uit te voeren, maar de ‘dikke substantie’ die hij daarvoor als bindmiddel op de muur had aangebracht, begon al tijdens het schilderen af te bladderen. Dat zijn rivaal Michelangelo, die op de belendende muur werkte, Leonardo op z’n vingers keek, zal het werken ook niet bespoedigd hebben.

Slag bij Anghiari. Beeld De Agostini/Getty Images

De heilige Hiëronymus in de Wildernis (1480)

Van zijn onvoltooide werken is dit het emotioneelst. Het toont de 4de-eeuwse geleerde en kerkvader Hiëronymus van Stridon terwijl hij op het punt staat boete te doen: in zijn hand houdt hij de steen waarmee hij zich weldra op de borst zal slaan. Leonardo liet Hiëronymus onaf, om er begin 16de eeuw aan verder te werken. Het bewijs hiervoor wordt geleverd door de halsspier, ofwel musculus sternocleidomastoideus. Deze spier, die van sleutelbeen langs de hals naar de schedel loopt, is op een voorstudie voor het in de jaren negentig gemaakte Het Laatste Avondmaal nog abusievelijk als één baan weergegeven, maar bestaat op de eerder begonnen Hiëronymus uit de correcte twee banen. Het was een gevalletje voortschrijdend inzicht: na anatomische studies te hebben gedaan op echte lichamen, paste Leonardo het kunstwerk aan. Het is andermaal een bewijs dat schilderijen voor hem evenzeer weerslagen van wetenschappelijke bevindingen waren als esthetische objecten.

De heilige Hiëronymus in de Wildernis. Beeld Corbis via Getty Images

Het Paard (1489-1493)

In 1489 vroeg Ludovico Sforza Leonardo een ruiterbeeld te maken van zijn vader, Francesco Sforza, doge van Milaan. Het beeld diende de eerbiedwaardige reputatie van de Sforza’s te onderstrepen en moest eerdere ruiterbeelden, zoals dat van Donatello, qua formaat overtreffen. Leonardo’s beeld zou twee keer zo hoog worden als Donatello’s 3,5 meter hoge Gattamelata, en zou uit een stuk brons gegoten worden. Een huzarenstukje, in zijn én onze tijd. Hij pakte de voorbereidingen aan op z’n Leonardo’s: grondig, op het compulsieve af. De anatomie van het paardenbeen bijvoorbeeld, de geschiedenis van het Romeinse ruiterbeeld, de mogelijkheden om een sculptuur uit één mal te gieten. Het leek, kortom, weer eens een gebed zonder end te worden, en tegen de tijd dat er gegoten kon worden, stonden de Franse troepen voor de Milanese poorten en was het gereserveerde brons nodig om kanonnen te smeden. Dag, groot paard. Het kleimodel ervoor werd door Franse soldaten later gebruikt als trainingsdoelwit om op te schieten.

Het Paard. Beeld Getty Images

Het Trivulzio-monument (1511)

Als het om politiek ging, was Leonardo pragmatisch. Nadat Lodewijk XII eind 15de eeuw Milaan had ingenomen, verleende hij zijn diensten net zo makkelijk aan de vijand. Zo maakte hij rond 1511 een ontwerp voor een tombe voor de aan Franse zijde vechtende generaal Trivulzio, toen al gouverneur van Milaan. Het bestond uit een sokkel van acht zuilen en gebeeldhouwde figuren met daarop, wederom, een ruiterbeeld, ditmaal op een schaal van 1-op-1. Studies tonen paard en ruiter van opzij. Ook zijn er aantekeningen bewaard gebleven van het beoogde gietproces. Uit niets blijkt dat het ooit tot een realisatie van de ontwerpen is gekomen.

Het Trivulzio-monument. Beeld Print Collector/Getty Images

Met dank aan Michael Kwakkelstein.

Bronvermelding